Het gevoel van gerechtigheid van de duivel

vrijdag 3 augustus 2018 |  Tsvi Sadan
De oude truc van slechte mensen die zich voordoen als vroom heeft altijd als een betovering gewerkt. Wanneer in Israël criminelen voor de rechter verschijnen, dragen velen een witte glanzende kippa, omdat ze weten dat ze er op een of andere mysterieuze manier als fatsoenlijke mensen uitzien, zelfs als iedereen weet dat ze meedogenloos zijn.

Deze tactiek is even effectief in de politieke arena. Joshua Yevin, oprichter van de eerste Joodse rechtse ondergrondse, toonde een griezelig inzicht in de toekomst toen hij in 1933 schreef over wat hij 'de goede duivel' noemde. 'De goede duivel is de duivel die zich volledig inzet voor goedheid en barmhartigheid'. Deze duivel, schreef Yevin, 'is uitgerust met de meest geavanceerde technieken voor “universele gerechtigheid” [hij] draagt het “hoogste menselijke ideaal” op zijn lippen - hij is degene die je niet kunt bevechten, verslaan of vernietigen (...) want wie zou het wagen zich te verheffen tegen de goede duivel, die van top tot teen beschermd is met een wapenrusting van barmhartigheid.'

De recente opwinding over de nieuwe Palestijnse heldin Ahed Tamimi (foto) toont de goede duivel aan het werk. Tamimi, die acht maanden in de gevangenis heeft gezeten omdat ze een IDF-officier in het gezicht had geslagen, heeft haar verlangen, dat Israël op een dag ophoudt te bestaan, nooit verborgen. Maar Tamimi wordt net als die misdadigers slim voorgesteld als een heilige die de harten verovert van extreem-links en van die Israëlische Arabieren die zichzelf als Palestijnen beschouwen. Deze bizarre alliantie tussen die twee tegengestelde uitersten ontkracht vanaf het begin elke pretentie van gerechtigheid. En toch, tot verbazing of vermaak van veel Israëli's, worden liberale Joden en moslimmilitanten steeds brutaler, en ze gebruiken nu elk beschikbaar platform om hun gerechtvaardigde verontwaardiging te uiten over wat zij zien als ruwe en onvergeeflijke Israëlische onrechtvaardigheid.

Spreken over gerechtigheid in plaats van over land - wat nu vaker dan ooit gebeurt - blijkt een onweerstaanbaar lokmiddel te zijn voor veel mensen die genoeg hebben van de altijd aanwezige overlast van wat de 'Joodse Staat' wordt genoemd. Als we alleen over land spreken – dat weten de Palestijnen beter dan wie dan ook – dan heeft dat een fatale tekortkoming in zich. Het beperkt een toekomstige Palestijnse Staat tot de Westbank, iets dat dwars door het niet-onderhandelbare 'recht op terugkeer' van de vluchtelingen naar zijn huizen van vóór 1948 snijdt.

Door de nadruk te verleggen van land naar gerechtigheid kunnen twee vliegen in één klap geslagen worden. Als de 'bezetting' onrechtvaardig is, dan is Israël zelf onrechtvaardig, en als Israël onrechtvaardig is, dan heeft het geen bestaansrecht. Spreken over Israëlische Joden als onrechtvaardige mensen en Palestijnen als rechtvaardige mensen rechtvaardigt de voortdurende strijd voor de verwezenlijking van de twee belangrijkste Palestijnse doelstellingen - het oprichten van een Palestijnse Staat in de plaats van Israël, en het hervestigen van die eeuwigdurende vluchtelingen in hun oude huizen in Tel Aviv, Haifa en Ashkelon. Dit verdraaide concept van Palestijnse gerechtigheid kan alleen maar ten koste gaan van Israël, en dat is de manier waarop de Joodse Staat moet verdwijnen.

Deze tactiek, die bekend staat als de 'politiek van de gerechtigheid', werd enthousiast omhelsd door al diegenen die het zicht op een Joodse Staat niet kunnen uitstaan, en de aanwezigheid van 'Sint Tamimi' geeft hen het vertrouwen dat ze nodig hebben om het bijzondere soort van Palestijnse gerechtigheid te rechtvaardigen.
Bij de vrijlating van Tamimi zei het Knessetlid Aymen Odeh, leider van de Verenigde Arabische Lijst, dat hij 'Tamimi en haar strijd tegen de bezetting steunt (...) Ik hoop dat zij haar strijd zal voortzetten en ik hoop dat heel het Palestijnse volk zich tegen deze vervloekte bezetting zal verzetten. We willen leven op een plaats van gerechtigheid en vrede'. Odeh, die spreekt in naam van de gerechtigheid, hoopt op de dag dat Israël niet langer het Joodse thuis zal zijn. Odeh, moeten we niet onvermeld laten, behoort tot de Ahmadiyya moslimfactie, die door de mainstream soennieten als ketters wordt beschouwd, en we weten allemaal welk lot moslim ketters te wachten staat.

Aan de andere kant was Guri Mintzer, de Israëlische miljonair die Tamimi's rechtsbijstand betaalde, minstens zo uitbundig blij als Odeh. 'Ik had de eer en het voorrecht om deel te nemen aan het vrijlatingsfeest van Ahed, de Palestijnse Jeanne d'Arc (...) wat er ook komt, wij zullen naast je staan. Het recht wint altijd', schreef Mintzer op zijn Facebook-pagina.

En niemand minder dan Dana Olmert, dochter van de voormalige Israëlische premier Ehud Olmert, schreef dat 'de bezetting zal ophouden, en wel dankzij deze Tamimi-vrouwen en Gabi Laski, die Tamimi vertegenwoordigde voor de afschuwelijke bezettingsautoriteiten. Alle macht aan Tamimi. Een jonge vrouw die niet kapot ging ondanks de verschrikkingen, het geweld en het onrecht' [Tamimi is overigens aanzienlijk zwaarder geworden tijdens haar 'afschuwelijke' beproeving in de Israëlische gevangenis]. Zowel Mintzer als Laski zijn lid van de post-zionistische Meretz-partij, die net als Odeh's partij een toekomst wil helpen realiseren waarin een Palestijnse Arabische Staat in vrede leeft naast een niet-Joodse democratische Staat Israël. Dit is het recht­vaardig­heids­gevoel van de goede duivel.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.