Shabbatslezingen: God houdt zijn beloften, op zijn tijd

vrijdag 15 november 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Wat zijn wij mensen vaak ongeduldig! Wanneer God iets belooft, verwachten we dat Hij die belofte meteen vervult. Maar vaak wil God ons geloof op de proef stellen, en laat Hij ons een een tijdje wachten, om de belofte op zijn tijd uit te voeren.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Wayera (En hij verscheen) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 18-22,
✡ Profetenlezing: 2 Koningen 4:1-37,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 1:26-38, 24:36-53.

Een gedeelte uit de Torahlezing
God heeft het geloof van Abraham en Sara zwaar op de proef gesteld. Hij beloofde het land aan hun nageslacht te geven – maar ze hadden geen kinderen. Hij wees Abrahams eigen oplossing af – Ismaël, de zoon van een slavin – en gaf hen op hoge ouderdom een eigen kind.

Daarna verscheen de HEERE aan hem bij de eiken van Mamre, toen hij in de ingang van de tent zat en de dag heet werd.
Toen zeiden zij tegen hem: Waar is Sara, uw vrouw? Hij zei: Zie, zij is in de tent. En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben! Sara hoorde dat bij de ingang van de tent, die achter Hem was. Nu waren Abraham en Sara oud en op dagen gekomen; het ging Sara niet meer naar de wijze van de vrouwen. Daarom lachte Sara in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is? En de HEERE zei tegen Abraham: Waarom heeft Sara toch gelachen en gezegd: Zou ik ook werkelijk baren, nu ik oud geworden ben? Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben! Maar Sara ontkende het en zei: Ik heb niet gelachen; want zij was bevreesd. Maar Hij zei: Nee, u hebt wél gelachen.
De HEERE nu zag om naar Sara zoals Hij gezegd had; de HEERE deed bij Sara zoals Hij gesproken had. Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had. Abraham gaf zijn zoon die hem geboren was, die Sara hem gebaard had, de naam Izak. En Abraham besneed zijn zoon Izak, toen die acht dagen oud was, zoals God hem geboden had. Abraham was honderd jaar oud, toen zijn zoon Izak hem geboren werd. Sara zei: God heeft mij doen lachen; ieder die het hoort, zal met mij meelachen.

Genesis 18:1, 9-15 en 21:1-6 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Evenals Sara verlangde deze vrouw, die God oprecht liefhad en diende, naar een kind, maar haar man was al oud. Na een woord van de profeet, die zij gastvrij ontving, werd zij zwanger en baarde een zoon.

Het gebeurde op een dag dat Elisa langs Sunem kwam, dat daar een vrouw van aanzien was, die er bij hem op aandrong de maaltijd te komen gebruiken. Zo dikwijls als hij daar langskwam, gebeurde het dat hij daarheen uitweek om er de maaltijd te gebruiken.
Hij had namelijk tegen hem gezegd: Zeg nu tegen haar: Zie, u hebt heel veel zorg aan ons besteed, wat kan men voor u doen? Kan ik voor u tot de koning spreken of tot de bevelhebber van het leger? Maar zij had gezegd: Ik woon te midden van mijn volk. Toen had hij gezegd: Wat kan men dan voor haar doen? En Gehazi had gezegd: Zij heeft helaas geen zoon, en haar man is oud. Daarom had hij gezegd: Roep haar. En toen hij haar geroepen had, ging zij in de deuropening staan. Hij zei: Op de vastgestelde tijd, over een jaar. zult u een zoon omhelzen. Maar zij zei: Nee, mijn heer, man Gods, lieg niet tegen uw dienares. Maar de vrouw werd zwanger en baarde een jaar later een zoon, op de vastgestelde tijd, waarvan Elisa tot haar gesproken had.

2 Koningen 4:8 en 13-17 (NBG).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In een tijd, waarin het volk Israël zuchtte onder de Romeinse bezetting en men verlangde naar een verlosser, zond God een boodschapper naar een verloofd meisje, Maria, en beloofde haar een Zoon. Daar in een onbelangrijk dorp Nazareth begon God zijn lang beloofde verlossingswerk.

In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen. Toen zij hem zag, raakte zij in verwarring door zijn woorden, en zij vroeg zich af wat de betekenis van deze groet kon zijn. En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.
Maria zei tegen de engel: Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man? En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Aller­hoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden. (…) Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

Lukas 1:26-35, 37 (HSV).

Voor een uitwerking van deze sidra voor een Bijbelleeskring, zie Genesis-15

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.