Shabbatslezingen: Jozua bouwt een altaar op de Ebal

Friday, September 20, 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Zoals Mozes opdroeg, bouwt Jozua na het binnen­trek­ken van het beloofde land een altaar op de berg Ebal, en laat er de Wet op witgekalkte stenen schrijven, en de zegen en de vloek proclameren. Op dezelfde plaats leert Jezus, dat het bij aanbidding niet gaat om de plaats, maar om je hart.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Ki Tavo (Wanneer u binnengaat) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 26:1 – 29:8,
✡ Profetenlezing: Jesaja 60:1-22,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 24:44-53.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
In zijn afscheidstoespraak geeft Mozes de Israëlieten opdracht, wanneer zij het beloofde land zijn binnen­ge­gaan, op de berg Ebal een altaar te bouwen en de Wet leesbaar op witgekalkte stenen te schrijven, en in het dal tussen de bergen Ebal en Gerizim de zegen en de vloek uit te spreken, opdat zij niet vergeten en ontrouw zouden worden.

En Mozes gebood het volk samen met de oudsten van Israël: Neem al de geboden die ik u heden gebied, in acht. En op de dag dat u de Jordaan oversteekt naar het land dat de HEERE, uw God, u geeft, moet het zo zijn dat u voor uzelf grote stenen opricht en die met kalk bestrijkt. U moet alle woorden van deze wet daarop schrijven als u overgestoken bent, opdat u komt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, een land dat overvloeit van melk en honing, zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft. En als u de Jordaan bent overgestoken, moet het zó zijn dat u deze stenen, waarover ik u heden gebied, opricht op de berg Ebal, en dat u ze met kalk bestrijkt.
U moet daar een altaar bouwen voor de HEERE, uw God, een altaar van stenen die u niet met een ijzeren voorwerp mag bewerken. Van hele stenen moet u het altaar van de HEERE, uw God, bouwen, en daarop brandoffers brengen voor de HEERE, uw God. Ook moet u dankoffers offeren en daar eten en u verblijden voor het aangezicht van de HEERE, uw God. U moet op de stenen alle woorden van deze wet schrijven, duidelijk en goed.
Verder sprak Mozes, samen met de Levitische priesters, tot heel Israël: Zwijg en luister, Israël! Op deze dag bent u tot een volk geworden voor de HEERE, uw God. Daarom moet u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam zijn, en Zijn geboden en Zijn verordeningen die ik u heden gebied, doen.

Deuteronomium 27:1-10 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Zoals Mozes heeft opgedragen, bouwde Jozua op de berg Ebal, in het centrum van het land, een altaar van onbewerkte stenen, en schreef op grote stenen de Wet van Mozes. In het dal tussen de bergen Ebal en Gerizim, die een natuurlijk klankbord vormen, las hij de woorden van de Wet voor, de zegen en de vloek.

Toen bouwde Jozua een altaar voor de HEERE, de God van Israël, op de berg Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, aan de Israëlieten geboden had, overeenkomstig wat in het wetboek van Mozes geschreven staat: een altaar van hele stenen die men niet met een ijzeren voorwerp bewerkt had. Daarop brachten zij brandoffers aan de HEERE. Ook brachten zij dankoffers. Vervolgens schreef hij daar op stenen een afschrift van de wet van Mozes, die hij geschreven heeft voor de ogen van de Israëlieten.
Heel Israël met zijn oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ark, vóór de Levitische priesters, die de ark van het verbond van de HEERE droegen, zowel vreemde­lingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te zegenen. Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de zegen en de vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.

Jozua 8:30-34 (small>HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In een gesprek met de heer Jezus, bij de bron van Jakob (die archeologen weten aan te wijzen nabij de berg Gerizim), vraagt een Samaritaanse vrouw Hem, waar men moet aanbidden, in Jeruzalem of op de berg Gerizim (Volgens de Samari­taanse Penta­teuch bouwde Jozua zijn altaar niet op de berg Ebal, maar op de Gerizim). Het gaat niet om de plaats, antwoordt Jezus haar, het gaat om je hart, je gezindheid, om het aanbidden 'in geest en waarheid'.

De vrouw zei tegen Hem: Heere, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden.
Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

Johannes 4:19-24 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Maandag meer over het altaar op de berg Ebal in het Archeologie-artikel.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.