De Nakba: vreugde voor Israël, rouw voor de Palestijnen

woensdag 16 mei 2018 |  Elizabeth Blade
‘Wij proclameren hierbij de oprichting van de Joodse Staat in Palestina, genaamd Israël’ – dit waren de woorden die David Ben Goerion, voorzitter van het Joods Agentschap, op 14 mei 1948 in Tel Aviv uitsprak. Zij lokten een applaus en tranen uit bij de menigte die in het Tel Aviv Kunstmuseum bijeenkwam.

Afbeelding: Rechtse Israëlische activisten houden een tegenbetoging tegen Nakba-demonstranten. Volgens veel Israëli's was de Nakba niet het resultaat van de Israëlische verovering, maar van de Arabische weigering om het oorspronkelijke verdelingsplan te aanvaarden, waarmee meer dan zeventig jaar geleden met de zegen van Israël een Palestijnse Arabische staat zou zijn opgericht. (Foto: Yossi Zeliger/Flash90)

Maar voor de Palestijnen was het een catastrofe. ‘Al Nakba’ zoals zij het noemen, resulteerde in het vertrek van meer dan 700.000 Arabieren, die ofwel gevlucht waren, ofwel naar naburige Arabische staten waren uitgezet. Daarnaast resulteerde het in het ontstaan van een groep van meer dan 200.000 binnenlandse ontheemden, die binnen de grenzen van Israël bleven, maar na de Israëlisch-Arabische oorlog niet meer naar hun woonomgeving konden terugkeren.
‘De vreugde van de oprichting van de Staat Israël ging ten koste van het Palestijnse volk,’ zei Hana Sweid, een Israëlisch-Arabische politicus die van 2006 tot 2015 de Hadash-partij in het Knesset vertegenwoordigde. ‘Honderdduizenden zijn verdreven en honderden Arabische dorpen zijn gesloopt en geplunderd,’ beweerde hij. ‘Het dorp waar ik vandaan kwam, Eilabun, is slechts één van de voorbeelden.’

Wat gebeurde er in Eilabun?
In oktober 1948 werd Eilabun, een overwegend christelijk dorp, ingenomen door het 12de Bataljon van de Israëlische Golani brigade. Na de overgave van de stad selecteerde de commandant van de Golanitroepen een twaalftal bewoners en liet ze executeren. Het dorp werd vervolgens geplunderd en alle eigendommen werden geconfisqueerd, terwijl de meeste inwoners naar het buurland Libanon werden gestuurd.
Sweid benoemde in zijn opmerkingen aan Israel Today echter niet de onderliggende omstandigheden met betrekking tot de inname van Eilabun. Voordat de Israëlische troepen het dorp veroverden, had het Arabisch Bevrijdingsleger (ALA) er een basis gevestigd en twee Israëlische militairen gedood. De schutters van ALA en de lokale inwoners van Eilabun paradeerden vervolgens met de afgehakte hoofden van de Israëli's door de straten van het dorp. Het was voor het ontluikende Israëlische leger niet gebruikelijk christelijke steden als doelwit te nemen, maar wat er in Eilabun gebeurde, maakte het tot een uitzondering.
Sweid liet ook na, te vermelden dat in het geval van Eilabun de oorspronkelijke bewoners een jaar later, in 1949, mochten terugkeren als onderdeel van een overeenkomst tussen Israël en de Patriarch van Antiochië, aartsbisschop Maximon V Hakim.

Maar zelfs in minder uitzonderlijke gevallen wil Israël beweringen zoals die door Sweid worden rondgestrooid, niet zomaar accepteren. De regering wijst er met klem op dat zij in 1948 geen officieel uitzettingsbeleid heeft gevoerd ten aanzien van plaatselijke Arabieren. Het Israëlische verslag van de gebeurtenissen is duidelijk: lokale Arabieren werden niet verdreven, maar velen vluchtten omdat ze daartoe bevel hadden gekregen of daartoe overtuigd waren door hun leiders of de leiders van Arabische Staten, die ruimte wilden maken voor binnenvallende Arabische legers.
‘Het is moeilijk voor me om deze beweringen te accepteren’, zei Sweid. ‘Hoewel sommige rijke Palestijnen – die voornamelijk in Jaffa en Haifa woonden – vluchtten omdat ze de middelen hadden om naar andere landen te verhuizen, werden de meeste Palestijnen gedwongen te vertrekken. Maar zelfs wanneer zij er zelf voor hadden gekozen om weg te gaan, begrijp ik niet waarom Israël weigert hen terug te laten komen naar hun eigendommen.’

De reden hiervoor is eenvoudig: de 700.000 Palestijnse vluchtelingen van toen, tellen nu zo’n zeven miljoen mensen (de eigenlijke vluchtelingen en hun nakomelingen). Wanneer je die optelt bij de Arabieren die nu in Israël wonen – die zo’n 20 procent van de bevolking uitmaken – dan maakt dat de Israëlische regering bezorgd dat de Arabieren een meerderheid in het land zouden worden, wat het einde van de ‘Joodse’ Staat zou betekenen.
Maar dat is niet de enige reden. Volgens sommige historici werd tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 aan Arabische inwoners van Israël volledige gelijkheid in de nieuwe Staat beloofd, áls ze neutraal zouden blijven. Echter, als ze zouden vechten of vluchten, zouden ze worden beschouwd als een potentiële bedreiging. Daarom zou het opnieuw optoelaten van een potentieel vijandige groep van miljoenen mensen op dit punt suïcidaal zijn voor Israël.

Hoewel Sweid de zorgen van Israël begrijpt, denkt hij dat het nalaten van Israël om deze kwestie aan te pakken een groter probleem creëert.
‘De oplossing voor het jarenlange conflict is niet zo ingewikkeld,’ zei hij tegen Israel Today. ‘Het enige wat Israël hoeft te doen, is de in eigen land ontheemden – degenen die in Israël wonen en stemrecht hebben – terug laten keren naar hun oorspronkelijke verblijfplaats. Het zal de Israëlische demografie niet veranderen. Maar als Israël zijn kop in het zand blijft steken, zal het probleem alleen maar groter worden en zal de Nakba van het Palestijnse volk nooit worden opgelost. En dat geldt ook voor het Israëlisch-Palestijnse conflict,’ concludeerde hij.

Zie ook onderstaande video van Stand With Us over Nakbadag:

Nakba Day

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.