Shabbatslezingen 22 december: Hoop na de dood

vrijdag 21 december 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
Is alles afgelopen na de dood?
Jakob en koning David gaven instructies voor na hun dood, en Petrus vertelt in zijn brief over de hoop, die we door de opstandig uit de dood van Jezus Christus, mogen hebben op een leven na dit leven, in de hemel bij de Here.

De Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Wayechi (En hij leefde) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 47:28 – 50:26,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 2:1-12,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: 1 Petrus 1:1-9.

Gedeelten uit de Torahlezing
'Begraaf me niet in Egypte', zegt Jakob wanneer hij zijn einde voelt naderen. Hij heeft hoop en geloof voor de terugkeer van zijn nakomelingen naar het door God beloofde land, en wil daar bij hen zijn.

Jakob leefde nog zeventien jaar in het land Egypte, zodat de dagen van Jakob, de jaren van zijn leven, honderdzevenenveertig jaar waren. Toen de dagen voor Israël naderbij kwamen dat hij zou sterven, riep hij zijn zoon Jozef en zei tegen hem: Als ik toch genade in jouw ogen gevonden heb, leg dan toch je hand onder mijn heup en zweer dat je mij goedertierenheid en trouw zult bewijzen. Begraaf mij toch niet in Egypte, maar laat mij bij mijn vaderen liggen. Daarom moet je mij uit Egypte vervoeren en mij in hun graf begraven. Hij zei: Ík zal overeenkomstig uw woorden handelen. Hij zei: Zweer het mij. En hij zwoer het hem. Toen boog Israël zich neer aan het hoofdeinde van het bed.

Daarna gebood hij hun en zei: Ik word met mijn volk verenigd. Begraaf mij dan bij mijn vaderen in de grot die op de akker van Efron, de Hethiet, ligt; in de grot die op de akker van Machpela ligt, dat tegenover Mamre ligt, in het land Kanaän, en die Abraham samen met die akker gekocht heeft van Efron, de Hethiet, als eigen graf. Daar hebben ze Abraham begraven en Sara, zijn vrouw; daar hebben ze Izak begraven en Rebekka, zijn vrouw; en daar heb ik Lea begraven. De akker en de grot die daarop ligt, zijn gekocht van de Hethieten. Toen Jakob klaar was met het geven van bevelen aan zijn zonen, legde hij zijn voeten bij elkaar op het bed en gaf de geest; en hij werd verenigd met zijn voorgeslacht.

Toen de dagen van het bewenen van Jakob voorbij waren, sprak Jozef tot het huis van de farao: Als ik toch genade gevonden heb in uw ogen, spreek dan ten aanhoren van de farao: Mijn vader heeft mij laten zweren: Zie, ik ga sterven; in mijn graf, dat ik voor mijzelf in het land Kanaän uitgehouwen heb, daar moet je mij begraven. Nu dan, laat mij toch gaan om mijn vader te begraven; daarna zal ik terugkomen. De farao zei: Ga en begraaf uw vader, zoals hij u heeft laten zweren. (...)
En zijn zonen deden met hem zoals hij hun geboden had: zijn zonen vervoerden hem naar het land Kanaän en begroeven hem in de grot op de akker in Machpela, die Abraham samen met de akker als eigen graf gekocht had van Efron, de Hethiet; deze grot ligt tegenover Mamre. Nadat hij zijn vader begraven had, keerde Jozef terug naar Egypte; hij en zijn broers, en allen die met hem meegetrokken waren om zijn vader te begraven.

Genesis 47:28-31, 49:29-33 en 50:4-6, 12-14. (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Ook David geeft zijn zoon instructies wanneer hij zijn einde voelt naderen: wandel in Gods wegen. Wanneer jouw zonen trouw blijven, zullen zij op de troon zitten.

Toen de dagen van David naderbij kwamen dat hij zou sterven, gebood hij zijn zoon Salomo: Ik ga de weg van heel de aarde. Wees dan sterk en wees een man. Vervul je taak ten behoeve van de HEERE, je God, door in Zijn wegen te gaan, en door Zijn verordeningen, Zijn geboden, Zijn bepalingen en Zijn getuigenissen in acht te nemen, zoals geschreven staat in de wet van Mozes, opdat je verstandig zult handelen bij alles wat je doet, bij alles waar je je op richt. Opdat de HEERE Zijn woord dat Hij over mij gesproken heeft, gestand zal doen: Als jouw zonen op hun weg letten, door trouw met heel hun hart en met heel hun ziel voor Mijn aangezicht te wandelen, zal het je niet ontbreken aan een man op de troon van Israël.
1 Koningen 2:1-4 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Petrus vertelt in zijn brief over de hoop, die we door de opstandig uit de dood van Jezus Christus, mogen hebben op een leven na dit leven, in de hemel bij de Here.

Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barm­hartig­heid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u. U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd. Daarin verheugt u zich, ook al wordt u nu voor een korte tijd – als het nodig is – bedroefd door allerlei verzoekingen, opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.
1 Petrus 1:3-7(HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.