Shabbatslezingen 8 december: Chanoekah-viering

vrijdag 7 december 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
Deze shabbat valt in de week van het Chanoekah-feest, waarin de herinwijding van de Tempel wordt gevierd, die in het jaar 165 BCE plaatsvond, na een periode van verdrukking tegen de Griekse over­heersers, die de Tempel hadden ontwijd en het Jodendom verboden. Daarom wijken we een keer af van het rooster.

De gebruikelijk Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Mikets (Na verloop van) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 41:1 – 44:17,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 3:15 – 4:1,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Matteüs 1:1-6 en 22:23-28.

Een gedeelte uit de Apocriefen
Ter gelegenheid van Chanoekah, het feest van de herinwijding van de Tempel, laten we de geschiedenis van Jozef even rusten en lezen we een gedeelte uit het apocriefe boek 2 Makkabeën.

Judas en zijn broeders zeiden: Ziet onze vijanden zijn vermorzeld, laat ons opgaan om het heiligdom te reinigen, en het opnieuw in te wijden. En het ganse leger werd vergaderd, en zij gingen op naar de berg Sion. En zij zagen het heiligdom verwoest, en het altaar ontheiligd, en de poorten verbrand, en in de voorhoven struiken gewassen, als in een kreupelbos of als op een van de bergen, en de kamers der priesters verwoest; En zij verscheurden hun klederen, en maakten zeer grote rouw, en wierpen stof op hun hoofden; En zij vielen op hun aangezicht op de aarde, en bliezen met de bazuinen alarm, en riepen tot God in de hemel.
Toen gebood Judas de mannen, dat zij bestrijden zouden degenen, die op de burcht waren, totdat hij het heiligdom zou gereinigd hebben. En hij verkoor onberispelijke priesters, die de wet liefhadden. En zij reinigden het heiligdom, en namen de stenen der besmetting weg, en brachten ze in een onreine plaats. En als zij raad hielden wat zij zouden doen met het altaar des brandoffers, dat ontheiligd was. Zo is hun een goede raad ingevallen, om het weg te nemen, opdat hij hun niet tot smaadheid worde, daar de heidenen dat besmet hadden, en zij namen dit altaar weg; En zij brachten de stenen op de berg van het huis, in een geschikte plaats, totdat er een profeet zou komen, om te antwoorden wat men met deze doen zou. En zij namen gehele stenen naar de wet, en zij bouwden een nieuw altaar, naar de gedaante van het eerste.
En zij bouwden het heiligdom, en het binnenste van het huis, en zij heiligden de voorhoven. En zij maakten nieuwe heilige vaten, en zij brachten in de tempel de kandelaar, en het altaar der brandoffers, en der reukwerken, en de tafel. En rookten op het altaar, en ontstaken de lampen op de kandelaar, en zij gaven licht in de tempel. En zij zetten broden op de tafel, en hingen de voorhangsels op, en volbrachten al deze werken, die zij waren begonnen te maken.
En zij stonden des morgens vroeg op, de vijfentwintigste van de negende maand (deze is de maand Chasleu) in het honderdenachtenveertigste jaar; En zij offerden, naar de wet, op het nieuwe altaar der brandoffers, dat zij gemaakt hadden; Op de tijd, en op de dag, waarop de heidenen dat ontheiligd hadden, op deze is het weder ingewijd, met gezangen, en citers, en harpen, en met cimbalen. En al het volk nedervallende op hun aangezichten, aanbaden, en dankten God in de hemel, die hun voorspoed gegeven had. En zij hielden deze inwijding van het altaar acht dagen lang, offerende met vreugde brandoffers, en slachtende offeranden der behoudenis en des lofs. En versierden het voorste deel van de tempel, met gouden kronen en schilden, en vernieuwden de poorten, en de kamers der priesters, en maakten daar deuren aan. En daar was een zeer grote vreugde onder het volk, en de smaadheid der heidenen is afgekeerd.
En Judas met zijn broeders, en de ganse vergadering van Israël, bepaalden dat de dagen der inwijding van het altaar, op hun tijden, jaar na jaar, acht dagen lang, van de vijfentwintigste dag der maand Chasleu
[=Kislew], zouden gehouden worden met vreugde en blijdschap.
1 Makkabeën 4:36-59 (SV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
Tijdens de herbouw van de Tempel na de periode van ballingschap, onder de leiding van Ezra en Nehemia, bemoedigde God de bouwers middels visioenen van de profeet Zacharia.

De Engel Die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals iemand die uit zijn slaap gewekt wordt. Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met telkens zeven toevoerbuisjes aan de lampen, die daarboven zitten, met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan. Ik antwoordde en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Mijn Heere, wat betekenen deze dingen? Toen antwoordde de Engel Die met mij sprak, en zei tegen mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere. Daarop antwoordde Hij en zei tegen mij: Dit is het woord van de HEERE tot Zerubbabel: Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten. Wie bent u, grote berg? Voor de ogen van Zerubbabel zult u een vlakte worden. Hij zal de sluitsteen aandragen onder luid geroep: Genade, genade zij hem! Het woord van de HEERE kwam tot mij: De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest, zijn handen zullen het ook voltooien. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.
Zacharia 4:1-10 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
In Jezus' dagen werd het feest van de herinwijding van de Tempel al gevierd.

En het was het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter. En Jezus liep rond in de tempel, in de zuilengang van Salomo. De Joden dan omringden Hem en zeiden tegen Hem: Hoelang houdt U ons in het onzekere? Als U de Christus bent, zeg het ons vrijuit. Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd en u gelooft het niet. De werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij. Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.
Johannes 10:22-28HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.