Shabbatslezingen: Beroem je niet op een groot leger

vrijdag 7 juni 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Wanneer het volk Kanaän nadert, worden alle strijdbare mannen geteld - en dat was goed. Ook koning David liet alle strijdbare mannen tellen – en dat was niet goed, hij beroemde zich op zijn grote leger. De apostel Paulus leert ons, niet te roemen op wat we zijn, maar te roemen in zwakheid.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Bamidbar (In de woestijn) zijn:
✡ Torahlezing: Numeri 1-4,
✡ Profetenlezing: Hosea 2:1-22,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 9:22-33.
In verband met het thema wijken we daar van af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Twee jaar na de uittocht uit Egypte nadert het volk Israël het beloofde land. Dat betekent: strijden met de stammen die er nu wonen, steden veroveren, het land verdelen onder de stammen, naar hun grootte. Daarom moet Mozes het volk tellen, stam voor stam.

De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in de tent van ontmoeting, op de eerste dag van de tweede maand, in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte waren vertrokken: Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, ingedeeld naar hun geslachten en naar hun families, overeenkomstig het aantal namen, al wie mannelijk is, hoofd voor hoofd. Het gaat om ieder in Israël die met het leger uittrekt, van twintig jaar oud en daarboven. Die moet u tellen, ingedeeld naar hun legers, u en Aäron. Van elke stam moet er een man bij u zijn die hoofd van zijn familie is.
De zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israël, hun afstammelingen, waren er, ingedeeld naar hun geslachten en naar hun families, overeenkomstig het aantal namen, hoofd voor hoofd, al wie mannelijk was, van twintig jaar oud en daarboven, allen die met het leger uittrokken, zij die geteld waren uit de stam Ruben: zesenveertigduizend vijfhonderd. *

Numeri 1:1-4 en 20-21 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Koning David werd gestraft vanwege een volkstelling. Waarom was God niet kwaad op Mozes, en wel op koning David? Hij overtrad een voorwaarde bij het tellen van mensen. Er was geen noodzaak toe, er dreigde geen oorlog. David telde alleen maar om zich te verheugen over zijn grote legermacht. Zolang het Joodse volk geteld werd voor een duidelijk doel, heeft het hen aan niets ontbroken, maar toen er zonder enige noodzaak een telling werd gehouden, ging het mis.

De toorn van de HEERE ontbrandde opnieuw tegen Israël. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: Ga Israël en Juda tellen. Toen zei de koning tegen Joab, de legerbevelhebber, die bij hem was: Trek toch rond door alle stammen van Israël, van Dan tot Beersheba, en tel het volk, zodat ik het aantal mannen van het volk weet. Toen zei Joab tegen de koning: Moge de HEERE, uw God, er aan dit volk honderdmaal meer toevoegen dan er nu zijn, maar waarom verlangt mijn heer de koning dit? Het woord van de koning was echter te sterk voor Joab en de bevelhebbers van het leger. Dus ging Joab bij de koning weg, met de bevelhebbers van het leger, om het volk, Israël, te tellen.
Joab gaf de koning het aantal van het getelde volk: er waren in Israël achthonderdduizend strijdbare mannen die het zwaard konden hanteren, en de mannen van Juda waren vijfhonderdduizend man sterk. Het hart van David bonsde in hem, nadat hij het volk geteld had. En David zei tegen de HEERE: Ik heb zwaar gezondigd in wat ik gedaan heb. Maar nu, HEERE, neem de ongerechtigheid van Uw dienaar toch weg, want ik heb heel dwaas gehandeld.

2 Samuël 24:1-4 en 9-10 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Tegenover valse apostelen, die zich er op beroemen geweldige apostelen van Christus te zijn, beroemt de apostel Paulus zich niet op zijn afkomst, op het resultaat van zijn prediking, maar op zijn zwakheid.

Omdat velen roemen naar het vlees, zal ik ook eens roemen. Want u verdraagt met genoegen de dwazen; u bent immers zo wijs? Want u verdraagt het, als iemand u tot slaven maakt, als iemand u verslindt, als iemand het uwe afneemt, als iemand zich boven u verheft, als iemand u in het gezicht slaat. Tot eigen oneer zeg ik: wij zijn zwak geweest. Maar waarin iemand ook durf toont – ik spreek in dwaasheid – daarin toon ook ik durf. Zijn zíj Hebreeën? Ik ook. Zijn zíj Israëlieten? Ik ook. Zijn zíj nageslacht van Abraham? Ik ook. Zijn zíj dienaars van Christus? – ik spreek als een waanzinnige – ik sta boven hen; in ingespannen arbeid veel vaker, in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, dikwijls in doodsgevaar. Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen. Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht. Op reis was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle gemeenten. Als iemand zwak is, zou ík dan omwille van hem niet zwak zijn? Struikelt iemand, zou ík dan niet branden van verontwaardiging? Als er geroemd moet worden, dan zal ik roemen in mijn zwakheid.
2 Korinthe 11:18-30 (HSV).

* Ook de vertaling: '46 families/groepen met 500 mannen' is mogelijk. De gangbare telling wijst op een volk van 2 tot 3 miljoen personen, wat een tentenkamp van ruim 20 x 20 km zou vereisen. Voor een uitwerking hiervan voor een Bijbelleeskring, zie Numeri-1.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.