Zending in Israël (Deel 2)

Monday, November 23, 2015 |  David Lazarus
Al eeuwenlang hebben christenen niet alleen veel kerkgebouwen, maar ook scholen en ziekenhuizen in Israël gebouwd, in de hoop dat het Joodse volk overtuigd zou worden dat Jezus de Messias is. Al deze inspanningen ten spijt, kwamen er maar weinig Joden tot bekering.

Een kind wordt gedoopt in een Armeense kerk in de Oude Stad van Jeruzalem. Foto: Hadas Parush (Flash 90).

In de zestiger jaren stuurden heel wat Israëli’s hun kinderen naar katholieke en protestantse scholen, omdat die een beter leerplan hadden dan de openbare scholen in Israël. Ouders waren niet bang dat hun kinderen zich tot het christendom zouden bekeren. Ze voelden zich sterk in hun seculiere Israëlisch-Joodse identiteit.

Toch nam in die jaren de bezorgdheid toe bij religieuze, maar ook bij seculiere Joden. Het werd een trend die zich leek door te zetten. In 1968 werd de eerste antizendingswet van kracht. Het was voortaan verboden een minderjarige (jonger dan 18 jaar) over te halen tot een andere religie, zonder toestemming van de ouders. In deze wet werd het christendom niet expliciet genoemd, maar uit de debatten die aan deze wet voorafgingen, bleek dat de regering Israëlische kinderen meende te moeten beschermen tegen christelijke zendingsijver.

En toen kwamen de Messiaanse Joden
Messiaanse Joden plaatsten de Joodse staat voor een totaal nieuw probleem. In de zeventiger jaren namen een paar jonge Joden Jezus aan als hun Messias, maar ze sloten zich niet aan bij een traditionele kerk. Deze Messiaanse Joden verkondigden openlijk het evangelie en proclameerden dat Jeshua (Jezus) de Messias van het Joodse volk is. Ze behielden hun Joodse identiteit. Het Jodendom als ‘Hebreeuws christendom’ voor te stellen, bleek zeer effectief te zijn voor het winnen van Joden voor Jezus.

Zowel religieuze als politieke leiders probeerden de groei van het aantal Joden dat zich tot Jezus bekeerde, te beperken. Maar er bleek geen enkele wet te kunnen worden gemaakt tegen Joden die in een ‘christelijke Messias’ geloven. In de Onafhankelijkheidsverklaring wordt vrijheid van religie gegarandeerd, en de vrijheid en het recht van elk mens om van overtuiging te veranderen, zolang dat niet onder dwang gebeurt. De regering zal zich niet bemoeien met de religieuze opvoeding, noch met de leer van een religie, zolang die niet tegen de wetten van het land indruist.

Toen de rechtse Likoedpartij in 1977 voor het eerst aan de macht kwam, vaardigde Menachem Begins regering de ‘Zendingswet’ uit. Sindsdien kan iemand die met behulp van financiële verlokkingen probeert een volwassene of kind over te halen om van religie te veranderen, een geldboete of zelfs een vrijheidsstraf tegemoet zien.

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het novembernummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.