Shabbatslezingen: Jakob's thuisreis en zijn strijd

vrijdag 19 november 2021 |  Anat Schneider
De reis van Jacob komt tot een eind. Hij is op weg terug naar het land Kanaän, maar is doodsbang om zijn broer Esau te ontmoeten, voor wie hij zovele jaren geleden vluchtte nadat hij hem het eerst­geboorte­recht had ontnomen. Zijn angst blijkt niet terecht.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Wayishlach (En hij zond) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 32:4 – 36:43,
✡ Profetenlezing: Obadja 1:1-21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 11:11-20.
Lees de uitleg na de tekstgedeelten

Gedeelten uit de Torahlezing
Toen sloeg Jakob zijn ogen op en zag, en zie, daar kwam Esau, met vierhonderd man bij zich. Hij verdeelde zijn kinderen over Lea, Rachel en zijn beide slavinnen. Hij zette de slavinnen en hun kinderen vooraan, Lea en haar kinderen daarachter en Rachel en Jozef daar weer achter, terwijl hij zelf vóór hen uit ging en zich zeven keer ter aarde neerboog, totdat hij bij zijn broer gekomen was.
Maar Esau snelde hem tegemoet, omarmde hem, viel hem om de hals en kuste hem; en zij huilden. Toen sloeg hij zijn ogen op en zag de vrouwen en de kinderen. Hij vroeg: Wie heb je daar bij je? Jakob zei: Dat zijn de kinderen die God uw dienaar in Zijn genade geschonken heeft. Toen kwamen de slavinnen naar voren, zij en hun kinderen, en zij bogen zich neer. Ook Lea en haar kinderen kwamen naar voren en bogen zich neer; daarna kwamen Jozef en Rachel naar voren en zij bogen zich neer.
Toen vroeg hij: Wat wil je met heel dat leger (dieren) dat ik ben tegengekomen? Hij zei: (Die zijn bedoeld) om genade in de ogen van mijn heer te vinden. Maar Esau zei: Ik heb veel, mijn broer. Laat wat je hebt, van jou blijven. Jakob zei daarop: Nee toch, als ik toch genade in uw ogen gevonden heb, neem het geschenk uit mijn hand dan aan, want ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag, en u bent mij goedgezind geweest. Aanvaard toch mijn geschenk, dat u gebracht is, omdat God mij dit in Zijn genade geschonken heeft, en omdat ik alles heb. Hij drong zo aan dat hij het aanvaardde.
Esau zei: Laten wij opbreken en verdergaan, en ik zal met je meegaan. Hij zei echter tegen hem: Mijn heer weet dat de kinderen zwak zijn, en dat ik zogend kleinvee en (zogende) runderen bij mij heb; als men die maar één dag opjaagt, zal al het kleinvee sterven. Laat mijn heer toch vóór zijn dienaar uit gaan; ik wil op mijn gemak verdergaan, naar de gang van het vee dat vóór mij is en naar de gang van de kinderen, totdat ik bij mijn heer in Seïr kom.
Toen zei Esau: Laat mij toch enkelen uit het volk dat bij mij is, bij je plaatsen. Maar hij zei: Waarom is dat nodig? Laat mij genade vinden in de ogen van mijn heer. Zo ging Esau die dag zijns weegs, terug naar Seïr. Maar Jakob trok naar Sukkoth. En hij bouwde een huis voor zichzelf en maakte hutten voor zijn vee. Daarom gaf hij die plaats de naam Sukkoth.

Genesis 33:1-17 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
De relatie tussen de nakomelingen van Esau en van Jakob is niet altijd zo goed gebleven. Toen het volk Israël het verloor van zijn vijanden, was er leedvermaak bij de Edomieten.

Vanwege het geweld tegen uw broeder Jakob zal schaamte u bedekken en zult u voor eeuwig uitgeroeid worden. Op de dag dat u aan de kant stond, op de dag dat vreemden zijn leger als gevangenen wegvoerden, buitenlanders zijn poorten binnentrokken en over Jeruzalem het lot wierpen, was ook u als een van hen! U had niet mogen toekijken op de dag van uw broeder, op de dag dat hij een vreemde voor u was. U had niet blij mogen zijn vanwege de Judeeërs op de dag van hun ondergang. U had geen grote mond mogen opzetten tegen hen op de dag van hun benauwdheid. U had de poort van Mijn volk niet binnen mogen trekken op de dag van hun ondergang. U, juist u, had niet mogen toekijken bij het kwaad dat hem trof op de dag van zijn ondergang. U had uw handen niet mogen uitstrekken naar zijn leger op de dag van zijn ondergang. U had niet op het kruispunt mogen staan om degenen van hen die ontkomen waren, uit te roeien. U had degenen van hen die ontvlucht waren niet mogen overleveren op de dag van hun benauwdheid. Want de dag van de HEERE is nabij over alle heiden­volken; zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden; wat u verdient, zal op uw eigen hoofd terugkeren!
Obadja 1:10-15 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Maar de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid. Want wij hebben niets de wereld ingedragen, het is duidelijk dat wij ook niets daaruit kunnen wegdragen. Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.

Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamelen zij voor zichzelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen.
1 Timotheüs 6:6-10 en 17-19 (HSV).

Jakob's thuisreis en zijn strijd

De reis van Jakob komt tot een eind. Hij is op weg terug naar het land Kanaän, maar is doodsbang om zijn broer Esau te ontmoeten, voor wie hij zovele jaren geleden vluchtte nadat hij hem het eerst­geboorte­recht had ontnomen.

Eerst stuurt hij boden om Esau te 'peilen', om de pols van zijn vervreemde, rivali­se­rende broer te voelen - bijna zoals een militaire verkennings­eenheid vlak voor een veldslag. 'De boden kwamen terug bij Jakob en zeiden: Wij zijn bij uw broer, bij Esau, aangekomen, en nu komt hij u tegemoet, met vierhonderd man bij zich.' (Genesis 32:6).

Jakob is zeer, zeer gespannen en handelt daarnaar. Eerst verdeelt hij zijn vier vrouwen en vele kinderen plus knechten in twee groepen. Hij denkt: 'Te veel eieren in één mand. Ik zal een deel van de familie hier plaatsen en een deel daar. Als er dan iets met een paar van ons gebeurt, overleeft de rest het misschien.'

Dan stuurt hij Esau geschenken als compensatie - om Esau's hart te verzachten. Tenslotte bereidt hij zijn vrouwen en kinderen voor op een oorlogs­situatie. Let op de volgorde waarin hij zijn vrouwen plaatst. Het toont ons de discriminatie binnen Jakobs familie, discriminatie die hij creëert. Eerst zendt hij Zilpa en Bilha, de twee vrouwen die dienstmaagden waren van Lea en Rachel, met hun kinderen. Na hen plaatst hij zijn vrouw Lea met haar kinderen. Dan, als laatste, plaatst hij zijn geliefde vrouw Rachel samen met zijn favoriete zoon Jozef, om hen het meest van allen te beschermen. In het Hebreeuws zeggen we, 'De laatste, de laatste is de favoriet.' ('Acharon Acharon Chaviv').

En wat werd er dan wel aan Jakob verteld, dat hij zich zo gedraagt? Er werd hem alleen verteld dat zijn broer hem tegemoet zou komen met vierhonderd man. Maar Jakob is niet bepaald rationeel op dit moment. Dit is wat er met ons kan gebeuren als we gewond zijn, en in een plaats van schuld, angst en stress tegenover het onbekende staan.

Jakob hoort dat Esau met een groot leger komt, met 400 man, om tegen hem te strijden. Angst zit al meer dan twintig jaar in zijn hart. En alles wat hij in deze jaren heeft bereikt (en hij heeft veel bereikt... Hij heeft een groot gezin gesticht... Hij heeft bezittingen vergaard... Hij heeft status verworven), dit alles is op dit moment als niets, alsof het in een oogwenk verdwenen is.

Jakobs interpretatie van Esau's daden komt voort uit het verhaal dat hij zichzelf al vele jaren vertelt. Het is een verhaal waarin niet naar de ander wordt geluisterd en waarin de ander niet 'omarmd' wordt, en waarin de ander niet halverwege tegemoet wordt gekomen.

Wanneer we in zo'n stemming zijn, zonder te luisteren en zonder er vrede mee te hebben dat de ander anders is, dan worden we assertief, en onze reacties komen voort uit een lage emotie vol angst.

Wanneer wij kunnen loslaten en niet meer aan ons eigen verhaal vasthouden, is er ruimte voor vrede en succes. En Jakob heeft een harde strijd in zichzelf - een strijd over het afscheid nemen van het verhaal dat hij zichzelf vertelt. Zijn keerpunt vindt plaats wanneer hij geconfronteerd wordt met zijn God en met zichzelf - worstelend met de engel van God. Zijn vermogen om te winnen is een overwinning op het vasthouden aan zijn persoonlijke verhaal, dat hij vele jaren als een bult op zijn rug heeft meegedragen.

In de worsteling met de engel van God komt hij ook in het reine met zichzelf. 'Maar Jakob bleef alleen achter'. Hij is alleen gelaten om tegen de angst te vechten en komt als overwinnaar uit de strijd. En hij krijgt een nieuwe naam 'Yisra'el' die we door de Hebreeuwse letters (onder meer) kunnen interpreteren als 'Yashar + El' - Recht of rechtop met God. Van nu af aan zal Jakob krijgen wat hij wil op de juiste manier, zonder verdraaide manipu­laties en kromme wegen zoals in het verleden is gedaan. Nu vanuit een plaats van verbinding en geloof.

Esau's emancipatie
Aan de andere kant, wat gebeurt er met Esau, degene die Jakob heeft bedrogen, degene van wie de zegen werd gestolen?

Esau is degene die een reden heeft om boos te zijn en te vechten. We zien hem naar Jakob toe rennen: 'Maar Esau snelde hem tegemoet, omarmde hem, viel hem om de hals en kuste hem; en zij huilden.'

Esau is vol verlangen naar zijn broer, wil hem omhelzen, hem kussen, zijn gevoelens uiten. Esau zet een stap die verzoening mogelijk maakt, die het mogelijk maakt om de misstanden uit het verleden opzij te zetten. Het opent het hart voor liefde en nieuwe mogelijkheden.

Esau doet dit allemaal! En hij ziet de overvloed van Jakobs bezittingen - zijn enorme kuddes en kuddes. Ook wij lezers zijn er, net als Jakob, zeker van dat nu Esau's ware, wraakzuchtige gezicht onthuld gaat worden, omdat wij, de lezers, Esau ook zien door de ogen van Jakob. Wij moeten de overblijfselen van de angst in ons opruimen. Angst zorgt ervoor dat Jakob een deel van zijn bezittingen als geschenk aanbiedt om zijn wandaden te compenseren.

En hoe reageert Esau? 'Maar Esau zei: Ik heb veel, mijn broer. Laat wat je hebt, van jou blijven.'
Met andere woorden: 'Ik heb alles wat ik nodig heb, ik leef in overvloed, ik heb het goed, ik ben vol vreugde, in mijn hart is er liefde. Ik ben niet boos. Ik heb lang geleden al vergeven. Ik heb overvloed mijn broer.

Is er een overvloed die overvloediger is dan deze houding? Om op elk moment te zien wat we hebben? In plaats van woede en oorlog te zien. In plaats van beledigd en angstig te zijn. Laten we erkennen wat we hebben, met een open hart. Van daaruit kunnen we ons hart vullen met liefdevolle gevoelens.

Met andere woorden, Esau zegt tegen Jakob: 'Genoeg van de angst, genoeg van het afscheid, ik vergeef je, broer. Ik wil een nieuwe bladzijde openen. Er zijn veel belangrijkere dingen in het leven.'

Esau wist hoe hij het weinige dat hij ontving moest nemen en ervan genieten - de bescheiden zegen die zijn vader Izaäk hem gaf, vergeleken met de zegen waarmee Izaäk Jakob zegende. Hij leerde op te houden met verge­lij­kingen te maken die ons naar helse diepten zuigen. Hij zette zijn pijnlijke gevoelens opzij en veran­derde het 'niet hebben' in een 'hebben'. Daaraan ontleende hij de kracht om te rennen en te omhelzen en zich te verheugen over de terug­keer van zijn broer. Hij begreep dat het beter is om een broer te verdienen en in vrede te leven. Dat is overvloed.

Hij besefte dat Jakobs voorraad niet ten koste ging van de zijne. Er is genoeg overvloed voor iedereen.

De reis van Jakob en Esau is voltooid. Een lang en pijnlijk afscheid komt tot een einde. Beiden leerden elkaar min of meer in het midden te ontmoeten. Beiden hebben eindelijk de les geleerd en zijn geslaagd voor de test waarvoor zij aanvankelijk waren gezakt.

Het is een les van de strijd tussen geest en materie. Zij hebben nu een goede kans om weer als broers samen te leven, in vrede.

Denk eraan: 'Maar Esau zei: Ik heb veel, mijn broer. Laat wat je hebt, van jou blijven.'
Dat is overvloed.

Voor een uitwerking van deze sidra voor een Bijbelleeskring, zie Genesis-31 en Genesis-32

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.