Vergeten aspect van de ‘racistische’ Nationaliteitswet

woensdag 1 augustus 2018 |  Ryan Jones
Israël is in het kruisvuur van de kritiek terecht gekomen nadat het onlangs de nieuwe basiswet (een wet op het niveau van een grondwet; Israël heeft geen gewone grondwet) heeft aangenomen, die 'Israël als het historische thuis van het Joodse volk” vastlegt, een ongedeeld Jeruzalem als zijn hoofdstad vastlegt en Hebreeuws als de enige officiële landstaal.

Velen van de 20 procent van Israëls bevolking, die geen Joden zijn en voor wie Hebreeuws niet de moedertaal is, hebben de Nationaliteitswet voor een stuk racistische wetgeving uitgemaakt. De meeste Joods-Israëlische liberalen, die in deze wet een machtsspel van premier Benjamin Netanyahu zien, hebben zich bij hen aangesloten. De reacties vanuit het buitenland waren nog zelfs nog harder.

Maar of de Nationaliteitswet gerechtvaardigd dan wel onbezonnen is (of beiden), degenen die zich in deze discussie mengen, verbloemen een heel belangrijk aspect van de reden voor het aannemen ervan, en waarom zoveel Israëlische Joden hem steunen. Toen de Verenigde Naties in 1947 voor de verdeling van dit land stemden, beoogde het afzonderlijke Staten voor Joden en Arabieren. De officiële kaart die bij de motie was gevoegd, noemde het groene deel van het land zelfs de Joodse Staat'.

Israël accepteerde het voorstel, maar de Arabieren niet.

Jaren later, nadat herhaalde militaire inspanningen om de Joodse Staat te vernietigen mislukt waren, gingen de Arabieren uiteindelijk akkoord met het verdelingsplan als basis voor een nieuw vredesproces. Echter, de leiders van de Palestijnse Arabieren weigerden de fundamentele voorwaarde van het verdelingsplan te accepteren, namelijk dat de Staat die aan de hunne grenst, als een 'Joodse Staat' wordt erkend.

Intussen heeft de Palestijnse Autoriteit reeds in 2003 zijn eigen grondwet aangenomen, die duidelijk definieert dat een toekomstige Palestijnse Staat een ethnisch-Arabische Staat moet zijn, waarin de islam de dominante religie is (wat betekent dat het sharia-recht voorrang heeft), en waar Arabisch de enige officiële taal is. (Met dank aan Robert Nicholson van het Philos-project, die deze uitleg gaf.)

In dit licht bezien kan de motivatie achter Israëls natiestaatwet, waarover zeven jaar lang hevig is gediscussieerd voordat hij uiteindelijk werd aangenomen, net zo goed als 'reactionair' worden gezien als wat dan ook.

Het Israëlisch-Palestijnse vredesproces voorziet in het formeren van gescheiden Arabische en Joodse Staten. De Palestijnse leiders hebben zich eenzijdig een Arabische Staat verklaard en de Joodse Staat afgewezen. Israël, of delen daarvan, zag zich genoodzaakt om een soortgelijke eenzijdige actie te ondernemen door een vlag te plaatsen in het hoofdgedeelte dat hen al in 1947 door de Verenigde Naties was toebedeeld.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.