Shabbats­lezingen: Dit teken beschermt tegen de dood

vrijdag 7 januari 2022 |  Dov Chaikin, Redactie Israeltoday.nl
In de nacht voor de Uittocht uit Egypte kregen de Israëlieten de opdracht, een lam te slachten en het bloed op de deurposten te smeren. Dit verwees al naar het bloed van het ware Paaslam dat tijdens een latere Pesach voor alle mensen op het kruis zou worden vergoten tot vergeving van zonde.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Sidra Bo (Ga) zijn:

✡ Torahlezing: Exodus 10:1 – 13:16,
✡ Profetenlezing: Jeremia 46:13-28,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 9:14-29.

Lees de uitleg na de tekstgedeelten

Gedeelten uit de Torahlezingen
De HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron in het land Egypte: Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar. Spreek tot heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende dag van deze maand moet ieder voor zich een lam per familie nemen, een lam per gezin. Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er samen met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin woont, één nemen, overeenkomstig het aantal personen. U moet bij het lam rekening houden met wat ieder eten kan. U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen. U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond. En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen.

Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE. En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbij­gaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen. Deze dag moet voor u een gedenk­dag worden. U moet hem vieren als een feest voor de HEERE. U moet hem vieren als een eeuwige verordening, al uw generaties door.

Toen riep Mozes al de oudsten van Israël bijeen en zei tegen hen: Kies uit, en neem voor uzelf kleinvee voor uw gezinnen, en slacht het paaslam. Neem dan een bosje hysop en doop het in het bloed dat in een schaal is, en strijk van het bloed dat in de schaal is, op de boven­dorpel en op de beide deurposten. Maar wat u betreft, niemand mag de deur van zijn huis uit gaan, tot de volgende morgen. Want de HEERE zal het land doortrekken om Egypte te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de beide deurposten, dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen. Houd dit als verordening voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid. En het zal gebeuren, als u in het land komt dat de HEERE u geven zal, zoals Hij gesproken heeft, dan moet u deze dienst in acht nemen. En het zal gebeuren, als uw kinderen tegen u zullen zeggen: Wat betekent deze dienst voor u? dat u moet zeggen: Dit is een Pascha-offer voor de HEERE, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde. Toen knielde het volk en boog zich neer. De Israëlieten gingen weg en deden zoals de HEERE Mozes en Aäron geboden had, zo deden zij.
Exodus 12:1-7, 12-14, 21-28 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Daarna riep Hij ten aanhoren van mij met luide stem: Kom naar voren, u die de stad gaat straffen, ieder met zijn verdelgingswapen in zijn hand. En zie, zes mannen kwamen vanuit de richting van de Bovenpoort, die naar het noorden gekeerd is, ieder met zijn vernietigings­wapen in zijn hand. Eén Man in hun midden was gekleed in linnen met een schrijverskoker aan Zijn middel. Toen kwamen zij binnen en gingen naast het koperen altaar staan.
De heerlijkheid van de God van Israël verhief zich van boven de cherub waarop Hij rustte, naar de drempel van het huis, en Hij riep naar de Man Die in linnen gekleed was, Die de schrijverskoker aan Zijn middel had. En de HEERE zei tegen Hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden. Maar tegen die andere mannen zei Hij ten aanhoren van mij: Trek achter Hem aan door de stad, en dood! Ontzie niemand en heb geen medelijden. Dood ouderen, jongemannen en meisjes, kleine kinderen en vrouwen, om hen te gronde te richten. Raak echter niemand aan op wie het merkteken is. Begin vanuit Mijn heiligdom. Toen begonnen zij bij de oudere mannen die zich vóór het huis bevonden.

Ezechiël 9:1-6 (HSV).

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom. En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.

En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven. En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put. En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben. En tegen hen werd gezegd dat ze geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, of welke groene plant of welke boom dan ook, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden. En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang. Hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt.
Openbaring 7:1-4 en 9:1-5 (HSV).

Een teken dat beschermt tegen de dood

Van de drie bedevaartfeesten, Pasen (Pesach of Pascha), Pinksteren (Shavoe'ot) en het Loof­hutten­feest (Soekot), is Pesach extra bijzonder. Staan de andere feesten in verbinding met het jaargetijde, Pesach niet. Pesach is vooral verbonden met de bijzondere geschie­denis van het Joodse volk. Pesach is in feite het feest van de geboorte van de kinderen van Abraham, Isaak en Jakob als een echt volk, en dat gebeurde door een direct ingrijpen van God.

Op de veertiende dag van de eerste maand, wordt ter ere van de Heer het Pesach­offer bereid. (Leviticus 23:5). Pascha of Pesach betekent ‘voorbijgaan’. Het verwijst naar de nacht waarin de Heer de huizen van de Israëlieten voorbij­ging zodat ze bewaard bleven voor de toorn van God. Die nacht stierven alle eerst­geborenen in Egypte.

Het bloed van het Pesachoffer dat aan de deurposten van het huis van iedere Israëliet gestreken was, was een teken voor de Heer om dat huis en ieder die zich in dat huis bevond voorbij te gaan. Zonder dit bloed konden ze niet aan de dood ontkomen.

De Heer wist natuurlijk precies waar de Israëlieten woonden, ook zonder het zichtbare teken van het bloed. Maar de Heer maakte onder andere gebruik van dit teken om zijn volk gehoor­zaam­heid te leren. Hij wees zijn volk er toen al op dat een plaats­vervangend offer nodig is voor verzoening. ‘Want het bloed is de levenskracht van een levend wezen. Ik heb het jullie gegeven om er op het altaar de verzoeningsrite mee te voltrekken, want bloed kan, als levenskracht, verzoening bewerken.’ (Leviticus 17:11). Er werd toen al verwezen naar het bloed van het ware Paaslam dat op de toekomstige Pesach-avond voor alle mensen op het kruis zou worden vergoten tot vergeving van zonde.

Een betekenisvolle vooruitblik op het bloed van het Paaslam en een verzekering tegen vernietiging, vinden we ook in Ezechiël 9:4-6, waar een in linnen geklede man een merkteken moet aanbrengen op het voorhoofd van godvrezende mensen (vergelijkbaar met het Pesach­teken), zodat degenen die belast waren met de opdracht jong en oud te doden die het teken niet droegen, hen zouden overslaan.
Dezelfde symboliek komen we tegen in Openbaring 7:2,3 en 9:4 waar de dienaren van God aan hun voorhoofd zijn verzegeld.

Het Pascha in Exodus 12 en 13 werd reeds voor de wetgeving op de berg Sinaï als eerste feest ingesteld. Toen de Tien Geboden werden uitgevaardigd zei God van Zichzelf: ‘Ik ben de Heer uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd’ (Exodus 20: 2). Bij die bevrijding uit de slavernij riep God de kinderen van Israël op om zijn volk te zijn.

Eeuwen later grijpt God opnieuw in, op een moment dat de Joden deze verlossende daad herdachten. Deze keer bewerkte God een geestelijke bevrijding uit slavernij.

Dit artikel van Dov Chaikin verscheen eerder in het Israel Today Magazine van mei 2019. Klik hier voor een abonnement.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.