Archeologie: Joods leven in Galilea bleef na 1e eeuw

maandag 22 juli 2019 |  David Lazarus
Het Joodse leven in Galilea verdween niet in de eerste eeuwen, toen het christendom opkwam en de Romeinen de Joden in ballingschap stuurden, zoals historici dachten. Ontdekkingen in een synagoge bij het Meer van Galilea tonen aan dat het Joodse leven bloeide.

Een van de gevonden mozaïeken in de synagoge van Huqoq, een bewijs van Joods leven in Galilea (Foto: Universiteit van Noord-Carolina). Voor meer foto's, zie The Times of Israel.

Toen het christendom zich in de eerste eeuwen na Christus in heel Galilea verspreidde en de Romeinen het Joodse volk in een ballingschap stuurden, die bijna 2000 jaar duurde, hebben historici geconcludeerd dat er geen Joodse leven meer was in de regio ongehoord was omdat het was weggevaagd.

Nieuwe ontdekkingen in een oude Huqoq synagoge uit de 5e eeuw onthullen nu, dat het Joodse leven niet alleen bleef bestaan, maar ook bloeide, zelfs in de regio die zich het meest identificeerde met het ontluikende christendom en de leer van Jezus. Huqoq is een dorp gelegen in de buurt van het Meer van Galilea net boven de heuvel van Kapernaüm en niet ver van Magdala. Dit is de regio waar Jezus zijn bekende preek uitsprak op een berg gaf en de meeste van zijn wonderen verrichtte.
Petrus groeide op in Kapernaüm en veel van de apostelen kwamen uit dit gebied.
Magdala is de geboorteplaats van Maria Magdalena, een van Jezus' naaste volgelingen en getuige van zijn kruisiging, begrafenis en opstanding. Recente archeologische vondsten in Magdalena wijzen op de aanwezigheid van Messiaans-Joodse gelovigen die in de synagoge van de stad aanbidden.

Huqoq is ook niet ver van Nazareth, de plaats waar Jezus opgroeide, en van het naburige Tzippori, een grote Joodse gemeenschap waar belangrijke archeologische vondsten ons hebben geholpen om de Joodse levensstijl van Jezus te begrijpen.

Het idee, dat eeuwen van christelijke veroveraars erin geslaagd zijn om de Joden te verdringen uit wat zij het 'Heilige Land' noemden, wordt betwist door de vondsten in de synagoge van Huqoq. De synagoge onthult een rijke en goed ontwikkelde Joodse gemeenschap die de afgelopen 2000 jaar ononderbroken voortduurde in het land Israël, niet alleen in de meest gekerstende regio's van Israël, maar ook tegenover Romeinse, Byzantijnse, kruisvaarders en uiteindelijk islamitische indringers.

'De mozaïeken die de vloer van de synagoge van Huqoq versieren, veranderen ons begrip van het Jodendom in deze periode radicaal', aldus professor Jodi Magness, directeur van de opgravingen van Huqoq en hoogleraar Vroeg-Jodendom aan de Universiteit van North Carolina op Chapel Hill. 'Men denkt vaak dat de oude Joodse kunst aniconisch is, of geen beelden heeft. Maar deze mozaïeken, kleurrijk en vol met figuratieve scènes, getuigen van een rijke beeldcultuur en van de dynamiek en diversiteit van het Jodendom in de laat-Romeinse en Byzantijnse periode,' zei Magness in een persbericht.

Een van de meest recente ontdekkingen in de uitgebreide synagoge van Huqoq is een mozaïek van de twee spionnen die terugkwamen van het verkennen van het Beloofde Land met een paal met een druiventros (foto). Deze Bijbelse scène uit Numeri 13:23 bevat de Hebreeuwse inscriptie 'een paal tussen twee'. Een andere afbeelding die verwijst naar Jesaja 11:6 bevat de Hebreeuwse inscriptie 'een klein kind zal hen leiden' en toont een jeugd die een dier aan een touw leidt. De fragmentarische Hebreeuwse inscriptie eindigt met de zin 'Amen Selah'.

Een groot stenen mozaïek van de Bijbelse held Simson in de synagoge van Huqoq is volgens archeologe Magness ook van belang omdat 'slechts een klein aantal oude (laat-Romeinse) synagoge gebouwen versierd is met mozaïeken met Bijbelse taferelen, en slechts twee andere gebouwen scènes met Simson hebben (de ene is op een andere site, op een paar kilometer van Huqoq). Het vakmanschap van het mozaïek, dat bestaat uit kleine tegeltjes, en de grote stenen die voor de muren worden gebruikt, getuigen van de welvaart van het dorp'.

Er zijn nog twee andere afbeeldingen van Simson die de poorten van Gaza draagt en brandende fakkels aan de staarten van vossen bindt, een episode uit het boek Rechters 15:1-8. Tijdens een gevecht met de Filistijnen vangt Simson 300 wilde vossen, bindt ze brandende fakkels aan hun staart en laat ze los om de Filistijnse graanvelden in brand te steken. Het mozaïek toont ook twee menselijke gezichten en een Hebreeuwse inscriptie die een beloning belooft aan hen die goede daden verrichten.

De muren en zuilen van de synagoge waren met heldere kleuren beschilderd, zoals blijkt uit de vele fragmenten van pleisterwerk van de wanden, beschilderd met roze, rode, oranje en witte verfstoffen.

Dit alles en meer wijzen op twee belangrijke conclusies. Ondanks de moderne Palestijnse en Arabische bewering, dat er na Christus geen significante Joodse bevolking in Israël was, zijn grote en welvarende Joodse gemeenschappen blijven bloeien in het land Israël, niet alleen in de periode na Christus, maar gedurende meer dan 3000 jaar, tegen alle verwachtingen in. Hoewel het historische christendom ernaar gestreefd heeft om zijn eigen erfgoed en wortels in het Jodendom uit te wissen, is het land Israël een voortdurende getuige van de permanente en onweerlegbare verbinding tussen Jezus, Joden en het land Israël.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuws­brief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.