Israël rouwt om voormalige opperrabbijn Bakshi-Doron

Monday, April 13, 2020 |  Ryan Jones
De hele Israëlische natie is in diepe rouw was na het overlijden van een van haar meer controversiële voormalige opperrabbijnen, zei premier Benjamin Netanyahu maandag. Rabbijn Eliyahu Bakshi-Doron, Sefardisch opperrabbijn van Israël van 1993-2003, overleed in de nacht aan het Covid-19-virus.

'Zijn essentie was die van de rede, verdraagzaamheid en liefde voor het volk en de Staat [van Israël],' zei Netanyahu over Bakshi-Doron. 'Ik ben in diepe rouw, samen met het hele volk van Israël,' vervolgde de premier.

Hoewel de woorden van Netanyahu inderdaad oprecht kunnen zijn, is het twijfelachtig dat alle andere Israëli's hetzelfde voelen, vooral bij zijn eigen ultraorthodoxe gemeenschap. Rabbijn Bakshi-Doron was nooit bang om tegen de stroom in te gaan, maar hij was het meest omstreden tijdens zijn 10 jaar als opperrabbijn.

In 1996 vergeleek hij het Reform Jodendom met de Bijbelse Zimri, die in Numeri 25 wordt beschreven als een prins in de stam Simeon en een van de belangrijkste aanstichters van de assimilatie van Israël met het volk van Moab en de aanbidding van hun god, Baäl-Peor. De woede van de HEER tegen Israël kalmeerde uiteindelijk toen de priester Pineas zowel Zimri als de Moabitische vrouw, met wie hij sliep, doodde.
Drie jaar later, in 1999, kwam Bakshi-Doron terug op het onderwerp met zijn verklaring, dat het Reform Jodendom het Joodse volk meer kwaad had gedaan dan de nazi-holocaust.

In 1998 en 2000 veroorzaakte de Sefardische opper­rabbijn van Israël opnieuw opschudding, toen hij eerst een ontmoeting had met de Turkse moslim-geestelijke Fethullah Gulen en later met paus Johannes Paulus II. Deze ontmoetingen markeerden het begin van een lange campagne van interreligieuze dialoog. Veel ultraorthodoxe Joden beklaagden zich over Bakshi-Doron, omdat in hun ogen religieuze samenwerking met moslims en christenen neerkomt op godslastering.

Eveneens in het jaar 2000 mengde Bakshi-Doron zich in de politieke arena, door Israël aan te moedigen om tegemoet te komen aan enkele van de verdergaande eisen van de Palestijnse Arabieren.

Hoewel bij ongetwijfeld een religieuze zionist was, zei Bakshi-Doron niettemin op een bijeenkomst van de Joodse gemeenschap van Singapore dat hij er voorstander van was, dat de Palestijnen hun hoofdstad aan de oostelijke kant van Jeruzalem mogen vestigen, zolang Israël de soevereiniteit over de Tempelberg behield.

Evenens in 2000, een groot jaar voor Bakshi-Doron, veroorzaakte hij nog meer controverse onder de ultraorthodoxen, door een tijdelijke oplossing te vinden voor de shmita, het bijbelse shabbatsjaar waarin de Israëlische boeren het land moeten laten rusten. Samen met andere Sefardische en religieuze zionistische rabbijnen stond Bakshi-Doron toe dat Joodse boeren hun land symbolisch aan niet-Joden verkochten, terwijl ze hun gewassen bleven verbouwen.

Enkele jaren later, in 2012, werd Bakshi-Doron aangeklaagd voor zijn rol in wat bekend stond als 'de zaak van de rabbijnen'. Hij werd later (in 2017) veroordeeld omdat hij in zijn tijd als opperrabbijn certificaten van ordinatie tot rabbijn en opleiding aan een yeshiva aan zo'n 1500 politieagenten had toegekend. Deze ordinaties en certificaten staan gelijk aan graden van het hoger onderwijs in Israël, en verplichten dus tot een hoger salarisniveau voor de ambtenaren.

Sommigen argumenteerden, dat Bakshi-Doron bezig was met een rechtvaardige daad van burgerlijke ongehoorzaamheid, en niet met corruptie, door de onderbetaalde politieagenten van Israël te helpen. Maar dat verhinderde niet, dat hij tot een jaar voorwaardelijk en een boete van 250.000 shekel werd veroordeeld.

Rabbijn Elijahu Bakshi-Doron is deze maandag in kleine familiekring bijgezet in de Jeruzalemse begraafplaats Har HaMenoechot in Givat Sha’oel.

Wilt u meer nieuws over Israël ontvangen? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuws­brief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.