Shabbatslezingen 22 sept: Waarom verbergt God zich?

vrijdag 21 september 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
De Bijbelgedeelten van deze week beginnen met Mozes, die in een lied Israëls onge­hoor­zaam­heid en balling­schap aankondigt, maar ook herstel belooft. God verbergt zich en zal hen jaloers maken door zich over de heidenen te ontfermen.




De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Wayelech (Hierna ging) zijn:
✡ Torahlezing: Deuteronomium 32:1-52,
✡ Profetenlezing: 2 Samuël 22:1-51,
✡ Brit Chadashah, Nieuwe Testament: Romeinen 10:17 - 11-12.

Een gedeelte uit de Torahlezing
In dit lied spreekt Mozes over de ontrouw en rebellie van het Joodse volk. Regelmatig is het volk gewaarschuwd tegen afgoderij, en Mozes weet, dat zij uiteindelijk in ballingschap zullen gaan en God zich voor hen verbergt. Hij zal hen jaloers maken door een dwaas volk, dat Hem wel kent, om hen terug te winnen.

Maar toen Jeshurun vet werd, trapte hij achteruit – u bent vet, u bent dik, u bent vetgemest – toen verliet hij God, Die hem gemaakt heeft, hij versmaadde de Rots van zijn heil. Zij hebben Hem tot na-ijver gebracht met vreemde goden, met gruwelijke daden hebben zij Hem tot toorn verwekt. Zij hebben geofferd aan de demonen, niet aan God; aan goden die zij niet kenden, aan nieuwe goden, die kortgeleden gekomen zijn, voor wie uw vaderen niet gehuiverd hebben. De Rots Die u verwekt heeft, hebt u veronachtzaamd, en u hebt de God Die u gebaard heeft, vergeten.
Toen de HEERE dat zag, verwierp Hij hen, uit toorn tegen Zijn zonen en Zijn dochters. Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht voor hen verbergen; Ik zal zien wat hun einde is, want zij zijn een totaal verdorven generatie, kinderen in wie geen enkele trouw is. Zíj hebben Mij tot na-ijver gebracht met wat geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun nietige afgoden. Ík zal hen daarom jaloers maken door wat geen volk is, door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, het zal branden tot onder in de hel, het zal het land met zijn opbrengst verteren en de fundamenten van de bergen in vlam zetten. Ik zal verschrikkelijke dingen over hen ophopen; al Mijn pijlen schiet Ik op hen af.

Deuteronomium 32:15-23 (HSV)

Een gedeelte uit de Profetenlezing
In al zijn omzwervingen en strijd tegen vijanden en tegen koning Saul heeft David ondervonden dat God een betrouwbare hulp is voor wie Hem trouw is

Hij redde mij van mijn sterke vijand en van wie mij haatten, omdat zij machtiger waren dan ik. Zij hadden mij bedreigd op de dag van mijn ondergang, maar de HEERE was mij tot steun. Hij leidde mij uit in de ruimte, Hij redde mij, want Hij was mij genegen.
De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid; Hij gaf mij loon naar de reinheid van mijn handen. Want ik heb de wegen van de HEERE in acht genomen, ik ben van mijn God niet goddeloos afgeweken. Want al Zijn bepalingen hield ik voor ogen, van Zijn verordeningen week ik niet af, maar ik was oprecht voor Hem, ik was op mijn hoede voor mijn ongerechtigheid.
25 Daarom gaf de HEERE mij naar mijn gerechtigheid, naar mijn reinheid voor Zijn ogen. Tegenover de goedertierene toont U Zich goedertieren, tegenover de oprechte held oprecht. Tegenover de reine toont U Zich rein, maar tegenover de slinkse toont U Zich een Strijder. Want U verlost het ellendige volk, maar Uw ogen zijn tegen de hoogmoedigen, U vernedert hen.

2 Samuel 22:18-28 (HSV).

Een gedeelte uit het Nieuwe Testament
Heeft God zijn volk verstoten? Dit hebben velen in de kerkgeschiedenis zich afgevraagd. Paulus, doorkneed in de Schriften, weet dat dit niet zo is. Wegens het ongeloof van zijn volk opende God de deur voor de heidenen, opdat Israël Gods werk in hen zou zien, afgunstig worden en Gods Gezalfde erkennen.

Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten. Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia, hoe hij God aanspreekt over Israël en zegt: 'Heere, Uw profeten hebben zij gedood en Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven. Ook staan zij mij naar het leven.' Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tegen hem? 'Ik heb voor Mijzelf nog zevenduizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben.' Zo is er dan ook in deze tegen­woordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade. Maar als het door genade is, is het niet meer uit de werken, anders is genade geen genade meer. En als het uit de werken is, is het geen genade meer, anders is het werk geen werk meer.
Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden. En David zegt: Laat hun tafel voor hen worden tot een strik, tot een valkuil, tot een struikelblok en tot vergelding. Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien en maak hun rug voor altijd krom.
Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet! Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken. Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en hun verlies rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!

Romeinen 11:1-12 (HSV).

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.