Shabbatslezingen 29 december: Door God geroepen

vrijdag 28 december 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
U kent het verhaal van Mozes, geboren in de tijd dat het volk Israël werd verdrukt in Egypte, te vondeling gelegd in een mandje in de Nijl, gevonden en aan het hof van Farao opgevoed als een prins – maar na een eigenmachtige optreden, een moord, moet hij vluchten, totdat God hem roept voor een zware taak.

De gebruikelijke Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Shemot (Dit zijn de namen) zijn:
✡ Torahlezing: Exodus 1:1 – 6:1,
✡ Profetenlezing: Jesaja 27:6 -28:13, 29:22-23,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: 1 Kor 14:13-25.
In verband met het thema wijken we daarvan af.

Gedeelten uit de Torahlezing
Op Gods tijd, nadat Mozes heeft afgeleerd in eigen kracht te handelen, roept God hem bij een brandende braamstruik, op heilige grond, om zijn volk uit Egypte te leiden. Niet met een sterk leger, maar met Gods wondertekenen.

Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat de Israëlieten zuchtten en het uitschreeuwden vanwege de slavenarbeid. En hun hulpgeroep vanwege de slavenarbeid steeg omhoog tot God. Toen hoorde God hun gekerm, en God dacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob. En God zag naar de Israëlieten om en ontfermde Zich over hen.
De HEERE zei: Ik heb duidelijk de onderdrukking van Mijn volk, dat in Egypte is, gezien en heb hun geschreeuw om hulp vanwege hun slaven­drijvers gehoord. Voorzeker, Ik ken hun leed. Daarom ben Ik neergekomen om het volk te redden uit de hand van de Egyptenaren, en het te leiden uit dit land naar een goed en ruim land, naar een land dat overvloeit van melk en honing, naar het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten. Nu dan, zie, het geschreeuw om hulp van de Israëlieten is tot Mij gekomen. En Ik heb ook de onderdrukking gezien waarmee de Egyptenaren hen onderdrukken. Nu dan, ga op weg. Ik zal u naar de farao zenden, en u zult Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden. Mozes zei echter tegen God: Wie ben ik, dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden? En Hij zei: Voorzeker, Ik zal met u zijn, en dit zal voor u het teken zijn dat Ík u gezonden heb: Als u het volk uit Egypte geleid hebt, zult u God dienen op deze berg..

Exodus 2:23-25 en 3:7-12 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Net zoals Mozes werd de profeet Samuel door God gevormd en geroepen voor zijn taak. Hij leerde Gods stem verstaan, en heel Israël erkende dat God hem het ambt van profeet had toevertrouwd.

Toen kwam de HEERE en bleef daar staan; en Hij riep zoals de andere keren: Samuel, Samuel! En Samuel zei: Spreek, want Uw dienaar luistert. De HEERE zei tegen Samuel: Zie, Ik ga iets doen in Israël waarvan bij ieder die het hoort, de beide oren zullen tuiten. Op die dag zal Ik over Eli alles gestand doen wat Ik tegen zijn huis gesproken heb, van het begin tot het einde. Want Ik heb hem bekendgemaakt dat Ik over zijn huis voor eeuwig gericht zal oefenen, omwille van de ongerechtigheid die hij geweten heeft; want toen zijn zonen zich vervloekt gemaakt hebben, heeft hij hen niet eens zuur aangekeken. En daarom heb Ik het huis van Eli gezworen: De ongerechtigheid van het huis van Eli zal in eeuwigheid niet verzoend worden door slachtoffer of door graanoffer!
En Samuel werd groot. De HEERE was met hem en liet niet een van al Zijn woorden onvervuld. En heel Israël, van Dan tot Berseba toe, erkende dat Samuel aangesteld was tot profeet van de HEERE. En de HEERE bleef in Silo verschijnen; ja, de HEERE openbaarde Zich aan Samuel in Silo door het woord van de HEERE.

1 Samuel 3:10-14 en 19-21 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Saulus, een Farizeeër, doorkneed in de leer der vaderen en een bestrijder van die nieuwe 'sekte', de aanhangers van Jezus, wordt in Damascus krachtdadig bekeerd en geroepen om het evangelie van Jezus te verkondigen onder de heidenvolken.

Toen ik daarvoor ook naar Damascus reisde, met volmacht en in opdracht van de overpriesters, zag ik, koning, midden op de dag, op de weg een licht, sterker dan de glans van de zon, dat mij en hen die met mij meereisden, vanuit de hemel omscheen. En nadat wij allen op de grond gevallen waren, hoorde ik een stem tot mij spreken en in de Hebreeuwse taal zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? Het is hard voor u de hielen tegen de prikkels te slaan. En ik zei: Wie bent U, Heere? En Hij zei: Ik ben Jezus, Die u vervolgt. Maar richt u op en sta op uw voeten, want hiertoe ben Ik aan u verschenen: om u aan te stellen als dienaar en getuige zowel van de dingen die u gezien hebt als van die waarin Ik nog aan u verschijnen zal; en Ik zal u verlossen van dit volk en van de heidenen, naar wie Ik u nu zend, om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van de zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij. Daarom, koning Agrippa, ben ik die hemelse verschijning niet ongehoorzaam geweest, maar heb ik eerst aan hen die in Damascus en in Jeruzalem en in heel het land van Judea woonden, en later aan de heidenen verkondigd dat zij tot inkeer moesten komen, zich tot God bekeren en werken doen die in overeenstemming zijn met de bekering.
Handelingen 26:12-20 (HSV).

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.