Shabbatslezingen: Wat God zegt, dat zal ik spreken

vrijdag 19 juli 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Wat wordt er toch veel gepraat op deze wereld, en in de kerken. Hoeveel daarvan komt voort uit menselijke wijsheid, uit studieboeken (die op zichzelf niet verkeerd hoeven zijn), en hoe veel (of hoe weinig) van onze woorden is echt geïnspireerd door Gods Geest?

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Balak (Balak, vernietiger) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 22:2 – 25:9,
✡ Profetenlezing: Micha 5:6 – 6:8,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 11:25-32.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
De heidense profeet Bileam is ingehuurd om een vloek uit te spreken over het volk Israël, dat een bedreiging scheen voor de Moabieten en Ammonieten. Onderweg naar zijn opdrachtgever is hij bij monde van zijn ezelin en een engel gewaarschuwd, om alleen de woorden te spreken die God hem ingeeft.

Balak zei tegen Bileam: Heb ik niet dringend boden naar u toe gestuurd om u te roepen? Waarom bent u niet naar mij toe gekomen? Ben ik werkelijk niet in staat u te eren? Toen zei Bileam tegen Balak: Zie, ik ben nu naar u toe gekomen; zal ik nu echter ook maar iets kunnen spreken? Het woord dat God mij in de mond legt, zal ik spreken.
Bileam zei tegen Balak: Bouw hier voor mij zeven altaren en bereid hier voor mij zeven jonge stieren en zeven rammen. Balak deed zoals Bileam gesproken had, en Balak en Bileam offerden een jonge stier en een ram, op elk altaar. Toen zei Bileam tegen Balak: Ga bij uw brand­offer staan. Ik zal weggaan, misschien zal de HEERE mij tegemoetkomen, en wat Hij mij tonen zal, zal ik u bekendmaken. Toen ging hij naar een kale hoogte. God ontmoette Bileam en die zei tegen Hem: Zeven altaren heb ik opgesteld en ik heb op elk altaar een jonge stier en een ram geofferd. Toen legde de HEERE het woord in de mond van Bileam, en zei: Keer terug naar Balak, en aldus moet u spreken. En hij keerde naar hem terug en zie, hij stond bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten van Moab.
Toen hief hij zijn spreuk aan en zei: Uit Syrië heeft Balak, de koning van Moab, mij laten halen, vanuit het bergland van het oosten: Kom, vervloek mij Jakob, kom, verwens Israël! Hoe kan ik vervloeken wie God niet vervloekt, hoe kan ik verwensen wie de HEERE niet verwenst? Want vanaf de top van de rotsen zie ik hem, vanaf de heuvels neem ik hem waar; zie, dat volk woont afgezonderd, onder de heidenvolken rekent het zich niet. Wie heeft het stof van Jakob geteld, en het aantal, het vierde deel van Israël? Moge mijn ziel de dood van de oprechten sterven en mijn einde zijn als dat van hem.
Toen zei Balak tegen Bileam: Wat doet u mij nu aan? Ik heb u hierheen laten halen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen juist gezegend! Hij antwoordde en zei: Zou ik dat wat de HEERE mij in de mond legt, niet nauwlettend uitspreken?

Num 22:37-38 en 23:1-12 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
'Ik geef Mijn woorden in uw mond', zegt God tegen de jeugdige Jeremia, wanneer Hij hem roept om zijn profeet te zijn, om volken en koninkrijken aan te zeggen wat God zal doen, overeenkomstig hun daden.

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend; voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd. Ik heb u aangesteld tot een profeet voor de volken. Toen zei ik: Ach Heere HEERE, zie, ik kan niet spreken, want ik ben nog maar een jongen. Maar de HEERE zei tegen mij: Zeg niet: Ik ben nog maar een jongen, want overal waarheen Ik u zenden zal, zult u gaan, en alles wat Ik u gebieden zal, zult u spreken. Wees niet bevreesd voor hen, want Ik ben met u om u te redden, spreekt de HEERE.
Toen stak de HEERE Zijn hand uit en raakte mijn mond aan. En de HEERE zei tegen mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. Zie, Ik stel u op deze dag aan over de volken en over de koninkrijken, om weg te rukken en af te breken, om te vernielen en omver te halen, maar ook om te bouwen en te planten..

Jeremia 1:4-10 (small>HSV).

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
In zijn afscheidstoespraak tot zijn discipelen belooft Jezus hen, dat de heilige Geest hen de weg zal wijzen en blijven onderwijzen.
En in de prediking gaat het niet om menselijke wijsheid en mooie woorden, maar om door God geïnspireerde woorden, schrijft Paulus.

Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen. Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.

En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God.
Joh 16:12-15 en 1 Kor 2:1-5 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Voor uitwerkingen van deze sidra voor een Bijbelleeskring, zie Numeri-22.odt en Numeri-23.odt

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.