Daniel Borg : Van pro-Palestijns tot pro-Israëlisch

vrijdag 16 oktober 2015 |  Yossi Aloni
Nog geen jaar geleden profileerde de Zweedse student Daniel Borg (28) zich als pro-Palestijnse activist. Hij zette zich in voor de Socialistische Partij en was zelfs voorzitter van de ‘Jonge Socialisten’ in zijn regio. Zijn mening was duidelijk: ‘Israël is een militaire macht die het arme Palestijnse volk wreed onderdrukt. Israël heeft geen excuus.’

Acht jaar geleden ontmoette de toen 20-jarige Daniel de toenmalige Zweedse minister van Onderwijs, Gustav Fridolin (Groene Partij). Deze vertelde hem dat hij als vrijwilliger voor de Internationale Solidariteitsbeweging (ISM) in Hebron was geweest. Daniel ging, in navolging van Fridolin, ook naar Hebron, en schreef zijn belevenissen op in zijn weblog .

‘Ik herinner me nog het moment waarop ik voor het eerst Israëlische soldaten ontmoette. Het was in Tel Rumeida in Hebron, en het enige wat ik over hen wist, was dat ze wreed waren. Ik had de opdracht melding te maken van Israëlische militaire patrouilles, zodra ik ze zag. Ik hield een Palestijns jongetje met mijn camera in de gaten. Een soldaat stak zijn hand naar hem uit, en legde zijn andere hand op de schouder van de jongen. Het kind glimlachte, en die twee raakten aan de praat. Ik was zeer verbaasd. Hoe was dat mogelijk? Ik dacht dat het wel een uitzondering zou zijn.

Ofschoon dit moment wel diepe indruk op me maakte, bleef ik toch anti-Israëlisch. Daarna raakte ik met Israëli’s in gesprek. Voor het eerst ervoer ik hoe humaan de Israëli’s zijn, en helemaal niet zoals de Zweedse media of de Israëlische website van Haaretz ze afschilderen. De Israëli’s haten de Palestijnen helemaal niet. Ik ben drie weken in die gebieden geweest, en heb de Joden niet kunnen betrappen op haatdragende taal of gewelddadig gedrag.

Sindsdien ben ik diverse malen in Israël geweest. Ik had ook contact met Arabische burgers van Israël. Met regelmaat vertelden ze me, dat ze het goed hadden. Als ik ze naar de apartheid in Israël vroeg, lachten ze alleen maar. Ze houden echt van het leven in Israël. Ze hebben het veel beter dan de Palestijnen in bijvoorbeeld Libanon of Syrië. Toch bleef ik vasthouden aan mijn pro-Palestijnse mening.

Pas in het afgelopen jaar kwam daar verandering in, toen ik de voordracht hoorde van een Israëlische jurist over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Hij beschreef hoe Hamas en Fatach hun eigen volk behandelen, en hoe het geld van de Europese Unie verdwijnt en voor terroristische doeleinden wordt gebruikt. Die dingen had ik in Zweden nooit gehoord. Wie in Zweden de media volgt, krijgt dat niet te horen.

Ik begon te piekeren over het verschil tussen theorie en werkelijkheid. Ik kon me steeds minder vinden in het pro-Palestijnse gedachtegoed. Ik heb gezien hoe Fatachmensen en leden van de pro-Palestijnse solidariteitsbeweging ISM, Palestijnse kinderen leren om stenen op Israëlische auto’s te gooien. ISM-leden leerden ons hoe je Israëlische soldaten kunt blokkeren, en hoe je als buitenlanders een menselijk schild kunt vormen, waarachter geweld kan worden gepleegd.

Fatach-leden hebben vrijwilligers aangespoord hun leven te geven voor de Palestijnse zaak. Ze vertelden ons dat het imago van Israël wordt geruïneerd als een van ons door Israëlische soldaten gewond raakt of wordt gedood. Het zou ertoe bijdragen dat er een einde komt aan de Israëlische bezetting.

Dit artikel verscheen in zijn geheel in het oktobernummer van het Israel Today Magazine. Klik hier voor een abonnement.

Blijf op de hoogte van de gebeurtenissen in Israël via onze GRATIS nieuws update en aanbiedingen, u ontvangt deze direct in uw email inbox.