Hoe moeten we dan leven?

donderdag 15 oktober 2020 |  David Lazarus
Ik heb veel christenen, en zelfs enkele Messiaanse Joden, horen zeggen dat ‘wij niets te leren hebben van de Joden of hun dode wettelijke godsdienst, maar zij hebben alles van ons te leren.’

Deze elitaire en exclusieve houding heeft niet alleen onze Joodse broeders en zusters de rechtvaardige en eerlijke toegang tot het ware evangelie van Jezus Christus ontzegd, maar heeft de kerk ook ontdaan van veel van haar eigen rijke erfgoed als erfgenamen van het geloof van onze vader Abraham.

Veel van het anti-Joodse en antizionisme dat vandaag de dag in veel kerken wordt aangetroffen, is direct terug te voeren op deze negatieve houding ten opzichte van de Joden en het Joodse geloof. Veel van het kwade bloed tussen Joden en christenen is het resultaat van de ongelukkige beslissing van de kerk om de Joodse Schriften het ‘Oude Testament’ te noemen. Deze titel veronderstelt dat de Hebreeuwse Bijbel passé is, verouderd en irrelevant. Het zou zoveel beter zijn geweest als het christendom een naam als ‘Eerste’ of ‘Oorspronkelijke’ Testament had gebruikt. Want in de wereld van het Oorspronkelijke Testament vinden we een geloof dat volledig onaangetast is door een Griekse of hellenistische geest, en dat volledig gebaseerd is op een Hebreeuws fundament, dat op zijn beurt het Nieuwe Testament en de onderwijzingen van Jezus ondersteunt. Er is geen andere weg om het geloof in het Nieuwe Testament te begrijpen dan via de Hebreeuwse Schriften.

De Hebreeuwse Schriften zijn door God ingegeven, gezaghebbend en ‘nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid’ (2 Tim. 3:16). De Joodse Schriften geven ons de moed om de toekomst onder ogen te zien. ‘Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften (OT) de hoop zouden behouden’ (Rom. 15:4). Moeten wij het Oude Testament met minder waardering bekijken dan Jezus, Paulus en de vroege kerk dat deden?

Jezus en Zijn volgelingen dachten, spraken en leefden in een Joodse wereld. Denken we dat we het christelijk geloof kunnen begrijpen, als we het fundament zelf van wat het betekent om een volgeling van de Joodse Messias te zijn, zoals in de Joodse Schriften wordt verteld, verwerpen? En toch is Nieuw Testamentisch Grieks een vereiste cursus op elk serieus christelijk seminarie in de wereld, terwijl Bijbels Hebreeuwse studies slechts in een paar gevallen te vinden zijn.

Hier zijn een paar voorbeelden van hoe het begrijpen van de Hebreeuwse achtergrond onmisbaar is voor het geloof in het Nieuwe Testament en het volgen van de onderwijzingen van Jezus.

Doel gemist, of bijna verloren?

‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God,’ schrijft Paulus in Rom. 3:23. Dit is geen nieuwe theologie, maar komt voort uit de achtergrond van de apostel in het Jodendom. De Hebreeuwse Schriften leren: ‘er is immers geen mens die niet zondigt’ (1 Koningen 8:46). Het rabbijnse Jodendom vertelt ons ook dat Adam ‘viel’ uit de aanwezigheid van God. Het idee om zonde te zien als ‘vallen’, is een Joods begrip dat wordt weerspiegeld in het belangrijkste Hebreeuwse woord voor zonde, ‘chet’. De term wordt gebruikt in de wereld van het boogschieten en betekent ‘het doel missen’ of ‘het doel niet bereiken’. Bijvoorbeeld wanneer een steen die uit een katapult wordt geschoten, niet in de roos terechtkomt.

De rest van dit artikel kunt u lezen in het novembernummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.