Palestijnen claimen Jozua's altaar op de berg Ebal

maandag 23 september 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Zoals we in de Bijbelgedeelten van 21 september lazen in Deuteronomium 27:1-10, moest Jozua na het binnen ­trekken van het Beloofde Land een altaar bouwen op de berg Ebal. Dit altaar is ontdekt en opgegraven, maar ligt op Palestijns gebied en wordt mogelijk geclaimd als 'Palestijns erfgoed'.

Eeuwenlang diende de Bijbel als een geschiedenisboek voor vele ontdekkingsreizigers, archeologen en historici, schrijft de Israëlische gids Aaron Lipkin. Maar in de jaren zestig en zeventig kwam een nieuwe stroming op in de academische wereld, die meent dat de Bijbel geen gezag heeft op het gebied van geschiedenis en archeologie. Het zou niet mogelijk zijn om geschiedenis te leren uit de Bijbelverhalen, en het merendeel van de verhalen zou niet waar zijn of vervormd door auteurs uit veel latere periodes.

Deze stroming beweert, dat je niet kunt vertrouwen op een traditie van 2500 jaar, tenzij je duidelijk bewijs hebt op archeologisch gebied. Omdat er geen archeologisch bewijs was van de Exodus, of van de aanwezigheid van het volk Israël in het land Israël, dan is het niet gebeurd, en het moet een sprookje zijn. Dit was en is nog steeds de dominante houding van de academische wereld.

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, toen de Westbank voor hen toegankelijk was, hebben veel Israëlische archeologen onderzoeken uitgevoerd in de bergen van Judea en Samaria, die voor de meeste jaren onbekend terrein waren.

De archeoloog Adam Zertal, afkomstig uit de kibboets Ein Shemer, nam het na zijn herstel van ernstige verwondingen in de Yom Kippoer oorlog, vanaf de jaren 1970 - 80 op zich om een grootschalig archeologisch onderzoek uit te voeren naar een zo groot mogelijk gedeelte van van Samaria, vertelt de Israëlische gids Samuel Green op zijn website.
Het verschil tussen een overzicht en een opgraving is, dat je bij een overzicht over het terrein loopt en daarbij gebieden optekent, die van archeo­logische betekenis lijken te zijn vanwege beperkte ruïnes aan de oppervlakte, of wellicht aardewerk scherven die er te vinden zijn. Deze informatie wordt dan gebruikt om prioriteiten te stellen bij het graven.

Zertal zag een interessante plaats op de berg Ebal en begon daar te graven. Wat hij vond was opmerkelijk: een altaar dat volledig voldoet aan de beschrijving van de Israëlitische altaren in de Bijbel. Rondom het altaar was een groter ritueel terrein. Zijn theorie is dat de site twee periodes kende: eerst kwam men om verschillende ceremonies uit te voeren om het grotere gebied te reinigen en te heiligen, en vervolgens werd het enorme altaar gebouwd.

Het altaar is gebouwd zoals beschreven op meerdere plaatsen in de bijbel (Exodus 20:25-26 en verder): 'Maar als u voor Mij een stenen altaar maakt, mag u dit niet bouwen van gehouwen stenen, want als u ze met uw houweel bewerkt, ontheiligt u ze. En u mag niet langs trappen naar Mijn altaar klimmen, opdat uw naaktheid daarop niet zichtbaar wordt'.
Het altaar dat we zagen was zeker van ongehouwen stenen gebouwd, en de opgang ernaar was een hellingbaan en geen treden. Het idee was dat de priesters door een hellingbaan op te lopen, in plaats van een trap, minder snel de edele delen van hun lichaam zichtbaar zouden maken. Ook is het altaar vierkant, zoals beschreven in Exodus 27:1. Kanaänitische altaren waren rond.

Het vereist een beetje fantasie om dit te zien, vooral omdat het altaar gedeeltelijk is geopend om te zien wat er in het altaar zat, maar het past wel degelijk in de Bijbelse beschrijving, en dat is heel opmerkelijk. Bovendien vonden ze in de stenen meer dan duizend dierlijke beenderen. Zonder uitzondering waren het allemaal koshere dieren van jonger dan een jaar, overeenkomstig de Bijbelse opdracht, eerstgeboren dieren te offeren, en ze droegen allemaal sporen van verbranding in een open vuur. Bij elkaar een duidelijk bewijs, dat dit een Israëlitisch altaar was.

Een tekenaar maakte deze reconstructie van het altaar op basis van de aangetroffen stenen muren.

De vraag is dan, wie het heeft gebouwd. Datering van de site is mogelijk op basis van twee Egyptische scarabeeën die bij de opgravingen zijn gevonden. De scarabeeën dateren van rond 3200 BCE. De meeste geleerden beschouwen dit als de tijd dat de Israëlieten het land binnenkwamen Zou dit altaar door Jozua gebouwd kunnen zijn?

Het boek Jozua beschrijft hoe hij aan Mozes' opdracht voldoet, zoals beschreven aan het eind van hoofdstuk 8: 'Toen bouwde Jozua een altaar voor de HEERE, de God van Israël, op de berg Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, aan de Israëlieten geboden had, overeenkomstig wat in het wetboek van Mozes geschreven staat: een altaar van hele stenen die men niet met een ijzeren voorwerp bewerkt had. Daarop brachten zij brandoffers aan de HEERE. Ook brachten zij dankoffers.

Vervolgens schreef hij daar op stenen een afschrift van de wet van Mozes, die hij geschreven heeft voor de ogen van de Israëlieten. Heel Israël met zijn oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ark, vóór de Levitische priesters, die de ark van het verbond van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te zegenen. Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de zegen en de vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.'

'Misschien is dit het altaar van Jozua, misschien is het dat niet', schrijft Samuel Green. 'Zoals met veel dingen hier, komt het neer op geloof. Ik moet echter toegeven dat ik me emotioneel voel bij het zien van dit altaar, ongeacht wie het gebouwd heeft, omdat het ongetwijfeld gebruikt zal zijn door de oude Israëlieten, zoals beschreven in onze oudste teksten. Ik klom de helling op en stelde me voor dat de priesters dat meer dan 3000 jaar geleden deden, om hun offers te brengen'.

De archeoloog prof. Adam Zertal was, zo vertelt Aaron Lipkin, een atheïst toen hij de opgravingen op de berg Ebal leidde. Als gevolg van de vondsten ging hij geloven in God en de betrouwbaarheid van de Bijbel.

Palestijns erfgoed?
De gemeente Asira as-Shamaliya, ten noorden van Sichem (Nablus), onderzoekt de mogelijkheid om het altaar van Joshua de zoon van Nun, op de berg Ebal, tot Palestijns erfgoed te verklaren, zo berichtte Jewish Press onlangs. Ingenieurs van de gemeente en het district Sichem hebben onlangs een bezoek gebracht aan de site, uitgerust met plannen en kaarten.

De gouverneur van de Palestijnse Autoriteit (PA) van Sichem Ibrahim Ramadan, heeft in juli samen met een delegatie van het Palestijnse ministerie van Toerisme en Oudheden deel genomen aan een rondleiding over de site, waarbij hij beweerde dat de site 'bedreigd wordt door de bezetting en de kolonisten'.

Een uitgebreider bezoek aan deze archeologische vindplaats is te zien op de video The Discovery of Joshua's Altar, The Joshua & Caleb Report.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuws­brief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.