Shabbatslezingen 26 januari: Gods heiligheid

vrijdag 25 januari 2019 |  Redactie Israeltoday.nl
Na de Uittocht bij de berg Sinaï aangekomen, zien de Israëlieten iets van Gods majesteit en heiligheid wanneer God tot hen spreekt. Ook de profeet Jesaja zag in een visioen Gods heerlijkheid in de hemelse tempel, en Jezus spreekt over de 'wetten van het Koninkrijk der hemelen.

De gebruikelijke Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Yitro (Jetro) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 18:1 – 20:23,
✡ Profetenlezing: Jesaja 6:1 – 7:6 en 9:5-6,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 5:8-20

Gedeelten uit de Torahlezing
Na de Uittocht is het volk Israël aangekomen bij de berg Sinaï, waar zij God zullen ontmoeten. Het volk schrikt van de majesteit en heiligheid van de levende God en blijft liever op een afstand staan.

En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde. Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg. De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig. Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem. Toen daalde de HEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. De HEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven.
En heel het volk was getuige van de donderslagen, de bliksems, het bazuingeschal en de rokende berg. Toen het volk dit zag, sidderden zij en bleven op een afstand staan. Zij zeiden tegen Mozes: Spreekt ú met ons, dan zullen wij luisteren, maar laat God niet met ons spreken, anders sterven wij. Mozes zei tegen het volk: Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt. Het volk bleef op een afstand staan, maar Mozes naderde tot de donkere wolk, waar God was.

Exodus 19:16-20 en 20:18-21 (HSV).

Een gedeelte uit de Profetenlezing
In zijn roepingsvisioen raakt de profeet Jesaja diep onder de indruk van wat God hem laat zien in de hemelse tempel, en hij realiseert zich: voor de heilige God kan niemand bestaan – tenzij God zich ontfermt.

In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel. Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. De een riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid! De deurpinnen in de drempels schudden door de stem van hem die riep, en het huis vulde zich met rook. Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien. Maar een van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen. Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend. Daarna hoorde ik de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij.
Jesaja 6:1-8 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Lazen we in de eerste Bijbelgedeelten over Gods heiligheid, hier spreekt Jezus over Gods ontferming en liefde en de 'wetten' van Gods Koninkrijk.

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem. En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei:
Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.
Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.
Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Matteüs 5:1-12 (HSV).

Voor een uitwerking hiervan voor een Bijbelleeskring, zie Exodus-18-20

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.