Shabbatslezingen 9 februari: God heeft de blijmoedige gever lief

vrijdag 8 februari 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
De Bijbelgedeelten voor deze week gaan over geven. Wanneer God Heer is over ons leven, geldt dat ook voor ons bezit, ons geld. Hij zegent ons, om er wèl mee te doen, om er Hem en onze naasten mee te dienen, om er mee te bouwen aan zijn Koninkrijk.

De gebruikelijke Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Teroemah (Heffingen, gaven) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 25:1 – 27:19,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 5:12 – 6:13,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: 2 Korintiërs 9:1-15
In verband met het thema wijken we daar een beetje van af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Om de Israëlieten te laten zien dat hun God dicht bij hen is, bij hen betrokken is, moeten zij een Tabernakel maken, een grote heilige tent voor God, een mobiel heiligdom.

Toen sprak de HEERE tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg dat zij voor Mij een hefoffer nemen. U moet van iedereen wiens hart hem gewillig maakt, een hefoffer voor Mij nemen. Dit is het hefoffer dat u van hen moet nemen: goud, zilver en koper, blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol, fijn linnen en geitenhaar, roodgeverfde ramshuiden, zeekoeienhuiden en acaciahout, olie voor de lamp, specerijen voor de zalfolie en specerijen voor het geurige reukwerk, onyxstenen en andere edelstenen als opvulling voor de efod en de borsttas. En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen. Volgens alles wat Ik u zal tonen, een ontwerp van de tabernakel en een ontwerp van al zijn voorwerpen, zó moet u het maken.
Exodus 25:1-9 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Na een paar honderd jaar wonen in het land Kanaän is Israël een koninkrijk geworden. Koning David heeft de stad Jeruzalem veroverd, en wil daar een echte stenen Tempel bouwen. Hij zamelt materiaal bijeen, waarmee zijn zoon Salomo de bouw mag gaan uitvoeren.

Toen riep hij zijn zoon Salomo en gebood hem voor de HEERE, de God van Israël, een huis te bouwen. David zei tegen Salomo: Mijn zoon, ik zelf had het voornemen om voor de Naam van de HEERE, mijn God, een huis te bouwen, maar het woord van de HEERE kwam tot mij: U hebt een grote hoeveelheid bloed vergoten en u hebt grote oorlogen gevoerd. U mag voor Mijn Naam geen huis bouwen, omdat u een grote hoeveelheid bloed op de aarde voor Mijn aangezicht vergoten hebt. Zie, een zoon zal u geboren worden; díe zal een man van rust zijn, want Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden van rondom. Ja, Salomo zal zijn naam zijn, want Ik zal in zijn dagen vrede en stilte over Israël geven. Hij is het die voor Mijn Naam een huis zal bouwen, en hij is het die Mij tot een zoon zal zijn, en Ik hem tot een Vader. En Ik zal de troon van zijn koninkrijk tot in eeuwigheid over Israël bevestigen. Nu dan, mijn zoon, moge de HEERE met je zijn, en je zult voorspoedig zijn, en het huis van de HEERE, je God, bouwen, zoals Hij over jou gesproken heeft. Alleen, moge de HEERE je verstand en inzicht geven, als Hij je het bevel geeft over Israël, zodat je de wet van de HEERE, je God, in acht neemt. Dan zul je voorspoedig zijn, als je de verordeningen en bepalingen nauwlettend in acht neemt, die de HEERE aan Mozes voor Israël geboden heeft. Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en wees niet ontsteld!
1 Kronieken 22:6-13 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In het boek Handelingen en enkele brieven van Paulus wordt de inzameling voor de kennelijk verarmde gemeente van Jeruzalem vermeld. Zonder een woord van verwijt vraagt Paulus de gelovigen in Korinthe geld voor hen apart te leggen.

Want het is voor mij niet nodig u te schrijven over het dienstbetoon aan de heiligen. Want ik weet van uw bereidwilligheid, waarover ik u roem bij de Macedoniërs, namelijk dat Achaje al sinds een jaar gereed is. En uw ijver heeft velen aangestoken. Maar ik heb de broeders gestuurd, opdat onze roem over u in dit opzicht niet zonder inhoud zou blijken, opdat u – zoals ik zei – gereed bent; opdat niet misschien, als er Macedoniërs met mij meekomen en zij u niet gereed vinden, wij – om niet te zeggen: u – beschaamd worden in dit vertrouwen op onze roem over u. Ik achtte het dus nodig de broeders aan te sporen eerst naar u toe te gaan en de eerder door u beloofde zegen vóóraf in gereedheid te brengen, zodat deze gereedligt als een zegen en niet als een gift in gierigheid gegeven. En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten. Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.
2 Korinthe 9:1-7 (HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.