De Reguleringswet is geen landroof

Monday, March 27, 2017 |  David Lazarus
De afgelopen tijd stonden de internationale media vol met artikelen over de Israëlische Reguleringswet (de Hasdara Bill). Het heeft me oprecht verbaasd. Ik las krantenkoppen als ‘Israël legaliseert wilde nederzettingen’, ‘De Israëlische regering legaliseert het stelen van land’, ‘Nederzettingenwet gaat in tegen internationaal recht’, enz.

Een nieuwe nederzetting. (Foto: Lior Mizrachi/Flash90).

Blijkbaar heeft men de Israëlische Reguleringswet helemaal niet gelezen of deze niet begrepen. De Reguleringswet werd met zestig tegen tweeënvijftig stemmen in de Knesset aangenomen en is minder wild dan het Westen en de Palestijnen ons willen laten geloven.

De kern van het probleem is dat de internationale gemeenschap denkt dat er een Israëlische wet wordt ingevoerd in de zogenaamde bezette gebieden. Volgens hen staat deze wet een tweestatenoplossing in de weg. De kritiek is dus politiek van aard en niet rechtskundig. En omdat zij het bestaansrecht van Israël in de Bijbelse gebieden Judea en Samaria ontkennen, wordt de ‘Reguleringswet’ als landroof gezien en als amoreel en verkeerd bestempeld. Maar wie dat beweert, gelooft ook dat de Joden het Joodse Tempelplein in Oost-Jeruzalem hebben geroofd en zij daar historisch gezien geen recht op te hebben. Maar ter zake.

In de wet staat heel duidelijk dat het alleen gaat om het legaliseren van de huidige situatie. Het gaat dus niet over huizen die in de toekomst gebouwd gaan worden. Daarnaast bevestigt de wet dat uitsluitend die Joodse nederzettingen erkend worden, die in het verleden van de staat een vergunning hebben gekregen. Daar hoort bij dat deze nederzettingen moeten kunnen laten zien dat alle wettelijke verordeningen in acht zijn genomen. Het gaat om drie- tot vierduizend woningen in Judea en Samaria, die door de nieuwe wet erkend moeten worden. Daarmee is de wetgeving voor alle Joden hetzelfde. De Reguleringswet geldt niet voor buitenposten die zonder vergunning en dus illegaal zijn gebouwd.

Maar volgens de internationale gemeenschap geldt in Judea en Samaria nog altijd het Jordaanse recht. Jurist Yossi Fuchs benadrukt: ‘Israël erkent de Geneefse Conventie over Judea en Samaria niet, omdat men daarin uitgaat van de bewering dat Israël gebieden in 1967 heeft veroverd en bezit. Israël heeft deze gebieden in de Zesdaagse Oorlog echter niet veroverd, maar bevrijd van de Jordaanse bezetting die van 1948 tot 1967 duurde.’

Als je er vanuit gaat dat het Jordaanse recht op de Westelijke Jordaanoever geldt, kan de overheid voor ‘het welzijn van de gemeenschap’ beslag leggen op land dat privé wordt gebruikt. In dat geval zijn dus alle Joodse nederzettingen illegaal, of ze zich nu op privégrond van Palestijnen bevinden of niet.

De bedoeling van de Reguleringswet is dat Joodse pioniers nu onder de Israëlische civiele rechtspraak worden gesteld. Dan kunnen de Palestijnen alleen nog juridische aanspraak maken op daadwerkelijk Palestijns grondbezit.

Voorbeeld: Een Jood heeft in Judea of Samaria een huis gebouwd van 250.000 euro. De grond kostte 25.000 euro. Alles is volgens de regels van de staat en de wetgeving gebeurd. Na tien jaar blijkt ineens dat de grond het eigendom van een Palestijn is. Moet dit huis nu worden afgebroken? Nee, zegt de wet in Israël. De Reguleringswet is bedoeld om huis- en grondeigenaren in de omstreden gebieden dezelfde rechten te verlenen.

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het maartnummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.