Shabbatslezingen: Oproep tot inkeer en terugkeer

Friday, October 11, 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Yom Kippoer, Grote Verzoendag, de dag van vasten, inkeer en schuldbelijden, ligt enkele dagen achter ons.
Mozes en de profeten roepen deze shabbat ook op, dankbaar te zijn voor Gods weldaden en Hem niet ongehoorzaam te worden, maar tot Hem terug te keren.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Ha'atzinoe (Neig uw oor) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 32:1-52,
✡ Profetenlezing: 2 Samuël 22:1-51,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 10:17 – 11:12.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Mozes herinnert het volk Israël aan Gods zegen en de voorspoed die het ontving, maar waarschuwt tevens tegen afval en ongehoorzaamheid die hij voorziet. Het is een oproep tot bekering en terugkeer tot God.

Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft, zijn vleugels uitspreidt, ze pakt en ze draagt op zijn vlerken, zo heeft alleen de HEERE hem geleid, er was geen vreemde god bij hem. Hij liet hem rijden op de hoogten van de aarde, en hij at de opbrengsten van het veld. Hij liet hem honing zuigen uit de rots, en olie uit hard gesteente; boter van runderen, en melk van kleinvee, samen met het vet van lammeren, van rammen die in Basan weiden, en van bokken, samen met het allerbeste van de tarwe, en druivenbloed, goede wijn, hebt u gedronken.
Maar toen Jesjurun vet werd, trapte hij achteruit – u bent vet, u bent dik, u bent vetgemest – toen verliet hij God, Die hem gemaakt heeft, hij versmaadde de Rots van zijn heil. Zij hebben Hem tot na-ijver gebracht met vreemde goden, met gruwelijke daden hebben zij Hem tot toorn verwekt. Zij hebben geofferd aan de demonen, niet aan God; aan goden die zij niet kenden, aan nieuwe goden, die kortgeleden gekomen zijn, voor wie uw vaderen niet gehuiverd hebben. De Rots Die u verwekt heeft, hebt u veronachtzaamd, en u hebt de God Die u gebaard heeft, vergeten.

Deuteronomium 32:11-18 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
'Ik zal hen vrijwillig liefhebben', schrijft de profeet Hosea in zijn oproep tot bekering. Vertrouw niet op eigen kracht, op een machtige bondgenoot, alleen op uw God. Als een liefhebbende Vader wacht Hij tot zijn afgedwaalde kinderen tot Hem terugkeren.

Bekeer u, Israël, tot de HEERE, uw God, want u bent gestruikeld door uw ongerechtigheid. Neem deze woorden met u mee, bekeer u tot de HEERE. Zeg tegen Hem: Neem alle ongerechtigheid weg, neem het goede aan. Dan zullen wij de offers van onze lippen nakomen. Assyrië zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. Wij zullen nooit meer zeggen: U bent onze god tegen het werk van onze handen. Bij U immers vindt een wees ontferming.
Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn heeft zich van hem afgewend. Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Hij zal in bloei staan als de lelie, wortel schieten als de Libanon. Zijn jonge loten zullen uitlopen, zodat zijn pracht zal zijn als die van de olijfboom, en hij zal een geur hebben als de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten, koren verbouwen en in bloei staan als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon.

Hosea 14:2-8, (small>HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Ook de apostel Paulus schrijft, met verdriet in zijn hart, over de ongehoorzaamheid van veel van zijn volks­genoten. Maar hij is niet zonder hoop, een deel van het volk is God trouw gebleven.

Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt namelijk: 'Heere, wie heeft onze prediking geloofd?' Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Maar ik zeg: Hebben zij het [dan] echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld. Maar ik zeg: Heeft Israël het [dan] niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: 'Ik zal u jaloers maken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken'. En Jesaja durft het aan te zeggen: 'Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen.' Met het oog op Israël zegt Hij echter: 'Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een onge­hoorzaam en tegen­sprekend volk.'
Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten. Of weet u niet wat de Schrift zegt in [de geschiedenis van] Elia, hoe hij God aanspreekt over Israël en zegt: 'Heere, Uw profeten hebben zij gedood en Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overge­bleven. Ook staan zij mij naar het leven.' Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tegen hem? 'Ik heb voor Mijzelf nog zevenduizend mannen overgelaten, die de knie voor [het beeld van] Baäl niet gebogen hebben.' Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade. .

Romeinen 10:16 – 11:5 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.