Shabbatslezingen 3 november: Leven na de dood

vrijdag 2 november 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
Is de dood het einde? Is alles dan afgelopen? Moeten we het alleen hebben van het leven hier op aarde? Zeker niet, God belooft zijn kinderen een onsterfelijk lichaam in zijn koninkrijk. Een reden om je niet druk te maken over deze aarde? Zeker niet, 'zoek de vrede/het welzijn voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb gevoerd. Bid ervoor tot de HEERE, want in haar vrede zult u vrede hebben. (Jeremia 29:7)

De Bijbelgedeelten voor voor de komende shabbat Chaye Sara (Leven van Sara) zijn:
✡ Torahlezing: Genesis 23:1 – 25:18,
✡ Profetenlezing: 1 Koningen 1:1-31,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: 1 Korinthe 15:50-57

Een gedeelte uit de Torahlezing
Op hoge leeftijd gekomen sterven Sara en daarna Abraham. Zij worden te ruste gelegd in de Grot van Machpela, hun eerste eigendom in het Beloofde Land. De volgende generatie, Izaäk en Rebekka, neemt het over. Zijn Abraham en Sara dood? Nee, ze leven bij God. Er staat toch geschreven: 'de God van Abraham, Izaäk en Jakob'!

Sara leefde honderdzevenentwintig jaar; dat waren de levensjaren van Sara. En Sara stierf in Kirjath-Arba – het tegenwoordige Hebron – in het land Kanaän. Abraham ging de tent in om rouw te bedrijven over Sara en haar te bewenen. (...)
Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog voor Efron het geld af waarover hij ten aanhoren van de Hethieten gesproken had: vierhonderd sikkel zilver, naar de gangbare waarde voor de koopman. Zo ging de akker van Efron in Machpela, die tegenover Mamre lag, de akker en de grot die daarop gelegen is, en al de bomen op de akker, op heel het gebied rondom de grot, over op Abraham als zijn eigendom, voor de ogen van de Hethieten, in het bijzijn van allen die naar de poort van zijn stad gekomen waren. Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Machpela, tegenover Mamre – het tegenwoordige Hebron – in het land Kanaän.

Dit nu is het aantal jaren van het leven van Abraham dat hij geleefd heeft: honderdvijfenzeventig jaar. Toen gaf Abraham de geest en stierf in goede ouderdom, oud en van het leven verzadigd, en hij werd met zijn voorgeslacht verenigd. Izak en Ismaël, zijn zonen, begroeven hem in de grot van Machpela, tegenover Mamre, op de akker van Efron, de zoon van Zohar, de Hethiet, op het land dat Abraham van de Hethieten gekocht had. Daar werd Abraham begraven, en zijn vrouw Sara.

Genesis 23:1-2, 16-19 en 25:7-10 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
De ene generatie gaat, de volgende generatie komt. Dat gebeurde ook bij koning David, die een oud man was geworden. Een staatsgreep van zijn zoon Adonia wordt verijdeld, en Salomo, de zoon van zijn keuze, wordt koning in Davids plaats.

Adonia nu, de zoon van Haggith, verhief zich en zei: Ík zal koning worden. Hij voorzag zich van wagens en ruiters, met vijftig man die voor hem uit snelden. Zijn vader had hem zijn leven lang geen verwijt gemaakt door te zeggen: Waarom heb je dat gedaan? Ook was hij heel knap van gestalte. Haggith had hem gebaard, na Absalom. Hij voerde overleg met Joab, de zoon van Zeruja, en met de priester Abjathar. Die hielpen mee en volgden Adonia. Maar de priester Zadok, Benaja, de zoon van Jojada, de profeet Nathan, Simeï, Reï en de helden die bij David hoorden, waren niet met Adonia.

Toen zei koning David: Roep de priester Zadok voor mij, en de profeet Nathan en Benaja, de zoon van Jojada. En zij kwamen bij de koning. En de koning zei tegen hen: Neem de dienaren van uw heer met u mee, en laat mijn zoon Salomo op het muildier rijden dat van mij is, en laat hem naar Gihon afdalen. Daar moet de priester Zadok met de profeet Nathan hem tot koning over Israël zalven. Vervolgens moet u op de bazuin blazen en zeggen: Leve koning Salomo! Daarna moet u achter hem aan de stad binnentrekken, en moet hij komen en op mijn troon gaan zitten. Dan zal híj in mijn plaats koning zijn, want hém heb ik ertoe bestemd vorst te zijn over Israël en over Juda.
Toen antwoordde Benaja, de zoon van Jojada, de koning en zei: Amen! Moge de HEERE, de God van mijn heer de koning, het zó zeggen! Zoals de HEERE met mijn heer de koning is geweest, moge Hij zo met Salomo zijn, en moge Hij zijn troon groter maken dan de troon van mijn heer de koning David!

1 Koningen 1:5-8 en 32-37 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Paulus schrijft aan de Korintiërs over de opstanding van Jezus, die ons hoop en uitzicht geeft op de opstanding van de doden met een onvergankelijk en onsterfelijk lichaam. Dat mag ons uitzicht zijn bij het sterven.

Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden. En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.
1 Korinthe 15:50-57 (HSV).

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.