Bijbellezingen 21 april: Over roddelen en melaatsheid

Thursday, April 19, 2018 |  Redactie Israeltoday.nl
De Bijbelgedeelten voor de komende shabbat Tazria (reiniging na geboorte) + Mitzora (melaatsheid) zijn:
✡ Torahlezing: Leviticus 12:1 – 15:33,
✡ Haftaralezing: 2 Koningen 4:42 – 5:19,
✡ Brit Chadasha, Nieuwe Testament: Mattheüs 8:1-17

Melaatsheid, lepra, was een ernstige besmettelijke ziekte die wegens besmettingsgevaar leidde tot uitstoting uit de gemeenschap. Het wordt in verbrand gebracht met de roddel van Mirjam tegen Mozes (Numeri 12); door roddelen stoot je ook iemand uit de gemeenschap.

De priesters hadden in Israël ook de taak van 'controlerend geneesheer', ten behoeve van de volksgezondheid. Een melaatse mocht niet meer in de gemeenschap komen om besmetting te voorkomen. Een genezing moest door de priesters worden gecontroleerd.
De HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron: Wanneer er op de huid van het lichaam van een mens een zwelling of zweer of witte vlek verschijnt, die op de huid van zijn lichaam tot de ziekte van de melaatsheid kan leiden, dan moet hij naar de priester Aäron of naar een van zijn zonen, de priesters, gebracht worden. Daarop moet de priester de aangetaste plek op de huid van het lichaam bezien. Als het haar op de aangetaste plek wit geworden is, en de aangetaste plek zichtbaar dieper ligt dan de huid van zijn lichaam, dan is het de ziekte van de melaatsheid. Als de priester hem bezien heeft, dan moet hij hem onrein verklaren.
De kleren van de melaatse bij wie de ziekte is vastgesteld, moeten ingescheurd worden, zijn hoofdhaar moet hij los laten hangen, hij moet zijn baard en snor bedekken en hij moet roepen: Onrein, onrein! Alle dagen dat hij de ziekte heeft, zal hij onrein zijn. Onrein is hij, hij moet afgezonderd wonen. Buiten het kamp moet zijn woongebied zijn.
Leviticus 13:1-3, 45-46 HSV.

Ook in de landen rond Israël moest een melaatse uit de gemeenschap worden afgezonderd.
Naäman, de bevelhebber van het leger van de koning van Syrië, was een aanzienlijk man in de ogen van zijn heer en van hoog aanzien, want door hem had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven. Deze man was een strijdbare held, maar hij was melaats. En er waren benden uit Syrië getrokken, die een klein meisje uit het land Israël als gevangene weggevoerd hadden. Zij was in dienst bij de vrouw van Naäman. Zij zei tegen haar meesteres: Och, was mijn heer maar bij de profeet die in Samaria is; dan zou die zijn melaatsheid bij hem wegnemen.
2 Koningen 5:1-3 HSV.

Jezus was niet bang van een melaatse, maar toonde door een genezingswonder dat Hij Heer is over leven en dood, ziekte en gezondheid. Hij haalde iemand uit zijn isolement.
Toen Hij van de berg afgedaald was, volgde een grote menigte Hem. En zie, er kwam een melaatse. Die knielde voor Hem neer en zei: Heere, als U wilt, kunt U mij reinigen. En Jezus stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil het, word gereinigd. En meteen werd hij gereinigd van zijn melaatsheid. Jezus zei tegen hem: Denk erom dat u dit tegen niemand zegt; maar ga heen, laat uzelf aan de priester zien, en offer de gave die Mozes voorgeschreven heeft, tot een getuigenis voor hen.
Matteüs 8:1-4HSV.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.