Shabbatslezingen 6 april: Ook Jezus werd besneden

Friday, April 05, 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Naast de vele religieuze wetten gaf Mozes het volk veel praktische wetten, over hygiëne en gezond­heids­zorg, zoals besnijdenis van jongetjes en een periode van afzondering voor een kraamvrouw. Ook Jozef en Maria gehoorzaamden daaraan, en lieten Jezus besnijden.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Tazria (Zij draagt) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 12 en 13
✡ Profetenlezing: Ezechiël 45:16 – 46:18
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Lukas 2:21-39

Een gedeelten uit de Torahlezing
Hygiëne en zorg voor de gezondheid zijn belangrijke onderwerpen in de wetten van Mozes. Hij schrijft de besnijdenis voor – ter voorkoming van geslachtsziekten – een tijd van afzondering voor kraamvrouwen, en een offer om dankbaarheid te tonen..

De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: Wanneer een vrouw nageslacht voortbrengt en een jongetje heeft gebaard, dan is zij zeven dagen onrein. Zij is dan even onrein als tijdens de dagen van afzondering als zij ongesteld is. En op de achtste dag moet het vlees van zijn voorhuid besneden worden.
Vervolgens moet zij drieëndertig dagen blijven in het bloed van haar reiniging. Niets wat heilig is, mag zij aanraken, en zij mag niet naar het heiligdom komen, totdat de dagen van haar reiniging voorbij zijn. Maar als zij een meisje baart, dan is zij twee weken onrein zoals tijdens haar afzondering. Daarna moet zij zesenzestig dagen blijven in het bloed van haar reiniging.
Wanneer de dagen van haar reiniging voor een zoon of een dochter voorbij zijn, moet zij een lam van een jaar oud als brandoffer en een jonge duif of tortelduif als zondoffer bij de priester brengen, bij de ingang van de tent van ontmoeting. Die moet het voor het aangezicht van de HEERE aanbieden, en verzoening voor haar doen. Dan is zij rein van haar bloedvloeiing. Dit is de wet voor haar die een jongetje of meisje baart. Maar als haar vermogen niet toereikend is voor een lam, dan mag zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, één als brandoffer en één als zondoffer. Zo zal de priester verzoening voor haar doen en is zij rein.

Leviticus 12:1-8 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
De profeet Ezechiël beschrijft de offers voor reiniging en verzoening voor de nieuwe Tempel

Op de vorst rust de taak te zorgen voor de brandoffers, het graanoffer en het plengoffer op de feesten, op nieuwemaansdagen en op de sabbatten: op alle feestdagen van het huis van Israël. Hij moet zorgen voor het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers om verzoening te doen voor het huis van Israël.
Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op de eerste van de maand, moet u een jonge stier zonder enig gebrek – het jong van een rund – nemen. Zo moet u het heiligdom van zonde reinigen. Dan moet de priester een deel van het bloed van het zondoffer nemen en het op de deurposten van het huis strijken, op de vier hoeken van de omgang van het altaar en op de deurposten van de poorten van de binnenste voorhof. Hetzelfde moet u doen op de zevende van de maand vanwege iemand die zonder opzet zondigt of vanwege iemand die onwetend zondigt. Zo moet u verzoening doen voor het huis.

Ezechiël 45:17-20 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In gehoorzaamheid aan de wet van Mozes liet Maria haar Zoon besnijden, zoals met alle jongetjes in Israël gebeurde, en zij bracht het voorgeschreven offer voor haar reiniging. Daarbij spraken Simeon en Anna profetische woorden.

En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was.
En toen de dagen van haar reiniging volgens de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Heere voor te stellen – zoals geschreven staat in de wet van de Heere: al wat mannelijk is dat de moederschoot opent, zal heilig voor de Heere genoemd worden – en om een offer te brengen volgens wat gezegd is in de wet van de Heere, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.
En zie, er was een man in Jeruzalem, van wie de naam Simeon was, en die man was rechtvaardig en godvrezend. Hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem. En hem was een Goddelijke openbaring gegeven door de Heilige Geest dat hij de dood niet zien zou voordat hij de Gezalfde van de Heere zou zien. En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het Kind Jezus binnen brachten om met Hem te doen volgens de gewoonte van de wet, nam hij Het in zijn armen, loofde God en zei: Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken. En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over wat er over Hem gezegd werd.
En Simeon zegende hen en zei tegen Maria, Zijn moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden – ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan – opdat de overwegingen uit veel harten openbaar worden.
En toen zij alles volbracht hadden wat er volgens de wet van de Heere gedaan moest worden, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.

Lukas 2:21-35 en 39 (HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.