Shabbats­lezingen: Voor God is iedereen gelijk

Friday, March 13, 2020 |  Redactie Israeltoday.nl
Het gaat deze week over het betalen van een losprijs bij het houden van een volkstelling, opdat er geen plaag over het volk komt. Die losprijs werd tot een jaarlijkse heffing voor de Tempel, die ook Jezus betaalde. Een heffing die voor ieder gelijk was, en ons oproept om elkaar ook gelijk te behandelen.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Ki Tisa (Wanneer u heft) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 30:11 – 34:35,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 18:1-39,
✡ Extra lezing op Shabbat Parah (Koe) Numeri 19:1-22,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: 2 Korinthe 3:1-18.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Bij een telling van het volk moest iedere geteld een halve shekel betalen als losgeld voor zijn leven. De rijke niet meer, de arme niet minder, voor God zijn zij allen gelijk. Behandel elkaar dus ook gelijk, zonder aanzien des persoons!.

Verder sprak de HEERE tot Mozes: Wanneer u het aantal Israëlieten opneemt, volgens hun tellingen, dan moet ieder bij hun telling aan de HEERE een losgeld geven voor zijn leven, opdat er bij hun telling geen plaag over hen komt. Dit moeten allen die bij de getelden gaan behoren, geven: een halve sikkel, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom (de sikkel is twintig gera [waard]), een halve sikkel als een hefoffer voor de HEERE. Al wie bij de getelden gaat behoren, van twintig jaar oud en daarboven, moet het hefoffer voor de HEERE geven. De rijke mag niet meer en de arme niet minder geven dan een halve sikkel, als u het hefoffer voor de HEERE geeft om voor uw leven verzoening te doen. U moet het geld ter verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst van de tent van ontmoeting. Het moet een herinnering voor de Israëlieten zijn voor het aangezicht van de HEERE, om voor uw leven verzoening te doen.
Exodus 30:11-16(HSV).

Gedeelten uit de Profetenlezing
Waarom kwam Gods toorn over David na deze volkstelling? Was het omdat hij mensen telde, in plaats van geldstukken? Zocht David hiermee zijn eigen eer, wilde hij pronken met hoe machtig hij was?

De toorn van de HEERE ontbrandde opnieuw tegen Israël. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: Ga Israël en Juda tellen. Toen zei de koning tegen Joab, de legerbevelhebber, die bij hem was: Trek toch rond door alle stammen van Israël, van Dan tot Berseba, en tel het volk, zodat ik het aantal mannen van het volk weet. Toen zei Joab tegen de koning: Moge de HEERE, uw God, er aan dit volk honderdmaal meer toevoegen dan er nu zijn, terwijl de ogen van mijn heer de koning het zien – maar waarom verlangt mijn heer de koning dit? Het woord van de koning was echter te sterk voor Joab en de bevelhebbers van het leger. Dus ging Joab bij de koning weg, met de bevelhebbers van het leger, om het volk, Israël, te tellen.

Het hart van David bonsde in hem, nadat hij het volk geteld had. En David zei tegen de HEERE: Ik heb zwaar gezondigd in wat ik gedaan heb. Maar nu, HEERE, neem de ongerechtigheid van Uw dienaar toch weg, want ik heb heel dwaas gehandeld. Toen David 's morgens opstond, kwam het woord van de HEERE tot de profeet Gad, de ziener van David: Ga op weg en spreek tot David: Zo zegt de HEERE: Drie dingen leg Ik u voor; kies er voor u één van uit, dan zal Ik dat bij u doen. Zo kwam Gad bij David. Hij maakte hem dit bekend en zei tegen hem: Zal er zeven jaar hongersnood over u komen in uw land? Of wilt u drie maanden vluchten voor uw vijanden, terwijl die u achtervolgen? Of zal er drie dagen pest in uw land zijn? Welnu, overweeg dit en zie wat voor antwoord ik Hem Die mij gezonden heeft, moet brengen. Toen zei David tegen Gad: Het benauwt mij zeer. Laten wij toch in de hand van de HEERE vallen, want Zijn barmhartigheid is groot. Laat mij echter niet in de hand van mensen vallen.
2 Samuel 24:1-4 en 10-14 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Betalen jullie de Tempelbelasting? werd aan Petrus gevraagd. Die was gebaseerd op de heffing uit Exodus 30, waar ieder geteld persoon eenכֹּפֶר kofer, losprijs, moest betalen. Dat vond plaats in Kapernaüm, in het Hebreeuws כפר נחום kfar nachoem, dat je als Dorp van troost, of Losprijs van troost kunt vertalen. Wat een mooie naam voor de stad waarin Jezus woonde!

Toen zij Kapernaüm binnengekomen waren, gingen zij die de twee drachmen inden, naar Petrus toe en zeiden: Betaalt uw Meester de twee drachmen niet? Hij zei: Jawel. En toen hij in huis gekomen was, was Jezus hem voor en zei: Wat denkt u, Simon? De koningen van de aarde, van wie ontvangen zij tol of belasting, van hun zonen of van vreemden? Petrus zei tegen Hem: Van vreemden. Jezus zei tegen hem: Dan zijn de zonen dus vrijgesteld. Maar om hun geen aanstoot te geven: ga naar de zee, werp een vishaak uit, en pak de eerste vis die bovenkomt. Doe zijn bek open en u zult een stater [= vier drachmen] vinden. Neem die en geef hem aan hen voor Mij en voor u.
Matteüs 17:24-27 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.