Israëlische nederzettingen en internationaal recht

maandag 1 februari 2016 |  Tsvi Sadan
Een veel te laat uitgebrachte persverklaring van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken maakte op 30 november een einde aan de verwarring rond trefwoorden als ‘bezetting’, ‘kolonialisme’, en andere termen die bedoeld zijn om Israël in diskrediet te brengen.

De bewering dat de Joodse aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) een modern verschijnsel is, staat lijnrecht tegenover het feit dat in deze gebieden duizenden jaren lang Joden hebben gewoond. In 1922, toen Palestina onder Brits mandaat kwam te staan, was het dan ook volkomen normaal dat er Joden in dit gebied woonden. De Volkerenbond stemde daarom ook in met de oprichting van een Joodse staat in het land dat alle Joden de eeuwen door als hun vaderland beschouwden.

Dat er ooit een Palestijnse natie heeft bestaan, is een verzinsel. Bovendien is het een historisch feit, dat veel van de omstreden Israëlische nederzettingen van dit moment, gebouwd zijn op plaatsen waar ooit Joodse gemeenschappen hebben gewoond.

De enige regering die het vestigen van Joodse nederzettingen in deze gebieden verbood, was de Jordaanse bezettingsmacht, die slechts negentien jaar lang (van 1948 tot 1967) over deze gebieden regeerde, en die het verkopen van land aan Joden een ‘financiële misdaad’ noemde.

Het bouwen van Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever wordt door pro-Palestijnse activisten en politici bestempeld als kolonialisme. Maar dit is historisch onjuist en ingegeven door een sterke vooringenomenheid ten opzichte van Israël. De geschiedenis toont aan dat Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever nog nooit een soevereine Palestijnse of Arabische staat is geweest.

Ten aanzien van mensenrechten en gewapende conflicten geldt de regel uit de Geneefse Conventie, dat het aan ‘een staat die een andere staat bezet, is verboden om de eigen burgerbevolking naar die bezette gebieden te deporteren’ (Afdeling III, Artikel 49, 4e Geneefse Conventie).

Met het oog op het Palestijns-Israëlische conflict heeft het Internationale Rode Kruis de volgende kanttekening bij de Geneefse Conventie geplaatst: ‘In het geval van de Joden die vrijwillig huizen en gemeenten in hun oude vaderland bouwen, naast de bestaande Palestijnse gemeenten, geldt Artikel 49 van de 4e Geneefse Conventie niet.’

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het februarinummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.