Shabbats­lezingen 25 mei: Draag zorg voor de armen

vrijdag 24 mei 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Armoede mag niet bestaan in het volk Israël en in de christelijke gemeente. De zorg voor armen, weduwen en wezen is een opdracht van God. Daarin onderscheidt Gods volk zich van andere volken, die deze opdracht niet kennen.'Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE.'

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Behar (Op de berg) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 25:1 – 26:2,
✡ Profetenlezing: Jeremia 32:6-27,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 4:14-22
In verband met het thema wijken we daar een beetje van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
In Israël mag geen armoede bestaan. Wie verarmt, moet je steunen, ook wanneer het een vreemdeling is. Jullie voorouders zijn toch ook vreemdelingen geweest in een vreemd land – ontferm je daarom over hen.

En wanneer uw broeder in armoede raakt en met lege handen staat, dan moet u hem steunen, ook als hij een vreemdeling en bijwoner is, zodat hij bij u in leven blijft. U mag geen rente of winst van hem nemen, maar u moet uw God vrezen, zodat uw broeder bij u in leven blijft. U mag uw geld niet met rente aan hem lenen en u mag uw voedsel niet tegen winst geven. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft om u het land Kanaän te geven om u tot een God te zijn.
Leviticus 25:35-38 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Bij de uit Babel naar het land Israël teruggekeerde Joden ontstond armoede. Alles moest immers vanaf de grond weer worden opgebouwd. Een aantal rijken wilden wel geld uitlenen – maar dat moest wel worden terugbetaald, met rente. Akkers werden in onderpand gegeven, kinderen als slaaf verkocht – maar zo mag het niet zijn in Gods gemeente.

Er ontstond een luid geroep van het volk en van hun vrouwen tegen hun broeders, de Joden. Er waren er die zeiden: Onze zonen, onze dochters en wijzelf zijn met velen. Dus moeten we aan graan zien te komen, zodat wij kunnen eten en in leven blijven. Ook waren er die zeiden: Wij staan op het punt onze velden, onze wijngaarden en onze huizen tot onderpand te geven, zodat wij aan graan kunnen komen tegen de honger. Verder waren er die zeiden: Wij hebben geld geleend voor de belasting aan de koning, op onze velden en onze wijngaarden. Welnu, zoals het vlees van onze broeders is ook ons vlees; zoals hun zonen zijn ook onze zonen. En zie: wij staan op het punt onze zonen en onze dochters aan de slavernij te onderwerpen en er zijn er van onze dochters die al aan de slavernij zijn onderworpen, en dat buiten onze macht, en onze velden en onze wijngaarden behoren aan anderen toe. Ik ontstak in hevige woede toen ik hun geroep en deze dingen hoorde. Ik ging bij mijzelf te rade en ik riep de edelen en de machthebbers ter verantwoording en zei tegen hen: U leent geld uit tegen rente, ieder aan zijn broeder! Vervolgens belegde ik een grote vergadering tegen hen. Ik zei tegen hen: Wíj hebben onze broeders, de Joden, die aan de heidenvolken verkocht waren, teruggekocht zoveel als in ons vermogen lag; gaat ú nu weer uw broeders verkopen zodat ze weer aan ons zouden worden verkocht? Toen zwegen zij en vonden geen antwoord. En ik zei: Wat u doet, is niet goed. Moet u niet wandelen in de vreze van onze God vanwege de smaad van de heiden­volken, onze vijanden? Lenen ook ik, mijn broers en mijn knechten geld en graan aan hen tegen rente? Laten we toch deze rente achterwege laten. Geef hun toch vandaag nog hun velden, hun wijngaarden, hun olijfbomen en hun huizen terug, en ook het honderdste deel van het geld en het graan, de nieuwe wijn en olie, die u hun leent.
Nehemia 5:1-11 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Zorg voor de armen, weduwen en wezen is altijd een essentieel deel van het Jodendom en van de christelijke kerk geweest. Een van de eerste dingen die in de jonge kerk gebeurden, meldt Handelingen 6, was de aanstelling van diakenen voor de armenzorg.

Houd weduwen die werkelijk weduwen zijn, in ere. Maar indien een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten dezen leren vóór alles thuis godsvrucht te beoefenen en aan hun voorgeslacht te vergelden wat ze aan hen te danken hebben. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God. Zij nu die werkelijk weduwe is, en alleen is overgebleven, hoopt op God, en volhardt in smekingen en gebeden, nacht en dag. Maar zij die haar lusten volgt, is levend dood. Beveel ook dit, opdat zij onberispelijk zijn. Maar als iemand de zijnen en vooral zijn huisgenoten niet verzorgt, heeft hij het geloof verloochend en is hij erger dan een ongelovige.
1 Timotheüs 5:3-8 (HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.