Shabbats­lezingen: Vertrouw op God, ook in tegenspoed

vrijdag 29 november 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Ieder mens kent perioden van voor- en tegenspoed. Ook de aartsvaders Abraham en Izak worden geconfronteerd met droogte en hongersnood. Hoe ga je daar mee om? Zoek je zelf een oplossing, of zoek je eerst Gods Koninkrijk, leg je de tegenspoed aan God voor en wacht je op zijn oplossing?

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Toledot (Geslachten, generaties), zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 25:19 – 28:9,
✡ Profetenlezing: Maleachi 1:1 – 2:7,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 9:1-13.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Er kwam hongersnood in het land. Het bergland van Israël is erg afhankelijk van de regens voor de oogst, en Izak gaat naar de kustvlakte. God beproefd hem: Ga niet naar Egypte, maar blijf hier wonen. Dan zegent God hem ondanks de leugen over zijn vrouw Rebekka. Had hij dan niets geleerd van Abrahams verblijf in Egypte?

Er kwam hongersnood in het land, een andere dan de eerste hongersnood, die er in de dagen van Abraham geweest was. Daarom ging Izak naar Abimelech, de koning van de Filistijnen, naar Gerar. Toen verscheen de HEERE hem en zei: Trek niet naar Egypte, maar woon in het land dat Ik u noemen zal. Verblijf als vreemdeling in dit land. Ik zal dan met u zijn en u zegenen, want aan u en uw nageslacht zal Ik al deze landen geven. Ik zal de eed gestand doen die Ik Abraham, uw vader, gezworen heb. Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.
Zo bleef Izak in Gerar wonen. Toen de mannen van die plaats hem naar zijn vrouw vroegen, zei hij: Zij is mijn zuster, want hij was bevreesd om te zeggen: Zij is mijn vrouw. Hij dacht: Anders zullen de mannen van deze plaats mij doden om Rebekka. Zij was namelijk knap om te zien. Toen hij daar al lange tijd geweest was, gebeurde het dat Abimelech, de koning van de Filistijnen, uit het venster keek en zag, en zie, Izak was zijn vrouw Rebekka aan het liefkozen. Toen riep Abimelech Izak en zei: Nee maar, zie, zij is uw vrouw! Hoe kunt u dan zeggen: Zij is mijn zuster? Izak antwoordde hem: Omdat ik dacht dat ik anders om haar zou moeten sterven. Abimelech zei daarop: Wat hebt u ons aangedaan? Hoe gemakkelijk had er één van het volk met uw vrouw kunnen slapen, en dan zou u een schuld over ons gebracht hebben! Toen gebood Abimelech heel het volk: Wie deze man of zijn vrouw aanraakt, zal zeker gedood worden.
Izak zaaide in dat land en oogstte in dat jaar het honderd­voudige, want de HEERE zegende hem. De man kreeg aanzien, ja, gaandeweg meer aanzien, totdat hij zeer aanzienlijk geworden was. Hij had kudden kleinvee en kudden runderen, en een groot aantal slaven, zodat de Filistijnen jaloers op hem werden. Al de putten die de dienaren van zijn vader in de dagen van zijn vader Abraham gegraven hadden, stopten de Filistijnen dicht en vulden ze met aarde. Toen zei Abimelech tegen Izak: Ga van ons weg, want u bent veel machtiger geworden dan wij. Toen ging Izak vandaar weg en hij sloeg zijn kamp op in het dal van Gerar; daar bleef hij wonen.

Genesis 26:1-17 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
In de tijd van de Rechters kwam er weer een hongers­nood in het land, en Elimelech ('Mijn God is koning') zoekt een oplossing door naar de vlakten van Moab te verhuizen. Gods zegen rustte niet op deze eigen-gekozen oplossing.

In de dagen dat de richters leiding gaven aan het volk, gebeurde het dat er hongersnood was in het land. Daarom ging een man uit Bethlehem in Juda op weg om als vreemdeling in de vlakten van Moab te verblijven, hij, zijn vrouw en zijn twee zonen. De naam van de man was Elimelech, de naam van zijn vrouw Naomi en de namen van zijn twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathieten uit Bethlehem in Juda. En zij kwamen in de vlakten van Moab en bleven daar. Elimelech, de man van Naomi, stierf, en zij bleef achter met haar twee zonen. Die namen voor zich Moabitische vrouwen. De naam van de ene was Orpa en de naam van de andere Ruth. En zij bleven daar ongeveer tien jaar. En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook. Zo bleef de vrouw achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man. Toen maakte zij zich met haar schoondochters gereed en keerde terug uit de vlakten van Moab, want zij had in het land Moab gehoord dat de HEERE naar Zijn volk omgezien had door hun brood te geven.
Ruth 1:1-6 (NBV)

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
Ook Jezus wijst ons er op, ons niet bezorgd te maken over alles wat wij nodig hebben in het leven, maar eerst Gods Koninkrijk te zoeken, Gods aanwezigheid in ons leven, en onze noden allereerst bij Hem bekend te maken.

Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.
Matteüs 6:30-34, Filippenzen 4:6-7 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.