Shabbats­lezingen: De een is niet meer dan de ander

Friday, June 14, 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Bij de inwijding van de Tabernakel worden de gaven van elk van de stamhoofden even uitgebreid genoemd. In de gemeente van God is de een niet meer of belangrijker dan de ander. De gaven die je hebt, mag je gebruiken om elkaar te dienen, ieder heeft een plaats in de gemeente.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Naso (Tel) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 4:21 – 7:89,
✡ Profetenlezing: Rechters 13:2-25,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Johannes 12:20-36.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
De Bijbel beschrijft uitvoerig de gaven van de stamhoofden bij de inwijding van de Tabernakel, hun gezamenlijke gave, en de gave van elk afzonderlijk. Twaalf maal het zelfde verhaal, met een andere gever. Geen 'idem', want elk stamhoofd is even belangrijk voor God.

Het was op de dag dat Mozes gereed was met het opbouwen van de tabernakel, dat hij die zalfde en die heiligde met alle bijbehorende voorwerpen, samen met het altaar en alle bijbehorende voorwerpen; hij zalfde die en heiligde die. En de leiders van Israël, de hoofden van hun families, boden offergaven aan; zij waren de leiders van de stammen, zij stonden boven hen die geteld waren. Zij brachten hun offergave voor het aangezicht van de HEERE: zes overdekte wagens en twaalf runderen; één wagen per twee leiders en één rund voor ieder afzonderlijk; ze boden die aan vóór de tabernakel.
En de HEERE zei tegen Mozes: Laat telkens één leider per dag zijn offergave aanbieden ter inwijding van het altaar. Het was Nahesson, de zoon van Amminadab, die op de eerste dag zijn offergave aanbood, voor de stam Juda. Zijn offergave was: één zilveren schotel, waarvan het gewicht honderddertig sikkel was; één zilveren sprengbekken van zeventig sikkel, gerekend volgens de sikkel van het heiligdom; ze waren beide vol meelbloem gemengd met olie, als graanoffer. Verder één schaal van tien gouden sikkel, vol reukwerk; één jonge stier – het jong van een rund – één ram, één lam van een jaar oud, als brandoffer; één geitenbok als zondoffer. En als dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf lammeren van een jaar oud. Dit was de offergave van Nahesson, de zoon van Amminadab.

Numeri 7:1-3 en 11-17 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Nadat koning David de stad Jeruzalem veroverde, en die tot hoofdstad van Israël maakte, bouwde koning Salomo daar de Tempel, die de Tabernakel verving, en wijdde die in.

Toen zei Salomo: De HEERE heeft gezegd in een donkere (wolk) te zullen wonen. Ík heb immers een huis gebouwd als woning voor U, een vaste woonplaats voor U, in alle eeuwigheid. Daarna keerde de koning zich om en zegende heel de gemeente van Israël, terwijl heel de gemeente van Israël stond. Hij zei: Geloofd zij de HEERE, de God van Israël, Die met Zijn mond tot mijn vader David gesproken heeft, en dat met Zijn handen heeft vervuld, toen Hij zei: Vanaf de dag dat Ik Mijn volk uit het land Egypte heb geleid, heb Ik uit alle stammen van Israël geen stad verkozen om er een huis te bouwen, zodat Mijn Naam daar zou zijn, en Ik heb geen man verkozen om vorst te zijn over Mijn volk Israël, maar Ik heb Jeruzalem verkozen om daar Mijn Naam te laten zijn, en Ik heb David verkozen om koning te zijn over Mijn volk Israël. Het was in het hart van mijn vader David om een huis te bouwen voor de Naam van de HEERE, de God van Israël. Maar de HEERE zei tegen mijn vader David: Dat het in uw hart was om voor Mijn Naam een huis te bouwen, daar hebt u goed aan gedaan, dat dit in uw hart was. U echter zult dat huis niet bouwen, maar uw zoon, die uit uw lichaam6:9 uit uw lichaam - Letterlijk: uit uw lendenen. zal voortkomen, die zal voor Mijn Naam dat huis bouwen. Zo heeft de HEERE Zijn woord dat Hij gesproken had, gestand gedaan, want ik ben in de plaats van mijn vader David opgestaan, en ik heb op de troon van Israël plaatsgenomen, zoals de HEERE gesproken heeft, en ik heb voor de Naam van de HEERE, de God van Israël, dit huis gebouwd. Ik heb daar de ark gezet, waarin het verbond van de HEERE ligt dat Hij met de Israëlieten sloot.
2 Kronieken 6:1-11 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In de gemeente, Gods bouwwerk, is de een niet meer of minder dan de ander. Ieder dient met de gaven die God hem of haar heeft gegeven, zonder zichzelf onbelangrijk te vinden of jaloers te zijn.

Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus. Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt. Want ook het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele. Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam, is hij daarom dan niet van het lichaam? En als het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam, is het daarom dan niet van het lichaam? Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het hele lichaam gehoor was, waar zou de reuk zijn? Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft. Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn? Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam. En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig.
1 Korinthe 12:12-21 (HSV).

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.