Shabbatslezingen: Ook de strijd behoort bij het leven

vrijdag 7 februari 2020 |  Redactie Israeltoday.nl
‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst’ is een bekende spreuk op een tegeltje met een zeilboot. Nauwelijks waren de Israëlieten onderweg naar het Beloofde Land, of ze worden in de rug aangevallen door de Amalekieten.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Beshalach (Wanneer Hij zond) zijn:

✡ Torahlezing: Exodus 13:17 – 17:16,
✡ Profetenlezing: Rechters 4:4 – 5:31,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Openbaring 19:1 – 20:6.
In verband met het onderwerp wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Het volk Israël was nauwelijks aan zijn woestijnreis begonnen, en geen strijd gewend, of de Amalekieten vielen de zwakken in de achterhoede van het volk aan. Gesteund door gebed, ‘de hand op de troon van God’, weet het volk onder leiding van Jozua hen te overwinnen.

Toen kwam Amalek en bond de strijd aan met Israël in Rafidim. Mozes zei tegen Jozua: Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan met Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met de staf van God in mijn hand. Jozua deed zoals Mozes tegen hem gezegd had door de strijd aan te binden met Amalek. Mozes, Aäron en Hur klommen echter op de top van de heuvel. En het gebeurde, als Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar als hij zijn hand neerliet, dat Amalek de overhand had. De handen van Mozes werden echter zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, zodat hij erop kon gaan zitten. Aäron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere kant. Zo bleven zijn handen onbeweeglijk, totdat de zon onderging. Zo overwon Jozua Amalek en zijn volk met de scherpte van het zwaard. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek en prent het Jozua in, dat Ik de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel zal uitwissen. En Mozes bouwde een altaar en gaf het de naam: De HEERE is mijn Banier! Hij zei: Voorzeker, de hand op de troon van de HEERE! De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie!
Exodus 17:8-16 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
De strijd tegen Amalek, de aartsvijand van Israël en daarmee van God, ging door. Koning Saul kreeg opdracht Amalek met de ban te slaan, te vernietigen. Die opdracht werd maar half uitgevoerd, het beste vee werd gespaard. Dat kostte Saul zijn koningschap.

Toen zei Samuel tegen Saul: De HEERE heeft mij gezonden om u tot koning te zalven over Zijn volk, over Israël. Luister daarom nu naar de woorden van de HEERE. Zo zegt de HEERE van de legermachten: Ik heb acht geslagen op wat Amalek Israël aangedaan heeft, hoe hij zich tegen hem gekeerd heeft op de weg, toen hij uit Egypte kwam. Ga nu heen, en versla Amalek, en sla alles wat hij heeft met de ban. Spaar hem niet, maar dood hen van man tot vrouw, van kind tot zuigeling, van rund tot schaap, en van kameel tot ezel.
Saul riep het volk op en telde hen in Telaïm: twee­honderd­duizend man voetvolk, en tien­duizend mannen van Juda. Toen Saul bij de stad van Amalek kwam, legde hij een hinderlaag in het dal, en Saul liet tegen de Kenieten zeggen: Ga, ga weg, trek uit het midden van de Amalekieten, opdat ik u niet samen met hen wegvaag. Want u hebt goedertierenheid bewezen aan al de Israëlieten toen zij uit Egypte kwamen. Toen gingen de Kenieten weg uit het midden van de Amalekieten.
Saul versloeg de Amalekieten vanaf Havila tot in de richting van Sur, dat tegenover Egypte ligt. Agag, de koning van de Amalekieten, greep hij levend, maar al het volk sloeg hij met de ban, met de scherpte van het zwaard. Maar Saul en het volk spaarden Agag, de beste schapen en runderen, en wat bijna het beste was, de lammeren en alles wat goed was. Zij wilden die niet met de ban slaan. Maar elk gebruiksvoorwerp dat waardeloos en vergaan was, sloegen zij met de ban.

1 Samuël 15:1-9 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Het bijbelboek Openbaring aan Johannes beschrijft de strijd die er zal zijn in de eindtijd, wanneer Jezus als de Koning der koningen zal heersen over de heidenvolken.

En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtig­heid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een Naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn Naam luidt: Het Woord van God.
En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.

Openbaring 19:11-16 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.