‘Ik staarde naar een Hebreeuwse rol die tweeduizend jaar niet gelezen was’

maandag 31 december 2018 |  Shelley Neese
In 1946 of 1947, niemand weet het zeker, leidde een bedoeïen geitenherder – bijgenaamd Mohammed de Wolf – zijn kudde rond de kliffen langs de noordwestelijke rand van de Dode Zee. Terwijl het vee op de schaarse vegetatie graasde, dwaalde Mohammed rond de rotsen. Volgens een van de verschillende varianten van het verhaal gooide hij een steen in een grot om een zwervende geit te laten schrikken. Hij hoorde echter aardewerk uiteenspatten. Mohammed de Wolf was te bang om zich alleen in de grot te laten zakken en keerde enkele dagen later terug met ten minste twee familieleden van zijn Ta’amireh stam. Ze fantaseerden over het vinden van goud en zilver, maar in plaats daarvan stuitten ze op een verzameling van vreemd gevormde kleivaten met komvormige deksels. In één pot ontdekten ze drie oude leren rollen, intact en verpakt in linnen.

De bedoeïenen brachten hun rollen terug naar hun kamp. Vervolgens bewaarden zij de bundel in een geitenhuidzak en hingen hem aan een tentstok. Onbekend als ze waren met het oude schrift, discussieerden zij over de vraag of ze de oude stroken leer opnieuw moesten gebruiken. Gelukkig dacht Mohammeds oom eraan om op de marktdag de rollen naar Bethlehem te brengen. Hun eerste kennismaking met de handel in antiquiteiten op de zwarte markt wekte meer argwaan dan succes. De ene handelaar stuurde ze door naar de volgende. Uiteindelijk regelden ze dat een Syrisch-orthodoxe handelaar, Khalil Eskander Shahin (beter bekend als Kando), de rollen verkocht voor een bepaalde prijs. Kando bezat een algemene winkel en een schoenmakerswinkel in de buurt van de Geboortekerk. Aartsbisschop Mar Samuel, hoofd van het Syrisch-orthodoxe San Marco-klooster, kocht de rollen kort nadat hij ze bij Kando had gezien. Als voormalig bibliothecaris in het Sint-Katelijneklooster van de Sinaï had de aartsbisschop ervaring met oude geschriften. Nadat Kando zijn eigen deel van de prijs had genomen, keerde de bedoeïen met zestig dollar terug naar de woestijn.

In de hoop nog meer winst te behalen, keerde het familielid van Mohammed de Wolf terug naar de grot en ontdekte daar nog vier rollen. Opnieuw vond een van de rollen zijn weg naar Kando. De andere drie rollen werden verkocht aan een antiquiteitenhandelaar in Bethlehem: Faidi Salahi. Salahi was van plan om de rollen te laten zien aan een Hebreeuwse geleerde die in staat was om hun werkelijke waarde in te zien.

Eenenzeventig jaar geleden, op 24 november 1947, kwam het einde van het Britse Mandaat dichterbij en raakte de ontluikende Joodse natie verstrikt in een bloedige burgeroorlog met Palestijnse nationalisten. Jeruzalem werd verdeeld door prikkeldraad, boobytraps en geïmproviseerde muren, terwijl Britse troepen zich inspanden om het geweld te onderdrukken. Professor Eleazar Lipa Sukenik van de Hebreeuwse universiteit kreeg een telefoontje van een Armeense vriend, die als tussenpersoon voor Salahi optrad. Hij beloofde Sukenik een belangrijke oudheid te laten zien.

Ze ontmoetten elkaar aan de poort van Militaire Zone B, gescheiden door een prikkeldraadhek. De Armeniër hield een fragment van leer omhoog. Hoewel Sukenik verhalen had gehoord over inscriptiemateriaal wat zich op de zwarte markt bevond, begreep de Joodse geleerde het belang van de woestijnvondst pas toen hij de oude belettering onder ogen kreeg. Zelfs door het prikkeldraad heen herkende Sukenik de schrijfstijl als vergelijkbaar met de eerste-eeuwse ossuaria (bottenkisten) in Jeruzalem.

Vijf dagen later reisde Sukenik met een geldige pas naar Salahi’s huis in Bethlehem, zonder rekening te houden met reisadviezen en de wensen van zijn vrouw en zoon. Salahi stond Sukenik toe om de rollen mee te nemen en te bestuderen voordat er over een prijs onderhandeld zou worden. In een bus vol Arabieren droeg de Joodse geleerde de Hebreeuwse rollen onder zijn arm, verpakt als een normaal pakket. Toen Sukenik eenmaal in de beslotenheid van zijn huis was, rolde hij met trillende vingers een fragiele rol uit. Hij registreerde de intensiteit van de emotie in zijn dagboek: ‘Ik had plotseling het gevoel dat ik door het lot bevoorrecht werd naar een Hebreeuwse rol te kijken die al meer dan tweeduizend jaar niet meer gelezen was’. Terwijl hij de tekst doorkeek, hoorde hij de radio aankondigen dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor de oprichting van een Joodse Staat had gestemd. Spontane vieringen braken uit in de straten.

Namens de Hebreeuwse Universiteit kocht Sukenik de drie manuscripten van Salahi: de Oorlogsrol, de Dankzeggingspsalmen, en een tweede exemplaar van de Jesajarol.

De Dode Zee-rollen waren als een symbolisch verjaardagscadeau voor de staat die nog steeds worstelt om buiten de baarmoeder te overleven. De laatste 71 jaar zijn de teksten gevierde iconen van Israëls erfgoed – van een volk dat al lang bekend staat om de literaire gaven die ze aan de wereld hebben nagelaten. De Egyptenaren hebben hun piramiden, de Chinezen hebben hun muur, de Grieken hebben hun marmeren tempel en de Inca’s hadden hun bergkamcitadel. De Joden hebben hun rollen; monumenten die zijn opgebouwd uit woorden in plaats van uit stenen.

Shelley Neese is de auteur van het onlangs verschenen boek The Copper Scroll Project en ondervoorzitter van The Jerusalem Connection.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.