De ware voedingsbodem van Palestijnse haat tegen Israël

maandag 10 februari 2020 |  Yochanan Visser
Israël ging en gaat nog steeds door een nieuwe golf van Palestijnse terreur: Palestijnse terroristen voerden aanvallen uit met mortieren, raketten, brandballonnen, een auto, geweren en handwapens, en ook met messen.

De nieuwe golf van terreuraanslagen begon nadat de Amerikaanse president Donald J. Trump zijn langverwachte visie op het oplossen van het eeuwenoude Palestijns-Israëlische conflict had gepubliceerd. Deze nieuwe golf werd aangewakkerd door ophitsing van de leiders van de Palestijnse Autoriteit, Machmoud Abbas en Hamas, die de Palestijnse Arabieren openlijk aanmoedigden de confrontatie met de zionistische vijand aan te gaan.

Volgens de ervaren Israëlische journalist Tal Lev Ram begeleidde Hamas de lone wolf-aanvallen en handelde de terreurorganisatie hoogstwaarschijnlijk op bevel van het Iraanse regime. Op woensdag sprak de Iraanse hoogste leider, Ayatollah Ali Khamenei, over het plan van Trump en de acties die Palestijnse terreurgroepen moeten ondernemen na de publicatie van het nieuwe Amerikaanse vredesplan. Hij noemde het plan van Trump ‘dwaas’ en zei dat het vredesplan zou sterven voordat de Amerikaanse president zal overlijden.
‘Dit plan is tekenend voor de wreedheid en manipulatie van de VS. Ze zijn gekomen om met de Zionisten te onderhandelen over wat aan de Palestijnen toebehoort,’ zei Khamenei. Hij voegde eraan toe dat ‘Palestina aan de Palestijnen toebehoort.’ Khamenei schreef later een Tweet waarin hij de Palestijnse Arabieren opriep een Jihad te lanceren om de zionistische vijand uit ‘Palestina’ te verdrijven. De ‘remedie’ voor Trump's plan is ‘dapper verzet door de Palestijnse natie en groepen om de zionistische vijand en de VS te verdrijven door middel van de jihad,’ tweette Khamenei.

Als we de manier waarop Israëlische Arabieren zich tegenover de Joodse Staat gedragen vergelijken met het gedrag van hun broeders in Gaza, Judea, Samaria en Jeruzalem, dan zien we een groot verschil. Veel Israëlische Arabieren hebben dezelfde gedachten over hun Palestijnse identiteit als de Palestijnse Arabieren die onder het bewind van de Palestijnse Autoriteit en Hamas leven, maar ze gaan nauwelijks over tot terreur. De Israëlische Arabieren in Haifa waren geschokt toen ze erachter kwamen dat een van hen afgelopen donderdag probeerde Israëlische politieagenten te vermoorden. Dat gebeurde in de Oude Stad van Jeruzalem.
Het is waar dat een deel van de Israëlische Arabische gemeenschap een sterke afkeer heeft van de Joodse Staat. Ze verbergen het niet en af en toe gaan ze de straat op om hun haat tegen Israël te uiten of geweld te gebruiken. De meerderheid van de Israëlische Arabieren bestaat echter uit gezagsgetrouwe burgers die vaak bijdragen aan de Israëlische samenleving. In ziekenhuizen zie je bijvoorbeeld veel Arabische artsen en verpleegkundigen, terwijl Arabische werkkrachten de apotheken in Israël domineren.

Arabische ondernemers in het noorden van Israël bedienen bovendien Joodse klanten. De supermarktketen Saleh Dabah, bijvoorbeeld, heeft koosjere slagerijen geopend en bedekt zelfs voedingsmiddelen met ‘Chametz’ (gezuurd deeg) tijdens Pesach. Ik ging eens naar het kantoor van een Arabische ondernemer in de omgeving van Tiberias en zag achter zijn bureau een gigantische foto van de voormalige Israëlische premier Ariel Sharon. Op de vraag wat hem ertoe bracht de foto op te hangen, antwoordde de man dat hij de – inmiddels overleden – premier erg mocht, ondanks het feit dat hij werd gezien als de peetvader van de zogenaamde nederzettingsonderneming.

Palestijns schoolsysteem
Hoe komt het dan dat er een groot verschil is in de manier waarop Israëlische Arabieren zich gedragen ten opzichte van Israël en het gedrag van hun Palestijnse broeders in de gebieden onder PA- en Hamas-bestuur? Het antwoord is onderwijs, of beter gezegd: anti-Israëlische opruiing en hersenspoeling in het Palestijnse schoolsysteem, waaronder dat van de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) voor Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen. Trumps visie op het oplossen van het Palestijns-Israëlische conflict behandelt dit enorme probleem in paragraaf 18. Het Witte Huis stelt dat het bevorderen van een ‘cultuur van vrede’ essentieel is voor het oplossen van het conflict.

Om een cultuur van vrede te creëren, is volgens het Meir Amit Intelligence and Terrorism Information Center (ITIC) het volgende nodig: stopzetting van de opruiing en beëindiging van de verheerlijking van geweld en terreur. Dat schrijft het centrum in een nieuwe studie over de manier waarop Palestijnse leraren worden geïnstrueerd om studenten in de Palestijnse samenleving te onderwijzen.
Om het PA- en UNRWA-schoolsysteem te veranderen, adviseert Trumps team om ‘vijandige propaganda te verbieden, evenals schoolboeken, leerprogramma's en gerelateerde materialen die in strijd zijn met het doel van de Israëlisch-Palestijnse Overeenkomst, met inbegrip van de ontkenning van het bestaansrecht van de ander.’
ITIC ontdekte dat ‘de fundamentele elementen in de lerarengidsen waren: de delegitimisering van de Staat Israël, de demonisering van zowel Israël als de Joden, oproep tot gewelddadige strijd voor de bevrijding van Palestina en de afwezigheid van enige poging om het Israëlisch-Palestijnse conflict vreedzaam op te lossen.’

Het Palestijnse leerprogramma brengt het zogenaamde Naqba-verhaal in de hoofden van Palestijnse Arabische kinderen, zegt ITIC. Samengevat gaat het Naqba-verhaal als volgt:
‘Het land Palestina behoort uitsluitend toe aan de Palestijnse Arabieren die naar verluidt directe afstammelingen zijn van de oude Kanaänieten, en de Joden hebben er geen geldige aanspraak op. Daarom is de oprichting van de Joodse Staat Israël in Palestina een groot onrecht dat het Palestijnse volk wordt aangedaan. Vooral toen die gebeurtenis gepaard ging met de afslachting van Palestijnen, hun uitzetting uit hun huizen, de vernietiging van hun steden en dorpen en dat zij elders tot permanente vluchtelingen werden gemaakt,’ schreef ITIC-onderzoeker Dr. Arnon Groiss in de studie.

In werkelijkheid werd de Naqba veroorzaakt door Arabische leiders die de Palestijnse Arabieren opriepen hun huizen tijdelijk te verlaten, om de vernietiging van de Joodse Jisjoev [bewoners] te vergemakkelijken in het gebied dat de Britten 'Palestina' begonnen te noemen tijdens hun mandaat van de Volkenbond. Het advies leidde ertoe dat ongeveer 550.000 Palestijnse Arabieren hun huizen verlieten. In slechts één geval beval de eerste premier van Israël, David Ben Goerion, de uitzetting van Palestijnse Arabieren die hun huizen gebruikten als basis voor terroristische aanslagen (Ramle/Lod), schreef historicus Benny Morris in zijn boek 1948.
Khaled al-Azm, die in 1948 premier van Syrië was, zei na de Onafhankelijkheidsoorlog die door een Arabisch legioen was begonnen: ‘sinds 1948 zijn wij het die hen (de vluchtelingen) het land hebben doen verlaten. Wij hebben de vluchtelingen een ramp bezorgd door hen uit te nodigen en onder druk te zetten om te vertrekken. We zorgden ervoor dat ze alles wat ze bezaten, verloren.’

Zelfs Machmoud Abbas heeft soortgelijke dingen geschreven over de zogenaamde Naqba. In 1976 schreef Abbas een artikel voor Falastin al-Thawra, een mediakanaal van de PLO, waarin hij toegaf dat de Arabische legers verantwoordelijk waren voor het lijden van de vluchtelingen. ‘De Arabische legers trokken Palestina binnen om de Palestijnen te beschermen tegen de zionistische tirannie, maar in plaats daarvan lieten zij hen in de steek, dwongen hen te emigreren en hun vaderland te verlaten, legden hen een politieke en ideologische blokkade op en gooiden hen in gevangenissen die vergelijkbaar zijn met de getto's waarin de Joden vroeger in Oost-Europa woonden,’ aldus de huidige PA-leider.

Grondbeginselen van Palestijnse indoctrinatie
De ITIC-studie staat vol met voorbeelden van leugens en verdraaiingen van de geschiedenis die werden gebruikt om Palestijnse Arabische studenten op te hitsen tegen Joden en Israël, evenals verheerlijking van terroristen die Joden afslachtten. In zijn analyse van het Palestijnse leerprogramma schreef Groiss dat de indoctrinatie van Palestijnse kinderen gebaseerd is op drie grondbeginselen:

- Delegitimisering van het bestaan van Israël en van de eigenlijke aanwezigheid van de Joden in het land. Palestina vervangt Israël als de soevereine staat in de regio, het Israëlische grondgebied van vóór 1967 wordt voorgesteld als een Palestijns bezet gebied, en de naam ‘Israël’ zelf wordt vaak vervangen door de term ‘de Bezetting’. De Joodse burgers van Israël worden beschouwd als kolonialistische pioniers en hun steden - waaronder Tel Aviv - staan niet op de kaart, of krijgen een Arabische naam. Hun geschiedenis in het land wordt ontkend, evenals hun heilige plaatsen daar, en hun traditionele verlangens met betrekking tot hun oude vaderland worden ‘hebzuchtige ambities (atma)’ genoemd.

- Demonisering van zowel Israël als de Joden. Beiden worden afgeschilderd als agressief, barbaars, vol met haat en gericht op uitroeiing, en vormen zo een existentiële bedreiging voor de Palestijnen. In hun beschrijving worden minachtende termen gebruikt, zoals ‘zionistische bendes’, en haatdragend taalgebruik. Ook zijn er gevallen van ontmenselijking gevonden. Israël wordt beschreven als de bron van alle kwaad en als de enige verantwoordelijke voor het conflict, terwijl de Palestijnen worden gepresenteerd als de ultieme slachtoffers. De Joden worden ook buiten de context van het conflict gedemoniseerd - als een corrupte natie vanaf het allereerste begin en als vijanden van de Islam sinds de eerste dagen.

- Oproep tot een gewelddadige bevrijdingsstrijd in plaats van te pleiten voor een vreedzame oplossing van het conflict. Vrede en co-existentie met Israël zijn geen optie. De gewelddadige strijd beperkt zich niet tot de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, maar omvat heel Israël. Ze krijgt een religieuze kleur door de nadruk te leggen op de noodzaak om de Al-Aqsa-moskee te bevrijden, waarvan wordt gezegd dat haar bestaan in gevaar is. In feite is er één taaloefening die het martelaarschap specifiek aanmoedigt. Terroristische activiteiten maken deel uit van deze strijd en een bekende vrouwelijke terrorist wordt verheven tot een nationale heldin, op gelijkwaardig niveau met Yasser Arafat en Aishah, de vereerde vrouw van de profeet Mohammed. Het vermeende recht op terugkeer van de nakomelingen van de vluchtelingen van 1948 maakt ook deel uit van de gewelddadige bevrijdingsstrijd. Zij worden namelijk verondersteld terug te keren naar hun vroegere woonplaatsen in het bevrijde Palestina, en niet naar de Staat Israël. Er wordt gezinspeeld op de uitroeiing van de overlevende Joden in de nasleep van de bevrijdingsoorlog.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.