Israëls Hooggerechtshof: Verlichte despoot, of de poortwachter van de democratie?

dinsdag 11 september 2018 |  Tsvi Sadan
Het Joodse karakter van de Staat Israël wordt al bedreigd vanaf het moment dat de Britse regering de Balfour-verklaring van 1917 ratificeerde, door de voortdurende oorlogen, en later door juridische strijd.

Nadat het idee van een Joodse Staat in 1922 en opnieuw in 1947 door de internationale gemeenschap werd aanvaard, werd het juridische aspect van dit begrip niet ter discussie gesteld. Degenen die weigerden Israël als Joodse Staat te accepteren, kozen voor oorlog en terreur of, in het Westen, voor een 'ideeënoorlog'.

Israël als Joodse Staat wordt op meer dan één front aangevochten, en misschien wel het belangrijkste is het juridische front. De rechtssystemen van de westerse democratieën, die vandaag de dag de nadruk leggen op de rechten van het individu boven de rechten van de gemeenschap of Staat, werden voor dit doel misbruikt. Het gebruik van het rechtsstelsel om sociale, culturele en politieke veranderingen af te dwingen die soms in tegenspraak zijn met het idee van de democratie zelf, wordt ook wel 'lawfare' genoemd.

Lawfare, zoals gedefinieerd door het Lawfare Project, is 'het gebruik van de wet als oorlogswapen'. Het is 'het misbruik van [Israëlische] wetten en rechtsstelsels om strategische militaire of politieke doelen te bereiken'. Het is 'de negatieve manipulatie van internationale en nationale mensen­rechten­wetten om andere doelen te bereiken dan, of in tegenstelling tot, de doelen waarvoor ze oorspronkelijk waren uitgevaardigd'.

Het is moeilijk te zeggen wanneer precies het Israëlische Hoog­gerechts­hof ontvankelijk werd voor, en volgens velen hier, deelnemer werd aan lawfare.
Deskundigen zouden op twee gebeurtenissen wijzen:
♦ de 'constitutionele revolutie' van voormalig opper­rechter Aharon Barak, die in 1993 oordeelde dat het Hooggerechtshof elke wet, die het in strijd acht met de basisrechten die verankerd zijn in bestaande wetten, kan intrekken;
♦ het recht van iedereen om voor het Hooggerechtshof te verschijnen, een beslissing uit 2003 die de deuren van het instituut opende voor zo ongeveer iedereen, inclusief Palestijnen die beweren slecht behandeld te worden door de Israëlische overheid.

Minister van Justitie Ayelet Shaked (Het Joodse Huis) nam de taak op zich om het traditionele machtsevenwicht tussen de wetgevende macht en de rechterlijke macht te herstellen. De huidige regering is van mening dat de 'constitutionele revolutie' de balans heeft doen doorslaan ten gunste van liberale agenda's, die het ondermijnen van het hele idee van een Joodse Staat tot doel hebben. En dit heeft er op zijn beurt weer toe geleid dat een meerderheid van de Israëli's steeds meer haatgevoelens koestert tegenover het Hooggerechtshof.

In haar laatste toespraak op 4 september heeft Shaked dit probleem in niet mis te verstane bewoordingen aan de orde gesteld. Shaked citeerde voormalige rechters van het Hooggerechtshof, waaronder Barak zelf, en bekritiseerde de despotische neigingen van het Hooggerechtshof die 'de soevereiniteit van het volk vertroebelt'. Zij citeerde Barak, die zei 'als juristen (...) zijn wij de architecten van sociale verandering,'

Shaked zei dat het Hooggerechtshof is veranderd van 'een orgaan verantwoordelijk voor de interpretatie van de wet in een orgaan verantwoordelijk voor beleid'. Shaked ging verder: 'Door dit proces te laten doorgaan zal er een einde komen aan de rol van het volk (...) in ons democratisch systeem. Vanaf nu worden de normen bepaald door het volk', vertegenwoordigd in het parlement. 'Ik zal de rol van het volk niet opgeven, noch zal ik de rol van de vertegenwoordigers van het volk opgeven'.

In antwoord daarop zei voormalig opperrechter Dorit Beinisch, sprekend voor Israel Radio, dat 'er een misverstand bestaat over wat democratie is. Zijn we een volksdemocratie geworden die een dictatuur is geworden? Het keurmerk van de democratie,' vervolgde ze, 'is niet de regering door het volk.' Zij concludeerde dat Shaked's toespraak demagogisch is en een bedreiging voor onze democratie.

Simcha Rothman, juridisch adviseur van Mehsilut (The Israeli Movement for Governability and Democracy), werd om commentaar gevraagd op deze laatste zaak; hij zei dat 'Beinisch' antwoord op Shaked's speech nogmaals aantoont dat de rechters van het Hooggerechtshof nog steeds denken dat het volk van Israël niet te vertrouwen is, daarom is het de plicht van het Hooggerechtshof, niet van het parlement dat het volk vertegenwoordigt, om de democratie te beschermen, die voortdurend bedreigd wordt door de misleidende massa's.'

'Maar nog zorgwekkender is dat Shaked Beinisch doet denken aan de despotische leiders van de volksdemocratie, zoals Pol Pot in Cambodja en Mengistu in Ethiopië. Dit betekent dat ze in een alternatieve realiteit van haar alleen leeft. Als dit haar mening is over het volk en over minister van Justitie Shaked, had ze nooit rechter mogen worden, laat staan opperrechter van het Hooggerechtshof. Als dit onze rechters zijn, is het misschien tijd om ons Hooggerechtshof helemaal te resetten.'

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.