Shabbatslezingen 12 januari: Een dorsende os...

vrijdag 11 januari 2019 |  Redactie Israel Today
In het verhaal van de Uittocht staan een paar regels, waar we gewoonlijk overheen lezen: laat ieder aan zijn buurman of buurvrouw gouden of zilveren voorwerpen vragen, als vergoeding voor honderden jaren harde arbeid. Ook de apostelen hebben recht op loon voor hun arbeid.

De gebruikelijke Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Bo (Ga! [naar Farao]) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 10:1 – 13:16,
✡ Profetenlezing: Jeremia 46:13-28,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 9:14-29.
In verband met het thema wijken we hiervan af.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Na honderden jaren van slavendienst in Egypte staat het volk Israël op het punt, de piramiden achter zich te laten. Maar God staat niet toe, dat de Egyptenaren hen met lege handen wegsturen. Vraag uw buren gouden en zilveren voorwerpen, zegt Mozes, want de arbeider is zijn loon waard.

De HEERE had tegen Mozes gezegd: Nog één plaag zal Ik over de farao en Egypte brengen en daarna zal hij u vanhier laten gaan. Als hij u allemaal laat gaan, zal hij u vanhier haastig verdrijven. Spreek toch ten aanhoren van het volk en zeg dat iedere man van zijn naaste en iedere vrouw van haar naaste zilveren en gouden voorwerpen moet vragen. En de HEERE gaf het volk genade in de ogen van de Egyptenaren. Ook stond de man Mozes in het land Egypte in hoog aanzien in de ogen van de dienaren van de farao en in de ogen van het volk.
En Mozes zei: Zo zegt de HEERE: Omstreeks midder­nacht zal Ik uittrekken door het midden van Egypte en alle eerstgeborenen in het land Egypte zullen sterven, van de eerstgeborene van de farao af, die op zijn troon zitten zou, tot de eerstgeborene van de slavin die achter de handmolen zit, en alle eerstgeborenen van het vee. Er zal een luid geschreeuw zijn in heel het land Egypte, zoals er nog nooit geweest is en zoals er ook nooit meer zijn zal. Maar bij alle Israëlieten zal nog geen hond zijn tong roeren tegen mens of dier. Zo zult u weten dat de HEERE onderscheid maakt tussen de Egyptenaren en de Israëlieten. Dan zullen al deze dienaren van u naar mij toe komen, zich voor mij buigen en zeggen: Vertrek, u en al het volk dat in uw voetspoor gaat, en daarna zal ik vertrekken. Toen ging hij bij de farao weg, in brandende toorn.

Exodus 11:1-8 (HSV).

Enkele gedeelten uit de Profetenlezing
In het boek Deuteronomium, dat een uitwerking bevat van de Tien Geboden, staan veel opdrachten voor het dagelijks leven: heb respect voor je arbeiders, voor je dieren, geef aan ieder wat hem of haar toekomt.

U mag de arme en behoeftige dagloner, iemand van uw broeders of van de vreemdelingen die in uw land binnen uw poorten is, niet onderdrukken. Op dezelfde dag moet u hem zijn loon geven; de zon mag er niet over ondergaan, want hij is arm en hij verlangt ernaar. Laat hij niet vanwege u de HEERE hoeven aanroepen, want dan zal er zonde in u zijn.
Een rund mag u niet muilkorven als hij aan het dorsen is.

Deuteronomium 24:14- 15 en 25:4 (HSV).

Gedeelten uit het Nieuwe Testament
Paulus spoort de gemeente in Korinthe aan om hem en de andere evangelisten financieel te steunen. Hij deelt het evangelie met hen – zij mogen hun bezit delen met hem. En Jakobus wijst op het vergankelijke van rijkdom, vooral wanneer je die hebt verkregen door anderen tekort te doen.

Wie dient ooit in het leger en betaalt zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van zijn vrucht? Of wie weidt een kudde en voedt zich niet met de melk van de kudde? Spreek ik dit naar de mens? Of zegt ook de wet niet hetzelfde? Want in de wet van Mozes staat geschreven: U mag een dorsende os niet muilbanden. Bekommert God Zich alleen maar om de ossen? Of zegt Hij dit vooral om ons? Jawel, om ons is geschreven dat wie ploegt, in hoop hoort te ploegen, en dat wie in hoop dorst, het deel waarop hij hoopt, hoort te krijgen. Als wij bij u het geestelijke gezaaid hebben, is het dan te veel als wij van u het stoffelijke oogsten? Als anderen aan dit recht over u deelhebben, waarom wij niet des te meer? Wij hebben echter van dit recht geen gebruik gemaakt, maar wij verdragen alles, opdat wij geen enkele hindernis opwerpen voor het Evangelie van Christus.

Nu dan, rijken, huil en jammer over al de ellende die u overkomt. Uw rijkdom is vergaan en uw kleren zijn door de motten aangevreten. Uw goud en zilver is verroest en hun roest zal een getuigenis tegen u zijn en uw vlees als een vuur verteren. U hebt schatten verzameld in de laatste dagen. Zie, het loon van de arbeiders die uw velden gemaaid hebben, dat door u achtergehouden is, schreeuwt tot God, en de jammerklachten van hen die geoogst hebben, zijn doorgedrongen tot de oren van de Heere van de hemelse legermachten. U bent u aan weelde te buiten gegaan op de aarde en hebt uw eigen lusten gevolgd. U hebt uw hart gevoed als op de dag van de slacht.
1 Koronthe 9:7-12 en Jakobus 5:1-5 (HSV).

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.