De waarheid zal je vrijmaken

zondag 24 november 2019 |  Tsvi Sadan
De verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, op 19 november over de wettelijke status van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever verwijst er ondubbelzinnig naar, dat Israëls aanwezigheid daar in overeenstemming is met het internationale recht. Dit is in feite een omkering van de manier waarop de Obama-regering de Israëlische nederzettingen benaderde.

Obama, van zijn kant, baseerde zijn anti-nederzettingenbeleid op de Carter-regering, die in 1978 ‘stellig concludeerde dat de vestiging van civiele nederzettingen door Israël niet in overeenstemming was met het internationale recht.’ Toen, in 1981, zei Pompeo: ‘President Reagan was het niet eens met die conclusie en verklaarde dat hij niet geloofde dat de nederzettingen in wezen illegaal waren.’ Niettemin, vervolgde Pompeo, ‘in december 2016, aan het einde van de vorige regering, veranderde minister van Buitenlandse Zaken John Kerry tientallen jaren van (…) zorgvuldige, door beide partijen gesteunde aanpak, door de vermeende illegaliteit van nederzettingen publiekelijk te bevestigen.’

De namen van de presidenten die tegenstrijdige opvattingen hadden over de betekenis van het relevante internationale recht, wijzen erop dat de meningen over de ‘bezette gebieden’ niet gebaseerd zijn op wettigheid, maar eerder op een agenda. Of, met de woorden van Pompeo, ‘het internationaal recht dwingt niet tot een bepaald resultaat, noch vormt het een juridische belemmering voor een onderhandelde resolutie.’

Over het internationaal recht zei Alan Dershowitz dat het ‘een constructie is in de gedachten van een stelletje linkse academici’ en dat ‘het de ultieme oefening is in elitaire niet-democratie’. Afgezien van de kwestie van het internationaal recht, bestaat er weinig twijfel over dat de Geneefse Conventie en de VN-resoluties internationaal erkend worden als wettelijk en bindend. Israël zelf wijst immers vaak enthousiast op dergelijke resoluties. Bijvoorbeeld de internationale besluiten in 1920 en 1922 die de Balfourverklaring ratificeerden en ‘Zijne Majesteits Regering’ opriepen om ‘de vestiging van een Nationaal Thuis voor het Joodse volk in Palestina met welwillendheid te beschouwen’. En natuurlijk de VN-resolutie 181 die de oprichting van de Staat Israël officieel erkende.

De twist over ‘bezette gebieden’ vloeit voornamelijk voort uit artikel 49 van de Vierde Conventie van Genève van 1949, dat nooit bedoeld was om te worden toegepast op de omstandigheden van Israëls nederzettingen. Artikel 49, ter herinnering, werd na de Tweede Wereldoorlog opgesteld door de geallieerden om de gedwongen verhuizing van een bezette bevolking te voorkomen, zoals nazi-Duitsland heeft gedaan. Verder werd VN-resolutie 181 door de Arabische landen verworpen. Bij gebrek aan vredesakkoorden is de Westelijke Jordaanoever dan ook in het beste geval een omstreden gebied dat alleen via tweezijdige verdragen kan worden geregeld. Dat betekent dat de toekomst van deze gebieden geen juridische, maar een politieke kwestie is. Dat is wat Pompeo nu beweert.

De conclusie van de regering-Trump had vanzelfsprekend moeten zijn in het licht van de beroemde VN-resolutie 242 uit 1967, die in haar bindende Engelse versie erkent dat de annexatie van de Westelijke Jordaanoever door Jordanië in 1950 illegaal was. Dit betekent dat er niets illegaals in is dat Israël een gebied claimt dat oorspronkelijk door de Volkenbond was aangewezen als onderdeel van het Joodse Thuis, zeker niet nadat Jordanië in 1988 verklaarde dat het zichzelf niet langer als gezaghebbend over de Westelijke Jordaanoever beschouwde.

Zoals Alan Dershowitz, die hielp bij het opstellen van Resolutie 242, terecht heeft opgemerkt, roept deze resolutie Israël op om ‘gebieden’ terug te geven in plaats van ‘alle gebieden’, zoals de voorstanders van de anti-nederzettingengedachte zeggen. Verder wordt in resolutie 242 niet gesproken over ‘de rechten van niet-staten, zoals de Palestijnse Autoriteit [en] Hamas. (...) Het zou verkeerd zijn als de Veiligheidsraad resolutie 242 met terugwerkende kracht zou herschrijven, [ongeveer] 44 jaar na de inwerkingtreding ervan.

Gerenommeerde juridische professoren als Dershowitz en Eugene Rostow, schreven in 1980 dat ‘Joodse rechten van 'close settlement' op de Westelijke Jordaanoever zijn afgeleid van het Mandaat. Daarom bestaan ze; het is onmogelijk om serieus te beweren, zoals de regering van de Verenigde Staten doet, dat Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever illegaal zijn’. In tegenstelling tot deze professoren was het anti-nederzettingenbeleid van de Carter-regering gebaseerd op het ‘Hansell Rapport’ uit 1976, opgesteld door de juridische adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Herbert Hansell. Hansells standpunt, schijnt hij in een later interview met Charles Stuart Kennedy toegegeven te hebben, werd gegeven om de beleidspositie van het Carter-Witte Huis te steunen.

Precies hetzelfde gebeurde in Israël met het omstreden ‘Sasson-rapport’ uit 2004. De toenmalige premier Ariel Sharon, die op dat moment al een besluit had genomen over zijn terugtrekkingsplan voor Gaza, benoemde de advocaat Talia Sasson (van wie bekend was dat zij radicaal links is) om juridisch advies te geven over de status van de nederzettingen. Hoewel de eerste zin in Sassons rapport zegt dat ‘de relevante wet onbekend is’, vindt ze toch maar liefst 39 illegale nederzettingen, waarvan sommige werden opgericht nadat Sharon zelf de bouw van zoveel mogelijk nederzettingen aanmoedigde om het Oslo-akkoord van 1993 tegen te gaan. En zoals het nu is met de Trump-regering, heeft Edmond Levi, rechter bij het Israëlische Hooggerechtshof, in 2012 zijn verklaring gepubliceerd waarin hij de conclusies van het Sasson-rapport verwerpt.

Het standpunt van de regering-Trump zal daarom hopelijk een einde maken aan de verkeerde, door een agenda ingegeven, rechtsopvattingen die Israël decennialang hebben weten af te schilderen als een illegale bezetter van niet-statelijk Palestina. Dit standpunt is cruciaal voor de vrede omdat, zo wees rechtenprofessor Talia Einhorn erop, echte en duurzame vrede niet gebaseerd kan zijn op leugens. ‘De hele natie van Israël verlangt naar echte vrede,’ schreef ze in het dagelijkse Israël Hayom, en ‘degenen die erop staan om de gebieden ‘bezet’ te noemen, doen dat uit wensdenken in de hoop dat Israël op die manier dichter bij de vrede kan komen. Maar, zoals (onze nationale dichter Nathan) Alterman zei, ‘zij die het (vervalsing) toestaan om deel te nemen aan de wedstrijd, hebben de vrijheid al verslagen.’

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.