Shabbatslezingen: Heilzame samenwerking

vrijdag 31 december 2021 |  Anat Schneider, Redactie Israeltoday.nl
Tussen Mozes en Aaron - Staat en Kerk, zou je in deze tijd kunnen zeggen - was er een goede relatie, een heilzame samenwerking ten dienste van Gods bevrijding van het volk. Ook de band tussen koning Joas en de priester Jojada was tot zegen voor Juda.


De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Wa'era (En Ik verscheen) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 6:2 – 9:35,
✡ Profetenlezing: Ezechiël 37:15-28,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 16:1-21 .

Lees de uitleg na de tekstgedeelten

Gedeelten uit de Torahlezing
Het gebeurde op de dag dat de HEERE tot Mozes sprak in het land Egypte, dat de HEERE tot Mozes sprak: Ik ben de HEERE. Spreek tot de farao, de koning van Egypte, alles wat Ik tot u spreek.
Toen zei Mozes voor het aangezicht van de HEERE: Zie, ik ben niet welbespraakt. Waarom zou de farao dan naar mij luisteren?
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u voor de farao tot een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn. Ú moet alles wat Ik u gebieden zal tegen Aäron zeggen, en Aäron, uw broer, moet tot de farao spreken, dat hij de Israëlieten uit zijn land moet laten gaan.
Maar Ík zal het hart van de farao verharden en Mijn tekenen en Mijn wonderen in het land Egypte talrijk maken. De farao zal niet naar u luisteren, maar Ik zal Mijn hand op Egypte leggen en Mijn legers, Mijn volk, de Israëlieten, uit het land Egypte wegleiden onder zware strafgerichten. Dan zullen de Egyptenaren weten dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn hand over Egypte uitstrek en de Israëlieten uit hun midden wegleid.

Toen deden Mozes en Aäron zoals de HEERE hun geboden had. Dat deden zij. Mozes was tachtig jaar oud en Aäron drieëntachtig jaar oud toen zij tot de farao spraken. En de HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron: Als de farao tot u spreekt: Doe voor uzelf een wonderteken, dan moet u tegen Aäron zeggen: Neem je staf en werp die neer voor de farao; en de staf zal tot een slang worden. Toen kwamen Mozes en Aäron bij de farao en deden precies zoals de HEERE geboden had. Aäron wierp zijn staf neer voor de farao en voor zijn dienaren en hij werd tot een slang. Maar de farao op zijn beurt riep de wijzen en de tovenaars, en ook zij, de Egyptische magiërs, deden met hun bezweringen hetzelfde. Want ieder wierp zijn staf neer en zij werden tot slangen, maar de staf van Aäron verslond hun staven. Het hart van de farao verhardde zich echter, zodat hij niet naar hen luisterde, zoals de HEERE gesproken had.
Exodus 6:27 - 7:13 (HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
De hoofdstukken 11 en 12 van 2 Koningen beschrijven hoe koningin-moeder Athalia de koninklijke familie uitmoordt en zelf regeert. Maar een kleinzoon, Joas, wordt door zijn tante Joséba gered en in het huis van de Heer opgevoed en tijdens zijn koningschap onderwezen door de priester Jojada. Een heilzame samenwerking voor het land en voor de dienst aan God.

Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag dat haar zoon dood was, stond zij op en bracht heel het koninklijk nageslacht van het huis van Juda om. Maar Josabat, de dochter van de koning, nam Joas, de zoon van Ahazia, en nam hem weg uit het midden van de koningszonen die ter dood gebracht werden, en bracht hem en zijn voedster naar de linnenkamer. En Josabat, de dochter van koning Jehoram, de vrouw van de priester Jojada – zij was namelijk de zuster van Ahazia – verborg hem voor Athalia, zodat zij hem niet doodde. Hij bleef zes jaar bij hen verborgen in het huis van God, terwijl Athalia over het land regeerde.
In het zevende jaar verstevigde Jojada zijn positie, en hij betrok de bevelhebbers over honderd, Azarja, de zoon van Jeroham, Ismaël, de zoon van Johanan, Azarja, de zoon van Obed, Maäseja, de zoon van Adaja, en Elisafat, de zoon van Zichri, met zich in een verbond. Zij trokken rond in Juda en brachten de Levieten uit alle steden van Juda en de familiehoofden van Israël bijeen, en zij kwamen naar Jeruzalem. En heel de gemeente sloot een verbond met de koning in het huis van God. Jojada zei tegen hen: Zie, de zoon van de koning zal koning worden, zoals de HEERE met betrekking tot de zonen van David gesproken heeft.

En hij stelde heel het volk op rondom de koning, ieder met zijn wapens in zijn hand, van de rechterzijde van het huis tot de linkerzijde van het huis, in de richting van het altaar en in de richting van het huis. Daarna brachten zij de zoon van de koning naar buiten, zetten hem de diadeem op en gaven hem de getuigenis. Zij maakten hem koning en Jojada en zijn zonen zalfden hem en zeiden: Leve de koning!

Joas was zeven jaar oud toen hij koning werd en hij regeerde veertig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Zibja, uit Berseba. Joas deed wat juist was in de ogen van de HEERE, al de dagen van de priester Jojada. Jojada nam twee vrouwen voor hem, en hij verwekte zonen en dochters.
Hierna gebeurde het dat het in het hart van Joas was, het huis van de HEERE te vernieuwen. Hij riep de priesters en de Levieten bijeen, en zei tegen hen: Trek naar de steden van Juda, en breng geld van heel Israël bijeen om het huis van uw God te herstellen, wat van jaar tot jaar nodig is. Wat u betreft, zet spoed achter deze zaak.

2 Kronieken 22:10 - 23:3, 10-11 en 24:1-5 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Er was wat onrust in de jonge gemeente te Korinthe. De heen achtte Paulus hoger, die de gemeente had gesticht, de ander was meer gehecht aan de voorganger Apollos. Paulus wijst deze verdeeld­heid af: de een is niet meer dan de ander, het gaat om God die het werk door hen heeft gedaan.

En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn, maar als tot mensen die nog vleselijk zijn, als tot jonge kinderen in Christus. Ik heb u met melk gevoed en niet met vast voedsel, want u kon dat nog niet verdragen; ja, u kunt dat ook nu nog niet, want u bent nog vleselijk. Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens? Want als iemand zegt: Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos, bent u dan niet vleselijk? Wie is Paulus dan, en wie is Apollos, anders dan dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien. En hij die plant en hij die begiet, zijn één, maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen overeenkomstig zijn eigen inspanning. Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.
1 Korinthe 3:1-9 (HSV).

Wat verbindt mensen met elkaar?

Ik dacht onlangs na over de diverse verbindingen in mijn leven. Verbindingen in mijn hoofd tussen de creatieve rechter hersenhelft en de logische linker hersenhelft, en ook de verbinding tussen mijzelf en mijn geliefde, die in zowel mijn persoonlijke als beroepsmatige leven een partner is. Dit zette me aan het denken over wat het is dat mensen succesvol samenbrengt?

Zoals gewoonlijk had de Bijbel het antwoord. 'Zij zijn het die tot de farao, de koning van Egypte, spraken om de Israëlieten uit Egypte te leiden. Deze Mozes en Aäron zijn het.' (Exodus 6:26).

De tijd was gekomen om Israël te bevrijden uit de slavernij in Egypte, en twee mensen waren aangesteld voor die taak - Mozes en Aäron. Broers, ja, maar van elkaar vervreemde broers, die het grootste deel van hun leven weinig contact met elkaar hadden gehad. En toch kwamen zij harmonieus samen om het volk Israël uit de slavernij te leiden. Beiden waren van cruciaal belang voor het proces, en daarom was de band tussen hen van het grootste belang. Zij werden bijna als één geheel gezien en dienden een gemeenschappelijk doel; hun namen werden gewoonlijk in één adem genoemd, zoals in het bovenstaande vers.

Vanaf het moment van hun hernieuwde verbinding tot aan de dood van Aäron, vermeldt de Bijbel geen ruzie of twist tussen de twee. Zelfs in het verhaal van het Gouden Kalf vraagt Mozes wat er gebeurd is, en Aäron geeft een antwoord, einde discussie!

Hoe is zo'n band mogelijk tussen twee mensen die, in dit geval, bijna volkomen vreemden zijn? En niet zomaar een verbinding, maar een die erin slaagde de grootste koning ter wereld te onder­werpen, een heel volk naar de vrijheid te leiden, en talrijke over­weldi­gende crises te over­winnen. Zo'n band is alleen mogelijk wanneer beide partijen in zichzelf geloven, en beiden God centraal stellen. Wanneer beide partijen in staat zijn zichzelf te zijn zonder afgunst op de ander, wanneer ieder zijn gaven en zwakheden kent, kunnen zij hun rollen vervullen en als één handelen tot nut van iedereen.

Ondanks het feit dat Mozes was aangesteld om te leiden, kon hij zijn rol niet vervullen zonder Aäron. En Aäron was een vredestichter, maar onder slavernij was vrede niet haalbaar. Hoewel ze zo verschillend waren, verbonden ze zich wonderwel. Iedereen heeft de ander nodig om zijn of haar bestemming te vervullen, maar daarvoor is wederzijds respect nodig.

Wanneer beide partijen in staat zijn dit soort respect te bieden, is er harmonie, en is er geen grens aan wat bereikt kan worden.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.