Jezus is ook mijn Jezus: hoe een Israëlische schrijfster tegen het geloof aankijkt

zondag 21 januari 2018 |  Tsvi Sadan
Yochi Brandes is in 1959 geboren uit een geslacht van chassidische rabbijnen. Dat hield in dat ze ook binnen die orthodoxe gemeenschap zou moeten trouwen. Maar het liep anders. Brandes wist al heel jong dat ze ooit de orthodox-Joodse wereld de rug zou toekeren. Het werd een zoektocht van jaren.

Op een dag ontdekte ze een Jodendom waarin ook de meeste Sefardische Joden zich kunnen vinden, omdat het veel minder dwingende voorschriften oplegt. Brandes beschrijft de mensen die deze stroming aanhangen als volgt: ‘Ze zijn heel Joods, heel zionistisch, graag in de synagoge, en ze hebben er geen problemen mee om op de sabbat televisie te kijken.’

Ondanks haar strenge achtergrond heeft Yochi nooit een geloofscrisis doorgemaakt: ‘Mijn geloof in God is het meest vanzelfsprekende deel van mijn leven.’ Brandes is momenteel een van de vijf meest gelezen auteurs in Israël. Direct na het verschijnen van haar boek ‘Akiva’s Orchard’ (2012) overtroffen de verkoopcijfers in Israël de omstreden internationale bestseller ‘Fifty Shades of Grey’.

In ‘Akiva’s Orchard’ beschrijft Brandes het Jodendom van na de Tweede Tempel. Dat haar boek uiteindelijk nog beter verkocht dan de Amerikaanse bestseller, zegt ook iets over de interesse van de Joods-Israëlische samenleving.
Brandes bewondert Jezus. Dat blijkt duidelijk uit haar boek, maar ook uit haar vertellingen in de bekende tv-serie ‘The earth was without form and void’. Deze bewondering voor Jezus is niet vanzelfsprekend voor iemand nog steeds de Joods-orthodoxe leer aanhangt.

Israel Today: Hoe staat u als gelovige Jodin uit een streng-orthodoxe geslacht tegenover de Tora?
Yochi Brandes:
Ik geloof met heel mijn hart in de Tora. Ik beschouw de Hebreeuwse Bijbel en het Jodendom niet uitsluitend als een intellectuele of een spirituele inspiratiebron. Het gaat om een levenswijze. Ik geloof dat elke Jood, maar vooral de Joden in Israël die de Tora naleven, zegen zullen ondervinden. Hoe dat tot in de details moet worden uitgevoerd is weer een hele andere kwestie.

IT: In de tv-serie zegt u dat u Jezus bewondert en dat Hij een grote profeet is. Maar moet u dan ook zijn uitspraak ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ niet serieus nemen?
YB:
‘Voor mij hebben Jezus, Jesaja, Jeremia, Ezechiël één ding gemeen: ze geloofden in een betere samenleving en deden er alles aan om dat te realiseren. Voor deze profeten was sociale gerechtigheid belangrijker dan rituelen. Dat is wat Jezus onderwees, en ik geloof in Hem en wil zijn weg volgen. Ik heb er zelfs een keer over gedacht om tot het christendom over te gaan, maar kwam toen tot de conclusie dat God mij als Jodin heeft geschapen, en dat ik daarom Joods moest blijven. Dat betekent dat ik mijn geloof en mijn liefde voor Jezus als Jodin uitdruk, en niet als christen. Ik voel me sterk verbonden met de leer van Jezus, zonder christen te zijn.’

IT: U zegt dus dat uw relatie tot Jezus is veranderd van verachting in bewondering. U noemde Hem Jeshu, maar nu noemt u Hem Jeshua. YB: ‘Toen ik een kind was geloofde ik dat Jezus, het christendom en het antisemitisme allemaal van hetzelfde laken een pak was. We spraken nooit over Jeshua, maar over Jeshu (een acroniem voor “moge zijn naam uitgewist worden”). Toch heb ik in de loop der jaren steeds meer van Jezus geleerd en ben ik tot de conclusie gekomen dat Hij tot de mijnen behoort en als Jood leefde en stierf. Het interessante is dat ik tijdens mijn lezingen voor religieuze en seculiere Israëli’s steeds over Jezus spreek. Het is me opgevallen dat ook religieuze Israëli’s van Jezus houden en voelen dat Hij één van ons is.’

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het januarinummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.