Shabbats­lezingen 27 juli: Het land is van God

vrijdag 26 juli 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Het land Kana'an is in zicht, en Mozes geeft opdracht de families te tellen en later het land eerlijk te verdelen. Maar het is en blijft Gods land, waar Gods regels gelden, en wie aan die wetten ongehoorzaam is, hoort er niet thuis, leren ons de perioden van ballingschap.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Pinchas (Pinehas) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 25:10 – 30:1,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 18:46 – 19:21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Johannes 2:13-25.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Nu de verovering van het land Kana'an in zicht is, laat Mozes de strijdbare mannen tellen, en geeft opdracht daarna Gods land door het lot te verdelen, rekening houdend met de grootte van de families.

Het gebeurde nu na die plaag dat de HEERE tegen Mozes en tegen Eleazar, de zoon van de priester Aäron, zei: Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, van twintig jaar oud en daarboven, naar hun families, ieder die in Israël met het leger uittrekt. Mozes dan en de priester Eleazar zeiden tegen hen, in de vlakten van Moab, aan de Jordaan, ter hoogte van Jericho: Neem het aantal op van twintig jaar en daarboven, zoals de HEERE Mozes en de Israëlieten, die uit het land Egypte vertrokken waren, geboden had. Ruben was de eerstgeborene van Israël. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van wie het geslacht van de Hanochieten afstamde; van Pallu het geslacht van de Palluïeten; (enzovoorts)
En de HEERE sprak tot Mozes: Onder deze stammen moet het land als erfelijk bezit verdeeld worden, overeenkomstig het aantal namen. Voor degenen die met velen zijn, moet u het erfelijk bezit groot maken en voor degenen die met weinigen zijn, moet u het erfelijk bezit minder groot maken; aan ieder moet zijn erfelijk bezit gegeven worden overeenkomstig degenen van hen die geteld zijn. Het land zal echter door het lot verdeeld worden; volgens de namen van de stammen van hun vaderen zullen zij het in erfelijk bezit nemen. Volgens het lot zal ieders erfelijk bezit tussen velen en weinigen in aantal verdeeld worden.

Numeri 26:1-5 en 52-56 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Het land, dat onder de Israëlieten werd verdeeld, is Gods land en valt onder Gods wetten. Wie zich van God afkeert, niet naar Hem luistert en zich laat verleiden om andere goden te dienen, zal niet lang leven in dit land, zoals Mozes zei.

Ik wil graag voor mijn Beminde zingen, een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard. Mijn Beminde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel. Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen, Hij beplantte hem met edele wijnstokken. In het midden ervan bouwde Hij een toren, en hakte ook een perskuip daarin uit. Hij verwachtte dat hij goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht stinkende druiven voort. Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, oordeel toch tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat is er nog meer te doen aan Mijn wijngaard, dan wat Ik eraan gedaan heb? Waarom heb Ik verwacht dat hij goede druiven zou voortbrengen, terwijl hij slechts stinkende druiven voortbracht?
Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden; Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden. Ik zal er een wildernis van maken. Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld, maar dorens en distels zullen er opschieten. En Ik zal de wolken gebieden geen regen erop te laten neerkomen.
Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant. Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het werd bloedbestuur, gerechtigheid, maar zie, het werd geschreeuw.

Jesaja 5:1-7 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In deze gelijkenis haakt Jezus in op het bekende Lied van de Wijngaard, als laatste oproep aan de Joodse leiders om te (h)erkennen Wie Hij is, de zoon van de eigenaar van het land, de Zoon van God.

En [Jezus] begon tot hen te spreken in gelijkenissen: Iemand plantte een wijngaard, zette er een omheining omheen, groef een wijnpersbak en bouwde een toren, en hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland. En toen het de tijd was, stuurde hij een dienaar naar de landbouwers om van de landbouwers zijn deel van de opbrengst van de wijngaard te ontvangen. Maar zij grepen en sloegen hem, en stuurden hem met lege handen weg. En hij stuurde weer een andere dienaar naar hen toe, en die stenigden zij en zij verwondden hem aan het hoofd en stuurden hem weg, nadat hij schandelijk behandeld was. En weer stuurde hij een andere en die doodden zij; en vele anderen, van wie zij sommigen sloegen en sommigen doodden.
Toen hij dan nog één zoon had, die hem lief was, heeft hij ook die, als laatste, naar hen toe gestuurd en hij zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben. Maar die landbouwers zeiden tegen elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten wij hem doden en de erfenis zal van ons zijn. En zij grepen en doodden hem, en wierpen hem weg, buiten de wijngaard.
Wat zal dan de heer van de wijngaard doen? Hij zal zelf komen, de landbouwers ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. Hebt u ook dit Schriftwoord niet gelezen: De steen die de bouwers verworpen hadden, die is tot een hoeksteen geworden. Dit is door de Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

Markus 12:1-11 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.