Shabbatslezingen 15 december: In genade aangenomen

vrijdag 14 december 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
Na vele jaren ontmoet Jozef zijn broers, die hem als slaaf hebben verkocht naar Egypte. Zijn ze nog zo hardvochtig als vroeger? Zal hij hen gevangen zetten, terugsturen? Nee, Jozef neemt hen in genade aan als broers, zoals God ons in genade aanneemt als zijn kinderen.

De Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Wayiyigas (Toen hij naderde) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 44:18 – 45:28,
✡ Profetenlezing: Job 5:3-27,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Efeziërs 2:1-10

Gedeelten uit de Torahlezing
Jozef, onderkoning van Egypte geworden, beproeft zijn broers door zijn beker in de zak graan van Benjamin te verstoppen. Zijn ze nog zo hardvochtig als vroeger? Ze blijken tot inkeer te zijn gekomen, en Juda pleit voor Benjamins vrijlating.

En Juda kwam met zijn broers in het huis van Jozef, die daar nog aanwezig was, en zij wierpen zich voor hem op de grond. Jozef zei tegen hen: Wat is dit voor een daad die u verricht hebt? Weet u niet dat een man als ik zoiets met zekerheid kan waarnemen? Toen zei Juda: Wat zullen wij tegen mijn heer zeggen? Wat zullen wij spreken? Waarmee kunnen wij ons rechtvaardigen? God heeft de misdaad van uw dienaren aan het licht gebracht. Zie, wij zullen slaven van mijn heer zijn, zowel wij als hij bij wie de beker gevonden is. Maar hij zei: Er is geen sprake van dat ik zoiets zou doen! De man bij wie de beker gevonden is, zal mijn slaaf zijn, maar u, trek in vrede naar uw vader.

Toen trad Juda op hem toe en zei: Och, mijn heer, laat uw dienaar toch een woord ten aanhoren van mijn heer mogen spreken, en ontsteek niet in woede tegen uw dienaar, want u bent als de farao. Mijn heer heeft aan zijn dienaren gevraagd: Hebt u nog een vader of een broer? Toen hebben wij tegen mijn heer gezegd: Wij hebben een oude vader, en die heeft een kind van zijn ouderdom, de jongste. Zijn broer is dood, en hij is als enig kind van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief. Toen hebt u tegen uw dienaren gezegd: Breng hem naar mij toe, zodat ik mijn oog op hem kan slaan. (...)
En nu, laat uw dienaar toch in plaats van deze jongen de slaaf van mijn heer blijven, en laat de jongen met zijn broers gaan. Hoe zou ik immers bij mijn vader terug kunnen keren, als de jongen niet bij mij is? Anders zou ik de ellende moeten zien die mijn vader zal treffen.
Toen kon Jozef zich niet meer bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte. Hij huilde zo luid dat de Egyptenaren en het huis van de farao het hoorden. Jozef zei tegen zijn broers: Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat om hem antwoord te geven, want zij waren door schrik voor hem overmand. Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben.

Genesis 44:14-21, 33-34 en 45:1-4 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Verwerp de bestraffing van God, zijn onderwijzing, niet,dan zal het u goed gaan en zal het kwaad u niet treffen.

Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt; verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet. Want Hij doet smart aan én Hij verbindt; Hij ver­wondt én Zijn handen genezen. In zes benauwd­heden zal Hij je redden, en in zeven zal het kwaad je niet treffen. In de honger verlost Hij je van de dood, en in de oorlog van het geweld van het zwaard. Voor de gesel van de tong zul je verborgen zijn, en je zult niet bevreesd zijn voor de verwoesting, als die komt. Om de verwoesting en om de honger zul je lachen, en voor de wilde dieren van de aarde zul je niet bevreesd zijn. Want je hebt een verbond met de stenen van het veld, en je hebt vrede met de wilde dieren van de aarde. Je zult ondervinden dat je tent in vrede is; je zult zorgen voor je woning, en daarin niet falen. Je zult ondervinden dat je nageslacht talrijk is, en je nakomelingschap als het gewas van de aarde. Je zult in hoge ouderdom in het graf komen, zoals een korenhoop op zijn tijd binnen­gehaald wordt. Zie dit, wij hebben het onderzocht, zo is het; en jij, luister ernaar en weet het voor jezelf.
Job 5:17-27 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Net zo min als Jozefs broers het verdienden om in genade te worden aangenomen door onderkoning Jozef, verdienen wij het om in genade te worden aangenomen door God. En toch doet God dit.

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
Efeziërs 2:4-10 (HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.