Shabbats­lezingen: Verricht de u opgedragen taak

vrijdag 17 juli 2020 |  Redactie Israeltoday.nl
18 juli Wanneer God je een taak opdraagt, moet je die van harte en bereidwillig volbrengen, dan zal God er zijn zegen over geven en je er de kracht en wijsheid voor geven. Dat ondervonden de stammen Gad en Ruben, de profeet Jeremia, en de jonge voorganger Timotheüs.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Mattot (Stammen) + Masse (Tochten) zijn:

✡ Torahlezing: Numeri 30-36,
✡ Profetenlezing: Jeremia 2:4-28,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Handelingen 9:1-22 + Jakobus 4:1-12.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
De stammen Gad en Ruben bezaten veel vee, en vonden het Overjordaanse land heel geschikt voor hun grote kudden. Mogen wij hier blijven? vroegen zij. 'Uw broeders zullen ten strijde trekken, en u wilt zelf hier blijven? Waarom zou u dan het hart van de Israëlieten onwillig maken om over te steken naar het land dat de HEERE hun gegeven heeft? vroeg Mozes hen.

Toen naderden zij tot [Mozes] en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen. Maar wijzelf zullen ons toerusten [voor de strijd], ons voor de Israëlieten uit haasten, totdat wij hen op hun plaats gebracht hebben. Onze kleine kinderen echter zullen in de versterkte steden blijven vanwege de inwoners van het land. Wij zullen niet terugkeren naar onze huizen, voordat iedere Israëliet zijn erfelijk bezit ontvangen heeft. Wij zullen immers niet met hen aan de overzijde van de Jordaan, en verderop, erfelijk bezit ontvangen, want ons erfelijk bezit valt ons ten deel aan deze zijde van de Jordaan, waar de zon opkomt.
Toen zei Mozes tegen hen: Als u deze zaak doen zult, als u uzelf voor het aangezicht van de HEERE voor de strijd zult toerusten, en elke man van u die toegerust is [voor de strijd], de Jordaan zal oversteken voor het aangezicht van de HEERE, totdat Hij Zijn vijanden van voor Zijn aangezicht heeft verdreven, en het land voor het aangezicht van de HEERE onderworpen is, dan zult u terugkeren en onschuldig zijn voor de HEERE en voor Israël; en dit land zal u tot bezit zijn voor het aangezicht van de HEERE. Maar als u dit niet zo doet, zie, dan hebt u tegen de HEERE gezondigd; weet dan dat uw zonde u zal vinden! Bouw steden voor uw kleine kinderen en kooien voor uw schapen, en doe wat over uw lippen gekomen is.

(Merk op, dat Gad en Ruben eerst hun vee noemen; Mozes noemt eerst hun kleine kinderen)
Numeri 32:16-24 (HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
Na hun inzet voor de verovering van het Beloofde Land, mochten de stammen Ruben en Manasse genieten van de rust in het door hen gekozen vruchtbare land.
Jeremia had een stevige aansporing nodig om Gods roeping als profeet te volgen – maar hij ging, en sprak Gods woorden.

Toen riep Jozua de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse, en hij zei tegen hen: Wat u betreft, u hebt alles in acht genomen wat Mozes, de dienaar van de HEERE, u geboden heeft, en u hebt in alles wat ik u geboden heb naar mijn stem geluisterd. U hebt deze lange tijd uw broeders niet verlaten, tot op deze dag, en u hebt de voorschriften met betrekking tot het gebod van de HEERE, uw God, in acht genomen. Nu heeft de HEERE, uw God, uw broeders echter rust gegeven, zoals Hij hun toegezegd had. Keer daarom nu terug, en ga naar uw tenten, naar het land dat uw bezit is.

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend; voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd. Ik heb u aangesteld tot een profeet voor de volken. Toen zei ik: Ach Heere HEERE, zie, ik kan niet spreken, want ik ben nog maar een jongen. Maar de HEERE zei tegen mij: Zeg niet: Ik ben nog maar een jongen, want overal waarheen Ik u zenden zal, zult u gaan, en alles wat Ik u gebieden zal, zult u spreken.

Als u zich in de dag van benauwdheid slap opstelt, is uw kracht beperkt. Red hen die opgepakt zijn om te sterven, wee als u zich afzijdig houdt van wie wankelend ter slachting gaat. Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten, zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken? Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Híj het niet weten? Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk.
Jozua 22:1-4a, Jeremia 1:4-7, Spreuken 24:10-12 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Sta in je opdracht, zegt Paulus tegen zijn leerling Timotheüs, die voorganger is van een van de jonge christengemeenten. Je kunt het, door zijn heilige Geest heeft God je genadegave geschonken die je nodig hebt.

Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God die in u is door de oplegging van mijn handen, aan te wakkeren. Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid. Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere, en ook niet voor mij, Zijn gevangene, maar lijd met mij verdrukking om het Evangelie, over­een­komstig de kracht van God. Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet over­een­komstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie,
2 Timotheüs 1:6-10 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.