Shabbats­lezingen 13 april: Melaatsheid

Friday, April 12, 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Wie door de besmettelijke huidziekte melaatsheid (lepra) werd getroffen, moest buiten de gemeenschap leven om verdere besmetting te voorkomen. Wie genas, moest dit laten controleren door de priesters. Jezus genas melaatsen – maar waar bleef hun dankbaarheid?

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Metsorah (Melaats) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 14 en 15,
✡ Profetenlezing: 2 Koningen 7:3-20,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 23:16-31
In verband met het thema wijken we daar een beetje van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
De priesters hadden tevens de taak van controlerend geneesheer. Iemand die van zijn melaatsheid was genezen, moest dit laten controleren door de priesters en een offer brengen. Daarna volgt een periode van quarantaine van een week en algehele reiniging..

De HEERE sprak tot Mozes: Dit is de wet voor de melaatse op de dag van zijn reiniging. Hij moet naar de priester gebracht worden, en de priester moet buiten het kamp gaan. Heeft de priester vervolgens gezien dat – zie! – de ziekte van de melaatsheid bij de melaatse genezen is, dan moet de priester opdracht geven dat men voor hem die gereinigd wordt, twee levende reine vogels neemt, cederhout, karmozijn en hysop. De priester moet dan opdracht geven dat men de ene vogel slacht boven een aarden pot met bronwater. Dan moet hij de levende vogel nemen, met het cederhout, het karmozijn en de hysop. Hij moet dat alles mét de levende vogel dopen in het bloed van de vogel die boven het bronwater geslacht is. En hij moet hiermee zevenmaal sprenkelen op hem die van de melaatsheid gereinigd wordt. Daarna moet hij hem rein verklaren, en de levende vogel in het open veld weg laten vliegen. Wie gereinigd wordt, moet zijn kleren wassen, al zijn haar afscheren en zich met water wassen. Dan is hij rein. Daarna mag hij in het kamp komen, maar hij moet zeven dagen buiten zijn tent blijven. Op de zevende dag zal het zo zijn, dat hij al zijn haar afscheert: zijn hoofd, zijn baard en de wenkbrauwen van zijn ogen. Ja, al zijn haar moet hij afscheren, zijn kleren wassen en zijn lichaam met water wassen. Dan is hij rein.
Leviticus 14:1-9 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Bij de belegering van Samaria door de Arameeërs zitten vier mannen vast tussen de stadsmuur en de belegeraars. Die waren overhaast gevlucht, toen de Heer hen het geluid van een groot leger liet horen. Zij mogen dit verlossende bericht doorgeven aan de koning.

Er waren vier melaatse mannen bij de ingang van de poort. Zij zeiden tegen elkaar: Waarom blijven wij hier totdat wij sterven? Als wij zeggen: Wij zullen de stad binnengaan – er is honger in de stad, dan zullen wij daar sterven; en als wij hier blijven, zullen wij ook sterven. Nu dan, kom, laten wij naar het legerkamp van de Syriërs overlopen. Als zij ons laten leven, dan zullen wij leven, en als zij ons doden, laten we dan maar sterven. Toen nu deze melaatsen aan de rand van het legerkamp kwamen, gingen zij een tent binnen, aten en dronken, namen vandaar zilver, goud en kleren mee, en gingen het verbergen. Daarna keerden zij terug, gingen een andere tent binnen, namen ook daaruit het een en ander weg en gingen het eveneens verbergen.
Toen zeiden zij tegen elkaar: Wij doen hier niet goed aan. Deze dag is een dag met een goede boodschap en wij zwijgen erover. Als wij wachten tot het morgenlicht, staan wij schuldig. Nu dan, kom, laten wij dit in het huis van de koning gaan vertellen. Zij kwamen, riepen naar de poortwachter van de stad en vertelden hun: Wij zijn naar het legerkamp van de Syriërs gegaan, en zie, daar was niemand meer – geen geluid van mensen, alleen de paarden, vastgebonden; en de ezels, vastgebonden; en de tenten, zoals zij waren. En deze riep de andere poortwachters en die vertelden het binnen in het huis van de koning.

2 Koningen 7:3-4 en 8-11 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Tien melaatse mannen, uitgestoten uit hun dorp wegens besmettingsgevaar, horen spreken over rabbi Jezus, die zieken geneest, en ze zoeken Hem op. Hij stuurt hen naar de priesters, die hun genezing moesten controleren, en ze gaan – in het geloof.

En het gebeurde, toen Jezus naar Jeruzalem reisde, dat Hij dwars door Samaria en Galilea heen trok. En toen Hij een zeker dorp wilde binnengaan, kwamen tien melaatse mannen naar Hem toe, die op een afstand bleven staan. En zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus, Meester, ontferm U over ons. En toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: Ga heen en toon uzelf aan de priesters. En het gebeurde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden. En toen één van hen zag dat hij genezen was, keerde hij terug, terwijl hij met luide stem God verheerlijkte. En hij wierp zich met het gezicht ter aarde voor Zijn voeten en dankte Hem. En dit was een Samaritaan. Toen antwoordde Jezus en zei: Zijn niet de tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Zijn er dan geen anderen gevonden die terugkeren om God de eer te geven dan deze vreemdeling? En Hij zei tegen hem: Sta op en ga heen. Uw geloof heeft u behouden.
Lukas 17:11-19 (HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.