Israëlisch juriste over Trump's 'utopische' vredesplan (1)

maandag 27 juli 2020 |  Tsvi Sadan
Talia Einhorn is een gerenommeerd deskundige op het gebied van rechtstaat en democratie. Zij bespreekt de juridische kanten van het ontstaan van Israël en beoordeelt het vredesplan van president Trump. Vandaag deel 1, het Britse mandaat en het VN-delingsplan.

Resoluties van de Algemene Vergadering van de VN zijn alleen ‘bindend’ als beide partijen ermee instemmen. Op het moment dat de Arabieren resolutie 181 (het Delings­plan) verwierpen, werd deze ongeldig. (Foto: Amir Levy/Flash90)..

Talia Einhorn, hoogleraar constitutioneel recht aan de Ariel Universiteit, is een gerenommeerd deskundige op het gebied van rechtstaat en democratie, die haar een plaats heeft verdiend als erelid van de International Academy of Comparative Law, en als lid van de wetenschappelijke raad van de Interdisciplinary Association of Comparative and Private International Law; de German Society of International Law; en de American Society of International Law. Zij was ook lid van de Internationale Adviescommissie die de Commissie voor de hervorming van het internationaal privaatrecht van de Republiek China (2005) raadpleegde, en de lijst is nog langer.

Ondanks haar indrukwekkende curriculum vitae blijft Talia Einhorn (68) benaderbaar, aangenaam en vooral fascinerend. Haar kennis en expertise leveren onschatbare inzichten op, en als ze niet als 'politiek rechts' werd bestempeld, had ze een van de invloedrijkere juristen in Israël kunnen zijn. Niettemin bleek Einhorn, een zeldzame verschijning in het Israëlische juridische milieu, een kracht waarmee rekening moest worden gehouden bij het bestrijden van de nieuw-Zionistische, moderne trends die ons rechtssysteem in het algemeen en ons Hooggerechtshof in het bijzonder domineren.

Hoewel haar kennis van het Israëlische rechtssysteem uitgebreid en verhelderend is, heb ik haar voor dit interview gevraagd om zich te concentreren op de kansen die het baanbrekende vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump zal realiseren. Maar een korte historische omweg is nodig als je echt wilt begrijpen wat het nieuwe Amerikaanse vredesplan inhoudt.

Israël Today: Velen in Israël zijn vandaag voormalig linksen. Bent u er één van?

Einhorn: Ik ben opgegroeid in het milieu van de Arbeidspartij, al was mijn vader wat we vandaag de dag liberaal noemen. Hij geloofde in een vrije markt in een tijd dat het hier ondenkbaar was. Dit was ooit het grootste verschil tussen de socialistisch links en rechts. Deze twee links-rechts dualiteit maakte deel uit van mijn opvoeding in een huis dat me had aangemoedigd om zelfstandig te denken.

De Zesdaagse Oorlog, die ons bijna van de ene op de andere dag naar de plaatsen bracht waarvan we altijd al gedroomd hadden - de Oude Stad van Jeruzalem, de Westelijke Muur - was voor mij een vormende gebeurtenis. Dit was het moment waarop ik voor het eerst voelde, ik was 15, hoe diep de band was tussen het volk Israël en het land Israël. Destijds was de Arbeidspartij hartstochtelijk zionistisch. Het huidige idee, dat zionisme gelijk gesteld kon worden met racisme was nooit in iemands hoofd gekropen. Dus, ideologisch gezien, heb ik altijd het zelfde standpunt gehouden. Ik was en ben nog steeds een klassieke liberale Zionist.

Prof. Talia Einhorn.

Nadat president Trump afgelopen mei 2020 zijn vredesplan onthulde, zei de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Josep Borrell, dat op basis van resolutie 242 van de VN-Veiligheidsraad ‘de annexatie van elk bezet Palestijns gebied in strijd is met het internationaal recht’, een standpunt dat ook door de huidige Israëlische linkerzijde wordt gedeeld. Heeft hij gelijk als hij zegt dat de Israëlische bezetting illegaal is?

Om de internationale juridische status van Israël te begrijpen moet men teruggaan tot 1920, toen de geallieerden het Ottomaanse Rijk verdeelden en mandaten vestigden in het Midden-Oosten. Groot-Brittannië kreeg het mandaat om het land Israël te besturen, inclusief het huidige Jordanië, zodat het Joodse volk op basis van de erkenning van de historische band van het Joodse volk met het land Israël in staat zal zijn om zijn nationale tehuis in dat land te herstellen.
Met dit doel voor ogen heeft de Conferentie van San Remo in 1920 van de Hoge Raad van Geallieerde Machten het mandaat over het land Israël aan het Britse Rijk toevertrouwd, zodat het land onder zulke politieke, administratieve en economische voorwaarden wordt geplaatst dat het de vestiging van het Joodse nationale tehuis in het land Israël kan waarborgen.


In San Remo erkenden de naties van de wereld de wettelijke historische aanspraak van het Joodse volk op het Land Israël. (Foto: Public Domain).

Het besluit van de geallieerden werd bevestigd door de Volkenbond in 1922 en opnieuw in het Verdrag van Lausanne van 1923. Kort voor de ratificatie van het Mandaat in 1922 werd artikel 25 toegevoegd, dat het Britse Mandaat de bevoegdheid gaf om ‘de toepassing van de bepalingen van het Mandaat uit te stellen of niet toe te passen op de gebieden ten oosten van de rivier de Jordaan’. In de praktijk heeft Groot-Brittannië deze gebieden (die ongeveer 76% van het oorspronkelijke mandaatgebied vormden) definitief losgekoppeld.
Ten slotte werden de rechten van het Joodse volk in het kader van het Mandaat gehandhaafd in artikel 80 van het VN-Handvest, dat in 1945 werd opgesteld, ondanks de druk van de Arabische landen (Egypte, Syrië en Irak) om het tegendeel te doen.

De VN-delingsresolutie 181 (II) uit 1947 adviseerde tot de verdeling van het land Israël in een Joodse Staat en een Arabische Staat, die verbonden zijn in een economische unie, met een speciaal bestuur voor de stad Jeruzalem.
Volgens de verdelings­resolutie zou elk van de Staten een verklaring moeten onder­tekenen dat zij de voorwaarden van de resolutie ten uitvoer zou leggen. Volgens het internationaal recht zijn de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in ieder geval niet-bindende aanbevelingen en hun rechtsgeldigheid hangt af van de aanvaarding ervan door de partijen.

Terwijl de voorlopige Israëlische regering de secretaris-generaal van de VN in kennis stelde van haar bereid­heid om de verklaring te ondertekenen, verwierpen de Arabische landen deze niet alleen, maar vielen ze met hun legers Israël binnen in een poging om de oprichting van een Joodse Staat te dwarsbomen.
In de loop van de Onaf­hankelijk­heids­oorlog van 1948 veroverde Israël gebieden die in het verdelingsplan niet aan haar waren toegewezen, en paste het zijn wet toe op deze gebieden.

Voorafgaand aan zijn toelating als lid van de Verenigde Naties werd aan Israël gevraagd, of het zijn bereidheid wilde herhalen om de verklaring te ondertekenen. Het antwoord van Israël was, dat na de invasie door de Arabische naties en de Onaf­hankelijk­heids­oorlog die ze aan Israël hadden opgedrongen, de enige geschikte manier om de grenzen van Israël vast te stellen een overeenkomst tussen Israël en de buurlanden zou zijn. Inderdaad werd in geen van de toekomstige resoluties over het Arabisch-Israëlische conflict de delings­resolutie genoemd.

Opmerkelijk is dat de wapen­stilstands­akkoorden uitdrukkelijk bepaalden dat de scheids­lijnen van de wapen­stilstand (de zogenaamde ‘groene lijn’) in geen enkele zin mochten worden geïnter­preteerd als een politieke of territoriale grens.
Hoewel Israël als lid van de VN was geaccepteerd, werden de grenzen met Egypte en Jordanië dus pas bepaald na de vredes­akkoorden die in 1979 en 1994 met deze landen werden ondertekend, en de grenzen met de andere Arabische buurlanden zijn tot op de dag van vandaag nog niet bepaald.
(Wordt vervolgd).

Wilt u meer nieuws over Israël ontvangen? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuws­brief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.