Gezamenlijke Arabische Lijst: Vriend of vijand?

dinsdag 24 september 2019 |  Tsvi Sadan
Lieberman beschouwt de Gezamenlijke Arabische Lijst als vijand van de Joodse Staat, en kan Blauw en Wit-leider Gantz, die er mee samenwerkt, niet als premier aanbevelen. De termen 'vriend' en 'vijand' zijn zo subjectief geworden dat Israël niet langer een vijand van binnenuit kan herkennen.

In reactie op de ongekende samenwerking tussen de Zionistische partij Blauw en Wit en de anti-Zionistische Gezamenlijke Arabische Lijst, zei Avigdor Lieberman, momenteel Israëls 'kingmaker', dat zijn partij (Israel Ons Huis), met name wegens dit onheilige bondgenootschap, de leider van Blauw en Wit, Benny Gantz, niet als volgende premier zou adviseren.

Lieberman verklaarde in duidelijke bewoordingen, dat de leden van de Gezamenlijke Arabische Lijst vijanden van de Joodse Staat zijn, en hij zal niet de krachten bundelen met een partij die steunt op vijanden. 'Zij zijn zeker onze vijand,' zei Lieberman tijdens een pers­conferentie, voorafgaand aan zijn ontmoeting met president Re'oeven Rivlin, waar hij weigerde een kandidaat voor premier aan te bevelen. 'In het Israëlische parlement', verduidelijkt hij, 'is er een partij die ons van binnenuit wil vernietigen. Hun plaats is in het Palestijnse parlement, niet in Israël'.

Ter ondersteuning van zijn punt gaf Lieberman gaf één voorbeeld uit de vele, waarom hij denkt dat de Gezamenlijke Arabische Lijst als een vijand van binnenuit moet worden beschouwd, namelijk het feit dat Ayman Odeh, leider van de Gezamenlijke Lijst, de begrafenis van oud-president Shimon Peres boycotte, maar wel een zeer openbaar bezoek bracht aan het graf van Yasser Arafat. Er zijn nog veel meer voorbeelden van knessetleden van de Gezamenlijke Lijst die openlijk terreurdaden tegen Israël prijzen en zelfs oproepen tot de ondergang van de Joodse Staat.

Maar misschien was het meest veelzeggend wat Joint List MK Ahmad Tibi zondag zei tijdens de ontmoeting van zijn partij met Rivlin, toen hij de president van de Joodse Staat zei 'wij [de Arabieren] zijn hier de eigenaars!'

De Arabische partijen doen geen moeite om hun ware agenda te verbergen. De programma's van de partijen die de Lijst vormen, maken openlijk hun snode verlangens bekend.

Het partijprogramma van Hadash (Democratisch Front voor Vrede en Gelijkheid), een communistische partij die zich verschuilt achter een reeks mensenrechten en democratische doelen, bevat deze regel, die haar werkelijke doel duidelijk maakt: 'Erkenning van de Israëlische Arabisch-Palestijnen als nationale minderheid'. Dit is in tegenspraak met de Israëlische Onaf­hanke­lijk­heids­verklaring, waarin staat dat Israël de natiestaat van het Joodse volk alleen is. Het is ook in tegenspraak met de Wet op de Natiestaat, die herhaalt wat in de Onaf­hanke­lijk­heids­verklaring staat, namelijk dat Israël het thuisland kan zijn van slechts één natie - het Joodse volk.

Het partijprogramma van Balad (Democratische Nationale Alliantie) omvat het veranderen van Israël in een niet-Joodse Staat en de invoering van een 'recht op terugkeer' voor de nakomelingen van de Arabische vluchtelingen, die in 1948 zijn gevlucht. De Palestijnse Autoriteit beweert dat er momenteel zeven miljoen Palestijnse vluchtelingen zijn, die het 'recht' hebben om zich weer in Israël te vestigen.
De Arabische christen Azmi Bishara was de leider van deze partij, tot hij jaren geleden werd betrapt op spionage voor Hezbollah. Bishara ontsnapte ternauwer­nood aan Israël, en vermeed zo een aanklacht wegens verraad.
Een ander lid van deze partij, Basal Ghattas, werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf vanwege het smokkelen van mobiele telefoons naar gevangen terroristen.

Het partijprogramma van Ta'al (Arabische Vernieuwingsbeweging) is het minst venijnig van allemaal. De partij wordt geleid door Achmad Tibi, wiens familie in de 19e eeuw vanuit Syrië naar Israël emigreerde, maar die desondanks de moed heeft om te beweren dat dit land hun eigendom is, en die dode terroristen als martelaren beschouwt. Het wil ook de nationalistische identiteit van de Arabische minderheid in de tekst opnemen.
Hetzelfde geldt voor de kleinere facties Da'am (Arabisch-Joodse Arbeidspartij; geen zetels) en Ra'am (Verenigde Arabische Lijst), de Israëlische versie van de Moslimbroederschap.

Lieberman vertegenwoordigt in dit opzicht een groot aantal Israëli's, in ieder geval de kiezers van alle rechtse partijen, die zich verzetten tegen het standpunt van het Hooggerechtshof dat deze opruiende facties als legitieme spelers in de Israëlische politiek worden toegelaten. Zelfs toen bijvoorbeeld de Ethische Commissie van de Knesset Balad uitsloot voor deelname aan een eerdere verkiezing, heeft het Hooggerechtshof dit besluit terzijde geschoven. Het Hof vond ook geen rechtvaardiging voor het diskwalificeren van enige van de leden van de Gezamenlijke Lijst, ondanks hun hevige anti-Israëlische retoriek en openlijke samenwerking met erkende terroristische organisaties zoals Hamas. Tegelijkertijd heeft hetzelfde Hooggerechtshof twee leden van de Otzmah Yehudit-partij uitgesloten van deelname aan de laatste verkiezingen op beschuldigingen van racisme tegen Arabieren.

Het Hooggerechtshof, dat meestal een afspiegeling is van het wereldbeeld van de progressieve linkse minderheid, laat de kwestie van vriend of vijand onopgelost en draagt zo niet bij aan het wegnemen van de dubbelzinnigheid in de existentiële strijd van Israël.

De termen 'vriend' en 'vijand' zijn in Israël, evenals in ieder land dat door identiteitspolitiek wordt geslingerd, zo subjectief geworden dat het steeds moeilijker is om over vijanden te spreken, laat staan over een 'vijfde colonne' in ons midden. Hoewel de afwezigheid van vijanden een aantrekkelijke gedachte is, tot de hemel komt, is een dergelijke benadering een beproefd recept voor het voortduren van conflicten.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuws­brief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.