Shabbatslezingen 24 november: Wat leeft er in het hart?

vrijdag 23 november 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
Jakob keert terug uit Haran, waar hij bij zijn oom Laban werkte, met zijn twee dochters huwde, elf zonen kreeg en grote kudden vee verwierf. Hij vreest zijn broer Esau te ontmoeten, voor wie hij was gevlucht. De ontmoeting valt mee, de broers verzoenen zich – maar hoe oprecht is Esau?

De Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Wayishlach (En hij zond) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 32:1 – 36:43,
✡ Profetenlezing: Obadja 1:1-21,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Hebreeën 11:11-20.

Een gedeelte uit de Torahlezing
Jakob ziet dat de relatie met oom Laban niet meer zo hartelijk is, en besluit te vertrekken, met zijn gezin en zijn kudden. Hij vreest zijn broer Esau te ontmoeten, voor wie hij is gevlucht. De ontmoeting valt mee, de broers omhelzen elkaar. Maar ging het van harte?

Toen werd Jakob erg bevreesd en het benauwde hem. Hij verdeelde de mensen die bij hem waren, het kleinvee, de runderen en de kamelen in twee kampen, want hij zei: Als Ezau bij het ene kamp aankomt en het verslaat, dan kan het overgebleven kamp ontkomen. Verder zei Jakob: God van mijn vader Abraham, en God van mijn vader Izak, HEERE, Die tegen mij gezegd heeft: Keer terug naar uw land en uw familiekring, en Ik zal u weldoen – ik ben te onbeduidend voor al de blijken van goedertierenheid en al de trouw die U Uw dienaar bewezen hebt. Immers, slechts met mijn staf ben ik de Jordaan hier overgestoken en nu ben ik tot twee kampen uitgegroeid! Red mij toch uit de hand van mijn broer, uit de hand van Ezau; want ik ben bevreesd voor hem; anders zal hij komen en mij en de moeders samen met hun kinderen neerslaan!

Toen sloeg Jakob zijn ogen op en zag, en zie, daar kwam Ezau, met vierhonderd man bij zich. Hij verdeelde zijn kinderen over Lea, Rachel en zijn beide slavinnen. Hij zette de slavinnen en hun kinderen vooraan, Lea en haar kinderen daarachter en Rachel en Jozef daar weer achter, terwijl hij zelf vóór hen uit ging en zich zeven keer ter aarde neerboog, totdat hij bij zijn broer gekomen was. Maar Ezau snelde hem tegemoet, omarmde hem, viel hem om de hals en kuste hem; en zij huilden.
Genesis 32:7-11 en 33:1-4 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
De nakomelingen van Esau, de Edomieten, hadden de dient aan hun God losgelaten. Ze waanden zich sterk en onaantastbaar op hun rotsgebergte. Toen de nakomelingen van Jakob werden belegerd en in ballingschap werden weggevoerd, was er leedvermaak en hielpen ze mee.

Zal het niet op die dag zijn, spreekt de HEERE, dat Ik zal ombrengen de wijzen uit Edom en het inzicht uit het bergland van Ezau? Uw helden, Teman, zullen ontsteld zijn, zodat ieder uit het bergland van Ezau wordt uitgeroeid door een slachting. Vanwege het geweld tegen uw broeder Jakob zal schaamte u bedekken en zult u voor eeuwig uitgeroeid worden. Op de dag dat u aan de kant stond, op de dag dat vreemden zijn leger als gevangenen wegvoerden, buitenlanders zijn poorten binnentrokken en over Jeruzalem het lot wierpen, was ook u als een van hen! U had niet mogen toekijken op de dag van uw broeder, op de dag dat hij een vreemde voor u was. U had niet blij mogen zijn vanwege de Judeeërs op de dag van hun ondergang. U had geen grote mond mogen opzetten tegen hen op de dag van hun benauwdheid. U had de poort van Mijn volk niet binnen mogen trekken op de dag van hun ondergang. U, juist u, had niet mogen toekijken bij het kwaad dat hem trof op de dag van zijn ondergang. U had uw handen niet mogen uitstrekken naar zijn leger op de dag van zijn ondergang. U had niet op het kruispunt mogen staan om degenen van hen die ontkomen waren, uit te roeien. U had degenen van hen die ontvlucht waren niet mogen overleveren op de dag van hun benauwdheid.
Obadja 1:8-14 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Ook Jozef en Maria moeten hun land ontvluchten om aan een vijand – de Edomitische koning Herodes – te ontkomen. In een droom gewaarschuwd, vluchten zij naar Egypte. Daar wonen zij een aantal jaren, totdat een engel van God hen zegt terug te keren naar hun land.

Nadat [de wijzen] vertrokken waren, zie, een engel van de Heere verschijnt Jozef in een droom en zegt: Sta op, en neem het Kind en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het Kind zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het Kind en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de profeet: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

Toen Herodes gestorven was, zie, een engel van de Heere verschijnt Jozef in een droom, in Egypte, en zegt: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder met u mee, en ga naar het land Israël, want zij die het Kind naar het leven stonden, zijn gestorven. Hij stond dan op, nam het Kind en Zijn moeder met zich mee, en kwam in het land Israël.
Toen hij echter hoorde dat Archelaüs in Judea koning was in de plaats van zijn vader Herodes, was hij bevreesd daarheen te gaan. Maar nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren, vertrok hij naar het gebied van Galilea. En toen hij daar gekomen was, ging hij wonen in een stad die Nazareth heette, opdat vervuld werd wat door de profeten gezegd is: dat Hij Nazarener genoemd zal worden.

Matteüs 2:13-15 en 19-23 (HSV).

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.