Groeten uit Israël – Ook Arabisch is deel van Israël

dinsdag 31 juli 2018 |  Dov Eilon
Goedemorgen, beste lezers!
صباح الخير ، أيها القراء الأعزاء

('Sabach al Cher', Arabisch voor 'Goede morgen')

Het heel aangename zomerweer zal ons ook de komende dagen begeleiden. En niet alleen dat, donderdag zou het zelfs nog iets 'koeler' worden, en – dat is een groot wonder – men heeft ons zelfs de mogelijkheid van een lichte regen in het noorden en midden van het land in het vooruitzicht gesteld. Regen in augustus? Dat zou wat zijn! Maar daarvoor moeten we nog twee dagen wachten.

Hier volgt nu eerst het weerbericht voor vandaag in Israël: Deels bewolkt tot helder, zonder opvallende temperatuur­veranderingen. De volgende maximum­temperaturen worden verwacht: Jeruzalem 29 graden, Tel Aviv 30 graden, Haifa 29 graden, Tiberias aan het Meer van Galilea 37 graden, aan de Dode Zee 39 graden, Be'er Sheva 35 graden, Eilat aan de Rode Zee 38 graden. Het waterpeil van het Meer van Galilea staat onveranderd op 213,93 meter onder de zeespiegel.

Vanmorgen vroeg heb ik tijdens mijn rit naar Jeruzalem op de radio, zoals elke ochtend, het ochtendnieuws gehoord. Daar berichtte men oven een demonstratie tegen de Nationaliteitswet, die gisteren op het Habimaplein in Tel Aviv plaatsvond. Maar dit was geen demonstratie zoals we die gewend zijn. Ongeveer 700 mensen, Joden en Arabieren, namen gisteren deel aan de 'grootste Arabische les ter wereld'. Of er ergens ter wereld ooit Arabisch is onderwezen voor meer dan 700 mensen tegelijk, is eigenlijk niet belangrijk. Veel deelnemers kwamen met een potlood en een schrift, om mee te doen aan deze les. De deelnemers waren uiteraard tegenstanders van de onlangs aangenomen en nog steeds omstreden Nationaliteitswet, waarin onder meer vastgelegd is dat Hebreeuws de enige officiële taal in Israël is. En dat is precies datgene waartegen gisteren voor het Habima­theater is gedemonstreerd.


Het 'grootste lesuur Arabisch ter wereld', gisteren in Tel Aviv

Ik moet zeggen dat ik persoonlijk die Arabische les voor iedereen wel een goed idee vond. Ook begrijp ik de Arabische medeburgers die deel uitmaken van ons land. Twintig procent van de Israëli's spreekt Arabisch als moedertaal. Dan mag natuurlijk niet onder het vloerkleed worden geveegd. En eigenlijk wordt het dat ook niet. Want in deze wet staat nadrukkelijk dat de status van een taal in geen geval veranderd mag worden; die moet zo blijven zoals hij vóór het aannemen van de wet was. Zo zullen op de Israëlische wegen ook de verkeersborden in het Hebreeuws samen met het Arabisch blijven. De elektronische aanwijsborden op busstations zullen ook zoals altijd in het Arabisch informatie over de bussen blijven geven.

Maar desondanks begrijp ik de reactie van de Arabische medeburgers. Ook al zal die wet eigenlijk niets veranderen, het klinkt gewoon niet goed. Arabisch was trouwens nooit vastgelegd als een officiële taal in Israël. De status van de taal was gerechtelijk vastgelegd en het was ook altijd vanzelfsprekend dat ook Arabisch bij ons land hoort.

Ik zou graag willen dat ik Arabisch kon spreken. Een jaar of 20 geleden heb ik eens een cursus gevolgd die door mijn vroegere werkgever, de Israëlische omroep, werd aangeboden. Maar na een jaar ben ik ermee gestopt, waar ik nog steeds spijt van heb. Iedere Israëliër zou Arabisch moeten kunnen spreken, zoals de meeste Israëli's ook Engels spreken. Arabisch is een verplicht vak op school, maar desondanks spreekt bijna geen leerling die taal. Maar Engels, dat op veel scholen al vanaf de eerste klas wordt onderwezen, kennen de meeste leerlingen. Het lijkt me dat op het gebied van Arabische lessen het schoolsysteem op de een of andere manier gefaald heeft. Ook mijn jongste zoon krijgt Arabisch op school, maar desondanks spreekt hij geen enkel woord. Het is ook nu nog niet te laat om dat te veranderen. De meeste Arabische Israëli's spreken ook Hebreeuws. Dat zou andersom ook zo moeten zijn. Dat zou ook bijdragen aan het wederzijds begrip. Want met of zonder deze wet, één vijfde van de burgers van Israël heeft Arabisch als moedertaal.

Natuurlijk is het duidelijk dat Hebreeuws de officiële taal van de Staat Israël is, en dat Israël het land van de Joden is, wat immers destijds bij de stemming in de Verenigde Naties al besloten werd. Desondanks ben ik van mening dat men in deze wet rekening had moeten houden met de niet-Joodse medeburgers. Zij hadden genoemd moeten worden. De Druzen bijvoorbeeld zijn heel loyaal tegenover de Staat Israël en strijden samen met de Joden in het leger, ter bescherming van alle burgers van Israël. Ik zie geen probleem om in de wet rekening te houden met alle bevolkingsgroepen. Arabisch kan best ook officieel een tweede officiële taal worden. De wet kan ook officieel alle niet-Joodse burgers van het land volledige burgerrechten garanderen. In feite doet Israël dat ook, maar het wordt alleen niet in de wet gezegd, en dat is eigenlijk de fout die bij het aannemen van die wet is gemaakt. Maar, zoals ik al zei, dat is mijn persoonlijke mening.

En nu wens ik u een prettige en rustige dinsdag. Het ga u goed.

Shalom vanuit Jeruzalem!
Dov

Laatste uitgave

Ontvang uw - gratis - dagelijkse nieuws update

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.