Shabbatslezingen: God heeft de blijmoedige gever lief

vrijdag 20 maart 2020 |  Redactie Israeltoday.nl
Evenals vorig week gaat het deze week over geven. God wil ons betrekken bij zijn werk op aarde. Met blijdschap mogen we bijdragen aan de bouw van de Tabernakel, het onderhoud van de Tempel, het levensonderhoud van de gemeente in Jeruzalem.

De komende shabbat worden twee series Bijbel­ge­deelten gelezen, Wayachel (En hij deed samenkomen) en Pekoede (Dit zijn de kosten):
✡ Torahlezing: Exodus 35:1 – 40:38,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 7:40 – 8:21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 8:1-13 en 9:1-10.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Na een enkele oproep van Mozes brengt het volk Israël bereidwillig voorwerpen van goud, zilver en koper, wollen stoffen en huiden, edelstenen en acaciahout, alles wat nodig is voor de bouw van de Tabernakel, zelfs meer dan nodig was.

Verder sprak Mozes tot heel de gemeenschap van de Israëlieten: Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft: Neem uit dat wat u hebt, een hefoffer voor de HEEREHEERE. Ieder die gewillig van hart is, moet het brengen als hefoffer voor de HEEREHEERE: goud, zilver en koper, blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol, fijn linnen en geitenhaar, roodgeverfde ramshuiden, zeekoeienhuiden en acaciahout, olie voor de lamp, specerijen voor de zalfolie en specerijen voor het geurige reukwerk; onyxstenen en andere edelstenen als opvulling voor de efod en de borsttas.

Toen ging heel de gemeenschap van de Israëlieten bij Mozes weg, en ze kwamen terug: ieder wiens hart hem daartoe bewoog en ieder wiens geest hem gewillig maakte. Ze brachten het hefoffer voor de HEERE ten behoeve van het werk aan de tent van ontmoeting, voor al het dienstwerk daarin en voor de geheiligde kledingstukken. Zo kwamen ze, de mannen en de vrouwen. Ieder die gewillig van hart was, bracht sierspelden, oorringen, zegelringen, halssieraden en allerlei gouden voorwerpen. Ja, iedereen die de HEERE een beweegoffer van goud bracht, en iedereen bij wie blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol, fijn linnen, geitenhaar, roodgeverfde ramshuiden en zeekoeienhuiden te vinden was, die bracht ze. Ieder die een hefoffer van zilver of koper bracht, bracht dat als hefoffer voor de HEERE; en ieder bij wie acaciahout gevonden werd, bracht het voor al het werk ten behoeve van de dienst.

Toen kwamen alle vaklieden die allerlei werk voor het heiligdom deden, man voor man, van het werk waarmee ze bezig waren, en ze zeiden tegen Mozes: Het volk brengt veel, meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen. Toen gaf Mozes bevel dat men een boodschap door het kamp zou laten gaan: Laat geen man of vrouw nog werk verrichten voor het hefoffer voor het heiligdom. Zo werd het volk ervan weerhouden om nog meer te brengen. Want het materiaal was voldoende voor hen om er al het werk mee te kunnen verrichten, ja, er bleef over.
Exodus 35:4-9, 20-24 en 36:4-7 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Na jarenlange verwaarlozing van Gods Huis in Jeruzalem, onder koningen die niet aan God waren toegewijd, laat de jonge koning Joas het geld dat in de tempel wordt gebracht in een kist verzamelen en gebruiken voor enig ‘achterstallig onderhoud’.

Toen nam de priester Jojada een kist, boorde een gat in het deksel ervan en zette die naast het altaar, aan de rechterkant als men het huis van de HEERE binnenkomt; en de priesters die de deurwacht hadden, deden daar al het geld in dat in het huis van de HEERE gebracht werd. Het gebeurde nu, wanneer zij zagen dat er veel geld in de kist was, dat de schrijver van de koning met de hogepriester kwam; zij deden het geld dat in het huis van de HEERE aangetroffen werd, in buidels en telden het. Zij gaven het afgewogen geld in handen van de uitvoerders van het werk die aangesteld waren over het huis van de HEERE. Die betaalden het uit aan de timmerlieden en aan de bouwlieden die aan het huis van de HEERE werkten, en aan de metselaars en de steenhouwers. Die gebruikten het om hout en gehouwen stenen te kopen om daarmee te herstellen wat er aan het huis van de HEERE bouwvallig was, en voor alles wat er voor het huis werd uitgegeven om het te herstellen.
2 Koningen 12:9-12 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
‘Wie karig zaait, zal ook karig oogsten’, schrijft Paulus aan de christengemeente in Kortinthe in zijn aanbeveling van de collecte voor de gemeente in Jeruzalem. En geef niet uit dwang, maar uit liefde, ‘want God heeft een blijmoedige gever lief‘.

En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten. Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief. En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk. Zoals geschreven staat: Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid. Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen. Zo zult u in alles rijk worden, in staat tot alle vrijgevigheid, die door middel van ons dankzegging aan God teweeg­brengt. Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God,
2 Korinthe 9:6-12 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.