Van probleem naar oplossing – deel 1

maandag 28 maart 2016 |  Tsvi Sadan
Tijdens een wandeling van de Dormitio-abdij op de berg Sion naar zijn kantoor in het centrum van Jeruzalem, neemt Eran Tzidkiyahu me mee naar het gebouw waar het graf van koning David is. We passeren een groepje Turkse pelgrims die zachtjes staan te bidden naast een synagoge vol Joodse gelovigen. En maar een paar stappen verder staan christenen eerbiedig in ‘de bovenzaal’. Ondanks de turbulente geschiedenis van deze heilige plek voor Joden, christenen en moslims, blijkt juist hier dat co-existentie mogelijk is.

Maar desondanks schrikken bijna alle Israëlische politici terug voor het idee dat geestelijken aan het diplomatieke proces zouden meewerken. De linkse, seculiere Jood Tzidkiyahu is een van de Israëlische activisten die geloven dat de geestelijkheid een constructieve bijdrage zou kunnen leveren aan de uiterst gevoelig liggende vredesonderhandelingen. Tzidkiyahu is in Jeruzalem geboren en getogen, studeert filosofie en werkt als projectmanager aan een initiatief dat ‘Universal Code of Conduct on Holy Sites’ (universele gedragscode op heilige plaatsen) wordt genoemd.
Het initiatief wordt gesteund door de ‘Raad van Religieuze Instituten in het Heilige Land’. Hij wil graag promoveren en werkt daarom als coördinator voor het forum ‘Op zoek naar gemeenschappelijke waarden’. Dit forum wist kortgeleden een aantal rabbijnen, priesters en imams bij elkaar te brengen, die zich willen inzetten voor meer samenwerking. Onder hen geestelijke leiders als rabbijn David Menachem, Sjeik Samir Aasi en pater David Neuhaus.

Israel Today: Is het waar dat sommige politici geestelijke leiders voor hun eigen karretje spannen?
Tzidkiyahu:
De eerste leider van de Palestijnse nationale beweging was een geestelijke: Haj Amin el Hoesseini. Hij misbruikte heilige plaatsen om zijn volgelingen tot ongeregeldheden tegen Joden aan te zetten. De vredesbesprekingen op Camp David in het jaar 2000 liepen vast op het vraagstuk van de soevereiniteit over de Tempelberg. Clinton stelde voor dat Israël zeggenschap zou krijgen over een aantal tunnels, maar Arafat ontkende elke verbondenheid van de Joden met deze heilige plaats. Ariël Sharon, een niet-religieuze Jood, werd premier nadat hij in het jaar 2000 het Tempelplein had bezocht. Religie heeft altijd in belangrijke mate deel uitgemaakt van het Arabisch-Israëlische conflict.

Hoe gaat u ervoor zorgen dat religie deel uitmaakt van de oplossing?
We proberen met religieuze mensen samen te werken. Religies spreken immers van liefde en vrede. Veel mensen geloven dat religies juist oorlogen teweegbrengen, maar de vreselijkste misdrijven zijn nog altijd door niet-religieuze mensen als Hitler en Stalin gepleegd. De Raad van Religieuze Instituten in het Heilige Land, is ontsproten uit het gedachtegoed van de Noorse kanunnik Trond Bakkevig. De Raad probeert religieuze gezagsdragers bij het diplomatieke proces te betrekken.
Het Israëlische opperrabbinaat is in de Raad vertegenwoordigd, evenals de Waqf (de Palestijnse beheerders van de Tempelberg) en het machtsorgaan voor religieuze aangelegenheden van de Palestijnse Autoriteit, en verder nog het Grieks-orthodoxe patriarchaat, de rooms-katholieke kerk, de evangelisch-lutherse kerk en andere religieuze bewegingen.
Maar we weten ook dat een gematigde religieuze leider, hoe belangrijk hij ook is, geen politieke leider is, en dat zijn invloed gering zal zijn.

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het februarinummer van het Israel Today Magazine. Deel 2 en 3 staan in het aprilnummer. Klik hier voor een abonnement.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.