Shabbatslezingen: Jezus is onze hogepriester

Friday, March 29, 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
A'aron en zijn vier zonen waren tot priesters gewijd, brachten offers voor zichzelf en het volk, Gods heerlijkheid verscheen – en toch had God iets beters voor ogen, de priester-koning Jezus, die door zichzelf te offeren echte verlossing bracht, en heersen zal als koning.

De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Shimini (Achtste) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 9:1 – 11:47,
✡ Profetenlezing: 2 Samuel 6:1 – 7:17,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 7:1-19
In verband met het thema wijken we daar een beetje van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Na de wijding van A'aron en zijn vier zonen als priesters aanvaarden zij hun taak door het brengen van offers voor zichzelf en het volk. Daarna verschijnt de shechinah, de heerlijkheid van de HEERE aan het volk.

Toen namen zij wat Mozes geboden had, en brachten het tot vóór de tent van ontmoeting. En heel de gemeenschap kwam naar voren en stond voor het aangezicht van de HEERE. En Mozes zei: Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft. Doe het, dan zal de heerlijkheid van de HEERE aan u verschijnen. Toen zei Mozes tegen Aäron: Kom naar voren, naar het altaar, en bereid je zondoffer en je brandoffer, en doe verzoening voor jou en voor het volk. Bereid dan de offergave van het volk, en doe verzoening voor hen, zoals de HEERE geboden heeft. Toen kwam Aäron naar voren, naar het altaar, en slachtte het kalf dat voor hem als zondoffer bestemd was. Vervolgens brachten de zonen van Aäron het bloed bij hem, en hij doopte zijn vinger in dat bloed en streek het op de hoorns van het altaar. Daarna goot hij het bloed uit aan de voet van het altaar.
Daarna hief Aäron zijn handen op over het volk, en zegende hen. Toen kwam hij naar beneden, nadat hij het zondoffer, het brandoffer en het dankoffer gebracht had. Vervolgens ging Mozes met Aäron de tent van ontmoeting binnen, en toen zij er weer uit kwamen, zegenden zij het volk. En de heerlijkheid van de HEERE verscheen aan heel het volk. Een vuur ging uit van het aangezicht van de HEERE, en verteerde het brandoffer en de vetdelen op het altaar. Toen heel het volk dit zag, juichten zij en wierpen zich met het gezicht ter aarde.

Leviticus 9:5-9 en 22-24 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Profetische woorden van koning David, wijzend op een verre nakomeling, Jezus, die gekomen is als priester naar de ordening van Melchizedek, en komen zal als overwinnende Koning.

De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten. De HEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion en zegt: Heers te midden van Uw vijanden. Uw volk is zeer gewillig op de dag van Uw kracht, getooid met heilig sieraad; uit de schoot van de dageraad is voor U de dauw van Uw jeugd. De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.
Psalm 110:1-4 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Elke dag brachten de priesters offers voor de zonde, volgens de wetten van Mozes. Die offers konden de zonden niet wegnemen, maar slechts bedekken. De priesterdienst was een voorafschaduwing, een heenwijzing, naar de volmaakte priesterdienst van Jezus.

Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. Want de terzijdestelling van het voorgaande gebod vindt plaats vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid. De wet heeft namelijk niets tot volmaaktheid gebracht, maar de totstandbrenging van een betere hoop, waardoor wij tot God naderen, doet dat wel.
En in zoverre Hij geen Priester is geworden zonder het zweren van een eed – want zij zijn wel zonder het zweren van een eed priester geworden, maar Hij is het geworden met het zweren van een eed door God, Die tegen Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek – in zoverre is Jezus Borg geworden van een zoveel beter verbond.
En zij zijn wel in groten getale priester geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven, maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Want zo'n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven. Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij eens en voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde. Want de wet stelt mensen, die met zwakheid behept zijn, aan als hogepriester. Maar het woord van de eed die na de wet gezworen is, stelt de Zoon aan, Die tot in eeuwigheid volmaakt is.

Hebreeën 7:17-28 (HSV).

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.